Om je beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies en vergelijkbare technieken. Met de cookies volgen wij en derde partijen jouw internetgedrag binnen onze site. Hiermee tonen we advertenties op basis van jouw interesse en kun je informatie delen via social media. Als je verdergaat op onze website gaan we ervan uit dat je dat goedvindt. Meer weten en instellingen.

Stikstof: we laten de natuur niet stikken

In Nederland is veel te veel stikstof in de natuur. Dat zorgt voor grote problemen in de natuur en tast ook de gezondheid van mensen aan. Natuurmonumenten vindt dat de sectoren die stikstof uitstoten, ook daadwerkelijk moeten zorgen voor een daling. Maar we nemen zelf ook maatregelen om de natuur weerbaarder te maken tegen de overmaat aan stikstof.

Vergrassing

Stikstofprobleem

Door de industrie, de landbouw en het verkeer komt er al jaren  veel te veel stikstof (stikstofoxiden en ammoniak) in de natuur. Planten die van stikstof houden, zoals grassen, brandnetels en bramen, profiteren daarvan. Die groeien extra hard. Zo verdringen ze kwetsbare planten. Dieren en insecten die van de zeldzame planten leven, verdwijnen hierdoor ook.  En open gebieden zoals stuifzand en heide, groeien eerder dicht tot bos.

Ook het bodemleven verandert door de luchtvervuiling. Vooral door ammoniak uit mest die neerslaat op de grond. Droge zandgrond verzuurt daardoor. Dat brengt de hele kringloop van de natuur uit evenwicht. Eiken sterven eerder af, vogels leggen door kalkgebrek minder sterke eieren en sommige korstmossen en insecten verdwijnen. Waarom is stikstof een probleem? Bekijk de uitleg van stikstofhoogleraar Jan Willem Erisman van de universiteit Nederland.

 

Bron: Universiteit van Nederland

Programma Aanpak Stikstof (PAS)

Om het stikstofprobleem in de natuur te verminderen, startte de overheid  in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De aanpak bestond uit het terugdringen van stikstofuitstoot bij de bron en de uitvoer van herstelmaatregelen in de natuur. Met deze aanpak wilde de overheid het stikstofprobleem in de natuurgebieden verminderen en tegelijkertijd economische ontwikkelingen mogelijk maken.   Wat Natuurmonumenten betreft een aansprekend uitgangspunt: in het belang van zowel natuur als economie.  Ondanks de beloofde aanpak van de bron, komt nog steeds veel te veel stikstof in de natuur. Bronmaatregelen bleven teveel uit, terwijl wel vergunningen verleend werden voor economische activiteiten die stikstof uitstoten.

Op 29 mei 2019 oordeelde de Raad van State dat niet langer vergunningen mogen worden verleend op basis van de PAS voor activiteiten die leiden tot meer stikstofuitstoot. Voortaan moet vooraf bewezen worden dat de natuurwaarden niet worden aangetast.

Wat doet Natuurmonumenten?

Onderdeel van de afspraken uit het PAS waren maatregelen om de schade die stikstof in de natuur veroorzaakt te herstellen. Deze maatregelen voeren we uit. Daarnaast pleiten we nadrukkelijk voor het verminderen van de uitstoot van stikstof aan de bron. Hoe we dat doen lees je hier.

Natuurherstel

Natuurmonumenten heeft de verplichting op zich genomen om een groot aantal natuurherstel maatregelen uit te voeren. Tot 2021 heeft Natuurmonumenten de tijd om de maatregelen uit te voeren.

Zolang er te veel stikstof in de natuur komt, zijn ook daarna extra maatregelen nodig. Natuurmonumenten blijft zich daarom hard maken voor een brongerichte aanpak.

Maatregelen

In diverse gebieden van Natuurmonumenten kun je machines tegenkomen. Ze maken dichtgegroeide stukken weer open, voeren grond af of plaggen de heide. Een rommelig gezicht, maar goed voor de natuur. Met de machines, maar op veel plekken ook met hulp van grazers en vrijwilligers, creëren we nieuwe leefomstandigheden voor kwetsbare planten en dieren. Soorten die anders verdwijnen of in aantal verminderen door de overdaad aan stikstof. Zo maken we de natuur weerbaarder en Nederland weer mooier.

Welke herstelmaatregelen we nemen, hangt af van het effect van stikstof op de natuur ter plaatse. Sommige maatregelen zijn niet anders dan ons reguliere beheerwerk, maar moeten we nu vaker doen. We zetten bijvoorbeeld extra schapen en runderen in om gebieden open te houden,  maaien de graslanden extra, plaggen heide en voeren stikstofrijke grond af.

Soms zijn extra ingrepen nodig. Denk aan het graven van petgaten, het baggeren van vennen, het kappen van bos voor herstel van heide en stuifzand of het verhogen van de waterstand om verzuring van de bodem tegen te gaan. Het doel is altijd hetzelfde. Met onze ingrepen maken we de natuur weerbaarder tegen de overdaad aan stikstof en helpen we kwetsbare planten en dieren.

Uitvoer in natuurgebieden

Hieronder een aantal van onze gebieden waar  -maatregelen om de natuur weerbaarder tegen stikstof te maken worden uitgevoerd.

De Duinen van Goeree en Voornes Duin

Door de overmaat aan stikstof zijn grote delen van deze duingebieden dichtgegroeid met struiken en grassen. Door struiken te verwijderen en extra te maaien, keert de oorspronkelijke variatie pleksgewijs weer terug.

Nationaal Park Zuid-Kennemerland

Neerslag van stikstof heeft hier voor een dichte, ruige grasmat gezorgd. Die maken we op veel plekken weer open. Gunstig voor allerlei kruidachtige duinplanten en typische duinbewoners zoals de aardbeivlinder. Lees hier meer over de duinwerkzaamheden.

Nieuwkoopse Plassen

Hier vind je veenmosrietland, een uniek landschap waar veenmos groeit op een natte ondergrond. Door neerslag van stikstof verdringen andere planten echter het veenmos en verdroogt het land. Dat gaan we tegen door de bovenste laag van het rietland weg te schrapen (plaggen). Hierdoor wordt het rietland natter en krijgt het veenmos weer kansen.

De Loonse en Drunense Duinen

Hier vind je nog levend stuifzand waar de wind vrij spel heeft. Met dank aan schapen die het gebied met hun graaswerk open houden. Door het teveel aan stikstof kunnen de schapen het echter niet alleen. Er zijn extra maatregelen nodig om dichtgroeien te voorkomen. Daarom verwijderen we vegetatie en zeven we zand, zodat de wind meer grip krijgt op het zand.

De Kampina en Oisterwijkse Vennen en Bossen

Sprookjeswereld van bossen, vennen, heidevelden en beekdalen. Om deze variatie te behouden laat Natuurmonumenten schapen extra grazen en verwijderen we opgeschoten boompjes, kappen we op enkele plekken bos en maken we oevers van vennen weer open, zodat er weer zonlicht in het water komt. Gunstig voor kwetsbare planten en dieren.

De Plateaux

Hier gaat Natuurmonumenten extra plaggen en laat schapen extra grazen om het mozaïek van droge heide, vochtige heide en vennen te behouden. Dat mozaïek verdwijnt anders door snelgroeiende grassen. Die profiteren van de overmaat aan stikstof. 

Vlijmens ven

Veengebied waar dankzij eerdere ingrepen kranswieren en bloemrijke blauwgraslanden tot ontwikkeling komen. Om deze ontwikkeling te stimuleren gaan we slootoevers extra maaien, zodat riet niet de overhand krijgt. Door de neerslag van stikstof groeit riet veel sneller, waardoor kwetsbare planten worden verdrongen.

Brabantse Wal

Hier verdringen grassen, mossen en ontkiemende bomen de heide. Natuurmonumenten wil dit voorkomen door schapen extra te laten grazen, extra te plaggen en boompjes te verwijderen.  Rondom de vennen maken we de oevers weer open, waardoor het water langer wordt vastgehouden en het zonlicht op het water kan vallen.

Meer weten? Lees ons standpunt over het PAS.

logo