natuurgebied

Planken Wambuis

Column André Schulten

Tijdloos aan zee

Begin maart, twee dagen onverwacht naar Texel. Verrassing van Olga die een appartementje in De Cocksdorp en de overtocht heeft geregeld. Leuk! Al kondigden keelpijn, een verstopte neus en hoest- en niesbuien wel griep aan. Mocht de pret niet drukken. De weersverwachting was niet best, op Texel hebben we tot nu toe alleen nog maar slecht weer meegemaakt. We zouden wel zien.

Fotograaf: André SchultenBron: Natuurmonumenten

Tijdens de boottocht even loeren in de marinehaven, maar geen bultrug. Na aankomst direct op de fiets naar de vuurtoren op de oostpunt van het eiland. Daar ligt een lange krib van grote basaltblokken vanaf de duinen ver de zee in. Daar met de verzamelde fotografen, onder andere uit Duitsland en Engeland, kijken naar eidereenden en steenlopertjes en de vele meeuwen die even pauze namen. En toen ging het regenen. De fietstocht naar De Slufter werd gestaakt en de auto gepakt voor dan maar een tocht langs de waddendijk. Het valt op dat veel weilanden recentelijk zijn ingericht voor natuurontwikkeling. Glooiend afgegraven, waardoor veel afwisseling tussen land en water is ontstaan. Toekomstig moerasgebied. Hier veel smienten en wilde eenden en een aantal kluten, wulpen en tureluurs. We sluiten de middag af met een bezoekje aan de lokale bierbrouwerij.

De volgende dag begint droog, dus naar De Slufter. Het voelt wel een beetje beschamend dat we dit gebied, waar de zee bij hoog water ver landinwaarts kan stromen, nog nooit gezien hebben. Maar eens moet de eerste keer zijn. Door dichte bewolking en de nog dorre, bruinige begroeiing ziet het er maar sombertjes uit. Toch jubelen er al meerdere veldleeuweriken. Dichter bij zee gekomen vallen, als altijd, de vele subtiele tinten in de combinatie lucht-zee-land op. Kan me voorstellen dat het uitnodigt om te gaan schilderen. Én fotograferen natuurlijk. Vlak bij zee, op een paar drooggevallen zandplaten grote groepen scholeksters en mantelmeeuwen (grote? kleine? zeg het maar…)  en veel, heel veel koppeltjes bergeenden.

Al met al, vogels zat, daar op het eiland. Maar de mooiste vogel kwamen we tegen bovenop de trap over het duin dat toegang gaf tot De Slufter. Wij het gebied in en hij eruit. Krullen, bril, rossig baardje en een rode gloed op z’n wangen. Puft, maakt een opmerking over leeftijd, denkt dat hij veel ouder is dan wij (wat niet meer dan vijf jaar blijkt te zijn), staat wat te draaien en dan komt het hoge woord eruit. 
"Mag ik jullie iets vertellen!?"
"Kom maar op. Altijd nieuwsgierig."
"Zie je daar verderop die groene wal, dat dijkje? Daar liep ik precies veertig jaar geleden met mijn oudste dochter Floor. En toen ik daar net weer liep herinnerde ik me dat ze toen zei dat die dijk gestuifzuiverd moest worden. En opeens vroeg ik me af waar al die jaren gebleven zijn…"
Hij is zichtbaar geraakt. En hij raakt mij. Niet zozeer omdat onze oudste dochters toevallig dezelfde naam hebben, maar vanwege het besef dat mij ook regelmatig overvalt hoe snel de tijd door je vingers glipt. Dat je in gedachten omkijkt en je realiseert dat iets, een belevenis, een lied, zomaar van veertig, vijftig jaren geleden is. Wij schudden elkaar de hand, wensen elkaar een mooie dag en een mooi verder leven. En weg is hij.

Op de oversteek naar het vasteland weer geen bultrug in de haven, die schijnt er toch nog te zwemmen. Op de terugweg weet ik het zeker: thuis veel citroenthee en hete grogs. En een ‘Sinasprilletje’.

André Schulten

Lees ook de eerder verschenen columns van André Schulten!

word nu lid