Nieuws van de boswachter

Mooi libellenjaar met zeldzame soorten

26 JUNI 2018 | Irma de Potter

Het is een bijzonder goed libellenjaar in Nederland. Ook op de Kampina en in de Oisterwijkse Bossen en Vennen. Met de nieuwste ontdekking van liefst drie zeldzame soorten door een vrijwilliger van Natuurmonumenten is 2018 nu al een topjaar! Zo zijn de sierlijke en oostelijke witsnuitlibel na ruim een halve eeuw afwezigheid weer waargenomen en laat de gaffelwaterjuffer zich voor het eerst op de Kampina zien. Volgens Natuurmonumenten hebben de herstelprojecten van de laatste jaren daar zeker aan bijgedragen. Die hebben het leefgebied van libellen verbeterd.

Nieuwe ontdekkingen

“De sierlijke witsnuitlibel is in heel Nederland aan een fenomenale opmars bezig. De waarneming van 12 exemplaren in één ven is een mooie verrassing”, vertelt Gijs Clements, boswachter ecologie bij Natuurmonumenten.

Nog verbazingwekkender is de vondst van twee oostelijke witsnuitlibellen. Tot dusver was er in heel Nederland maar één populatie bekend, in Friesland. “Het is haast ondenkbaar dat de soort vanuit Friesland ongemerkt helemaal in Midden-Brabant terecht is gekomen. Maar andere meldingen vanuit het land zijn niet bekend”, zegt Clements.

De derde nieuwe soort is de gaffelwaterjuffer. Het is een klimaatvolger, die door de opwarming de grens van haar leefgebied langzaam naar het noorden ziet opschuiven. “In de toekomst kunnen we zo vast nog meer nieuwe soorten verwelkomen”, aldus de boswachter.

Natuurherstel helpt

Dat deze soorten in de Oisterwijkse bossen en op de Kampina zijn waargenomen is een opsteker voor het beheer van Natuurmonumenten. Die zet zich hier al jaren in voor de verbetering van de waterkwaliteit en een grotere diversiteit van planten in de oeverzones.

“Libellen zijn een hele goede graadmeters voor de kwaliteit van je natuurgebied” zegt Gijs Clements. “Je hebt soorten die heel weinig eisen stellen en in grote getale bij allerlei watertypes leven. Maar je hebt ook soorten die specifieke eisen stellen aan de juiste zuurtegraad, voedselrijkdom en oeverbegroeiing. Die kom je in kleinere aantallen tegen, maar ze laten wel zien of je met je beheer op de juiste weg bent”. 

Op de Kampina en in de Oisterwijkse Bossen en Vennen leven nu al meer dan de helft van alle Nederlandse libellensoorten. Hier zijn de vennen de schatkamers van een rijk libellenleven.

Bedreigingen

Door alle herstelmaatregelen heeft Natuurmonumenten het leefgebied voor libellen op veel plekken verbeterd. Maar het leefgebied staat nog steeds onder druk. Door de hoge neerslag van stikstof uit de lucht, afkomstig van verkeer, industrie en landbouw, groeien oevers versneld dicht met pitrus en pijpenstrootje. Zij verdringen andere oeverplanten, waardoor de variatie afneemt. Voor de bijzondere libellen is dit funest. Als dit probleem niet aan de bron wordt aangepakt, moet Natuurmonumenten in de toekomst herstelprojecten herhalen. Zo blijft het dweilen met de kraan open.

Libellen zien

Deze grote, felgekleurde luchtacrobaten zie je niet snel over het hoofd . Om ze goed te fotograferen moet je geduld en wat geluk hebben, want lang blijven ze niet stilzitten. Met hun grote facetogen nemen ze iedere beweging waar. De grootste kans maak je dan ook in de vroege ochtend of na een regenbui, wanneer ze zich opwarmen. Fotografeer met respect voor de natuur. Ook vanaf het pad maak je hele mooie foto’s. Een wandelroute over de Kampina waar je veel libellen tegenkomt, is de Huisvennenroute.

Gaffelwaterjuffer fotograaf: Paul Cools

Irma de Potter

Volg mij:Twitter