Nieuws van de boswachter

De juiste planten kiezen voor je tuin

02 juli 2020 | Mathiska Lont

Wil je ook zo’n mooie bloementuin waar vlinders en bijen lekker veel nectar en stuifmeel kunnen vinden? Maar twijfel je in het tuincentrum welke planten je moet kopen? Boswachter Mathiska legt uit waarom het bij de ene plant gonst van de insecten en het bij de andere plant maar een stille boel blijft.

Distelvlinder op korenbloem

Ontvang de gratis actiekrant met de tuintips van Mathiska in je mailbox

Het zal weinig mensen ontgaan zijn. Het gaat niet goed met de insecten in Nederland. Maar liefst 70 procent van alle insecten is verdwenen. Gelukkig willen steeds meer mensen bijen en vlinders een handje helpen door extra bloemen in hun tuin te zetten. Let dan op een paar dingen:

1. Kies planten die passen bij jouw tuin

Planten komen in de natuur voor op de plek waar ze het goed doen. Als je een plant in je tuin zet ben jij degene die bepaalt wat waar komt. De vraag is of hij er gaat aarden of het loodje legt. Een plant die van zon houdt, doet het niet in de schaduw.  Een droogte minnende soorten houden niet van natte voeten. Kijk bij een tuincentrum dus goed waar de plant van houdt of vraag dit na.

2. Het hele jaar een tuin vol bloemen

Het is fijn om jaarrond bloeiende planten te hebben. Dan hebben vlinders en bijen altijd wat te eten. Naast de bollen in het voorjaar kun je met je beplantingsplan rekening houden met de seizoenen.

Dit zijn bloemen waar insecten dol op zijn: vlinderstruik, wilde kamperfoelie, lavendel, marjolein, tijm, salie, ijzerhard, kruipend zenegroen, herfstaster, koninginnekruid, adderwortel, hemelsleutel, zonnehoed, valeriaan, klimop, paardenbloem, grote teunisbloem, look-zonder-look, kaasjeskruid, kattenstaart, teunisbloem, kogeldistel en kruisdistel en beemdkroon.

3. Cultivars of wilde planten?

Veel soorten worden gecultiveerd. Veel bloemen hebben in de natuur vooral veel blad en kleine bloemen. Daar houden wij mensen niet zo van. Cultiveren is niets anders dan het  kweken van planten met prachtige grote bloemen. Of dubbele bloemen of bijzondere kleuren of franjes. Ze zien er vaak spectaculair uit, maar de natuur heeft er niet veel aan. Waar bij een wilde soort een insect nog met zijn tong bij de nectar kan, is dat bij van die doorgekweekte soorten niet meer zo. Door de grote of vele kroonbladeren kunnen ze niet meer bij de nectar onder in de bloem. En ze herkennen de nieuwe planten vaak niet. Insecten herkennen een plant aan de geur, kleur en vorm.

4. Planten van hier of uit verre streken?

De bloem is een bijzonder ding. Zij adverteert met geur en kleur om de juiste insecten aan te trekken die haar helpen om haar te bevruchten. Als ‘beloning’ geeft de plant nectar en stuifmeel als voedsel terug. Bloem en insect zijn op elkaar afgestemd. Soms heel algemeen, maar meestal is hun samenwerking heel specifiek door de vorm van de plant, de tijd dat ze bloeit of door haar kleur en geur. Maar niet alleen voor de bevruchting zijn planten en dieren van elkaar afhankelijk. Ook bij het opruimen van afgestorven planten hebben ze elkaar hard nodig. Anders is er niemand om plantenmateriaal  op te ruimen. Het blad blijft veel langer liggen en verteert nauwelijks. De voedingstoffen komen dan niet terug in de grond en zijn niet beschikbaar aan andere planten en dieren. Op planten van elders (een exoot) komen maar een stuk of wat organismen voor.

Wil je dus een tuin inrichten voor de natuur dan is het slim om zoveel mogelijk soorten te gebruiken die al in Nederland voorkomen.

5. Pas op met ‘gevaarlijke’ planten

Misschien vind je exoten juist wel geweldig, omdat geen enkele insect hem lekker vindt. Geen last van vraat, ziektes of andere vervelende zaken. Zo’n exoot wordt wel een probleem als hij zichzelf razendsnel kan vermeerderen door bijvoorbeeld ondergrondse wortels of zaden die ver kunnen springen. Dan noemen we de plant een invasieve exoot. Beruchte voorbeelden hiervan zijn Japanse duizendknoop, reuzenbalsemien en waterplanten als watercrassula en waterhyacint.  Ze vermeerderen zich snel en komen ook buiten je tuin terecht. In de natuur verdringen ze de planten die hier van oorsprong voorkomen. 

 Wil je komende tijd dus je tuin (her)inrichten let dan eens op onderstaande:

  • Gooi soorten die erg in je tuin woekeren niet in de natuur of plantsoen, want ook daar kan het een enorme plaag worden. Als ze het in jouw tuin al heel goed doen, dan doen ze dat daarbuiten ook.
  • Informeer goed voordat je een plant aanschaft zodat je weet wat je in huis haalt. Planten uit een ander werelddeel kunnen zich overheersend gedragen en zijn qua natuurwaarden niet interessant.
  • Als op het label staat dat iets snel groeit, zou ik nog even wachten met kopen en eerst op onderzoek uitgaan.
  • Koop inheemse, natuurlijke planten. Dan is de kans op dit soort massale woekeringen heel erg veel kleiner. 

Meer planten en dieren in je tuin?

Wij kunnen niet zonder natuur. En de natuur kan niet zonder ons. Geef dieren en planten meer ruimte. Ga voor groei, begin in je eigen tuin of op je balkon. Zet je tuin in bloei met de tuintips van Mathiska uit de actiekrant.

Vraag de gratis actiekrant aan

Nog meer tips voor je tuin

Mathiska Lont
Mathiska Lont
logo