Kraanvogel

De kraanvogel is een zeldzame vogelsoort in Nederland. Sinds 2001 broeden er weer enkele paartjes in ons land, maar dat is niet ieder jaar succesvol. Natuurmonumenten doet er alles aan om deze dieren te beschermen. De grote vogels zijn een indrukwekkende verschijning, met een spanwijdte tot wel ruim twee meter. Lees hier alles over de kraanvogel: kenmerken, verspreiding, leefwijze en bescherming.

Kraanvogel en ree

Het is één van de grootste vogels van ons land: de kraanvogel. ‘Niet alleen het formaat, maar zeker ook het trompetachtige geluid van de kraanvogel is indrukwekkend’ vertelt Martin Snip, boswachter Natuurmonumenten. ‘Als je ze nog niet ziet, dan kun je ze vaak al wel horen.’ Mede dankzij de zachte winters en een steeds groter wordende populatie in Duitsland, komen er steeds meer kraanvogels in Nederland. 

Hoe herken je een kraanvogel? 

Kraanvogels (Gruidae) zijn groot, het is samen met de zeearend de grootste vogel die voorkomt in Nederland. In de lucht herken je ze vooral doordat ze met gestrekte nek en poten vliegen. Dit is een belangrijk verschil met onder meer een reiger, die z’n nek ingetrokken houdt als hij vliegt. 

Enkele kenmerken van de kraanvogel: 

  • hoogte: 95 tot 120 centimeter  
  • spanwijdte: 180 tot 200 centimeter
  • snavel: puntig
  • kleur: blauwgrijs, met een zwarte nek en een wit-rode kop. Jonge dieren hebben een bruine kop
  • ze staan hoog op hun poten, de staart waaiert uit
  • ze vliegen met gestrekte nek en poten 
  • ze maken een trompetachtig geluid
Vliegende kraanvogels

Waar komt de kraanvogel voor?

De grootste kans om kraanvogels te zien in Nederland heb je in het voor- en in het najaar. Als ze over ons land trekken van en naar hun broedgebieden in het noorden en oosten van Europa. Ze overwinteren bijvoorbeeld in Spanje, waar ze leven van de eikels van steeneiken. Als het weer warmer of kouder wordt dan gaan ze op reis. Met duizenden tegelijkertijd. Tegen de avond strijken ze hier en daar neer om te rusten en te eten. Dit doen ze ook op vaste plekken in het oosten van ons land, zoals in de Peel, het Dwingelderveld, het Leersumse veld en in het Fochteloërveen. Vroeger kwamen er veel meer kraanvogels voor in ons land. Je komt het woord kraan soms tegen in namen van plaatsen of van landgoederen. Broeden doen kraanvogels in uitgestrekte moerasbossen en hoogvenen. Nadat ze eeuwen lang weg zijn gebleven, is het Natuurmonumenten gelukt het Fochteloërveen zo in te richten dat er in 2001 een stelletje kraanvogels een jong grootbracht. Sindsdien zijn het er steeds meer geworden en broeden ze onder meer ook in het Dwingelderveld. Door de warmere winters overwinteren kraanvogels steeds vaker gewoon in Nederland. In Europa komen ze onder meer voor in Duitsland, Spanje, Frankrijk, Scandinavië en Polen. 

Kraanvogels in het veld

Broedtijd kraanvogels

In het voorjaar krijgen kraanvogels zoveel lentekriebels in hun lijf dat ze gaan dansen. Nu zijn er meer vogels die wel eens en dansje doen, maar ze kunnen niet tippen aan het ballet dat kraanvogelstelletjes opvoeren, met metershoge sprongen, sierlijk klapwiekend en zich begeleidend met schallende kreten. Het is spectaculair om te zien, maar houdt altijd voldoende afstand om de dieren niet te verstoren. Na het dansritueel volgt meestal ergens in maart de paring en het bouwen van een nest. Dit doen ze op een zo rustig mogelijke plek, omringd door water. Zo zijn ze veilig voor jagers die het op de eieren en later op de jonge vogels voorzien hebben. Als het voorjaar en het begin van de zomer erg droog zijn dan verdwijnt het water wat eigenlijk altijd slecht nieuws is voor kraanvogels. Als de jongen het wel overleven dan zorgen beide ouders voor ze, driekwart jaar lang. Daarna moeten de jongen zichzelf kunnen redden. 

Kraanvogels vliegen op

Wat doet Natuurmonumenten voor kraanvogels?

Kraanvogels broeden in uitgestrekte moerasbossen en laagvenen. Hun nest bouwen ze het liefst op een rustige plek omgeven door kniediep water. Maar uitdroging is een serieuze bedreiging voor het Fochteloërveen. Hoogveen kan alleen doorgroeien als er voldoende regenwater in het gebied blijft. Met het afgeronde project ‘The Dutch Crane Resort’ werkten wij samen met de omgeving aan een goede balans in de waterhuishouding. Ook is er aan de randen natuur bijgekomen. En we hebben akkers aangelegd, speciaal voor kraanvogels. Hier kunnen ze rustig eten. Ze zijn niet kieskeurig, ze houden van diverse soorten granen maar ook van maïs. We zetten in op behoud van veen en heide, het gebied van de kraanvogel en op rustige voedselgebieden in de vorm van akkers. Verder helpen vrijwilligers van Natuurmonumenten de dieren als ze een weg willen oversteken. Dit doen ze nadat in 2018 kuikens overleden door drukte op de weg bij het natuurgebied.  
Ook in het Dwingelderveld proberen we het water vast te houden. Zo dempen we sloten en herstellen we lage delen in het gebied. Zo houden we het water langer vast. Goed voor de planten en dieren in het gebied. Én het voorkomt dat de buren bij extreme regenlast wateroverlast krijgen. Dan is het natuurgebied een waterberging. 
Verder creëren we plekken waar mensen de vogels kunnen bekijken zonder dat de dieren daar last van hebben. Vanuit de ‘7’ (uitkijktoren in vorm van een 7) in het Fochteloërveen en de vogelkijkhut in het Dwingelderveld heb je met enig geluk kans om ze te zien en/ of om hun indrukwekkende trompetachtige roep te horen.

logo