Monument

Boerderij Ackerdijkse Plassen

Net als iedere streek van Nederland had ook Delfland in Zuid-Holland zijn eigen boerderijtype. Daar is de boerderij van de Ackerdijkse Plassen een mooi voorbeeld van.

Horizontal tabs

Monument

Ackerdijkse Plassen, Delft, Zuid-Holland, Nederland, EuropaFotograaf: Janko van BeekBron: Natuurmonumenten

Vroeger had iedere streek van Nederland zijn eigen boerderijtype: de stolp in Noord-Holland, de carréboerderijin Limburg, de kop-hals-rompboerderij in Friesland, de grote zwartgeteerde schuren in Zeeland en de langgevelboerderij in Noord-Brabant. Ook Delfland in Zuid-Holland had zijn eigen boerderijtype en daar is de boerderij van de Ackerdijkse Plassen een mooi voorbeeld van.

De boerderij is niet vrij toegankelijk. Wel is het mogelijk om de boerderij te huren voor vergaderingen. Ook start er iedere maand een wandeling door het natuurgebied.

Zestiende eeuw

Dit type ontstond al in de zestiende eeuw toen in deze contreien voor het eerst boerderijen in steen gebouwd werden. Hoe oud de boerderijplaats van de boerderij van Ackerdijk is, is mogelijk door archeologisch onderzoek te achterhalen. In ieder geval stond hier al in 1611 een boerderij. Deze is weergegeven op een kaart van Delfland door Floris Balthasars.

Andere indeling

In die tijd was het gebruikelijk dat in het voorhuis van de boerderij gewoond en gewerkt werd. Daar was een grote schouw met open vuur en daar werd boter en kaas gemaakt. Er was een directe verbinding met de kelder, waar de melk koel bewaard kon worden. De toegangsdeur tot de boerderij zat in de voorgevel. Toen in de zeventiende eeuw de vraag naar zuivelproducten toenam gingen de boeren zich meer toeleggen op de zuivelbereiding. Het wonen en werken werd gesplitst. Er kwam een werkruimte in het achterhuis, met een nieuwe schouw en vaak werd de stal verlengd om meer vee te kunnen houden.

Fotograaf: Janko van BeekBron: NatuurmonumentenBakoven

De ontwikkeling van de boerderij van Ackerdijk zal niet anders zijn geweest. De werkruimte, de boenhoek, is nog goed herkenbaar. De schouwpartij daar heeft nu negentiende eeuwse kenmerken met een aangebouwde bakoven en een waterfornuis. In de bakoven werd - eens per week - brood gebakken. Dat gebeurde nadat de oven heet was gestookt met takkenbossen. De as daarvan werd verwijderd en door de hitte van de ovenwand werden de broden gebakken.

Waterfornuis

In het waterfornuis werd water verwarmd door vuur onder de grote ketel te stoken. Voor het maken van kaas was warm water nodig. De ketel werd ook gebruikt voor het koken van de was of van veevoer.

Kaas en boter

De roodgeschilderde schouwbalk vertoont zeventiende eeuwse decoraties. Mogelijk is deze balk afkomstig van de vroegere grote schouw in het voorhuis. In de boenhoek werd ook boter gekarnd. In de karnmolen liep een paard rond en dreef een groot tandwiel boven zijn hoofd aan. Via een haakse overbrenging in de boenhoek ging in de karnton een stok met een schijf met gaten op en neer. Zo werd in ongeveer drie kwartier de room van de melk tot boter gekarnd, met karnemelk als restproduct. Omdat de melk eerst werd afgeroomd werd in de streek magere, Leidse kaas gemaakt die extra smaak kreeg door komijnzaad aan de wrongel toe te voegen.

Boomgaard

De boomgaard vormt een belangrijk onderdeel van het boerderijterrein. Er staan en stonden veel verschillende soorten fruitbomen, vooral appels en peren. Doordat de diverse soorten fruit verschillende eigenschappen hebben, kon het boerengezin daar vrijwel het hele jaar door van profiteren. Er was fruit dat vroeg rijp was, maar ook fruit dat pas tegen de winter geconsumeerd kon worden. Fruit werd vers gegeten, maar ook gedroogd of ingemaakt. Om het fruit te drogen werd gebruik gemaakt van een droogkast die op de zolder boven de schouw aanwezig is. Naast de droogkast bevindt zich een verbreding van het rookkanaal, de rookkast, waar vlees werd gerookt om het langer houdbaar te maken.

Andere monumenten in de buurt

word nu lid