Monitoring Snoeyinksbeek levert mooie eerste resultaten
Na jaren van beekherstel laat de Snoeyinksbeek voorzichtig resultaat zien. Ecologen troffen tijdens een eerste visonderzoek meerdere bijzondere soorten aan, waaronder riviergrondel en serpeling. Een hoopvol signaal voor de ecologische ontwikkeling van de beek.

Werken naar de eisen van de kaderrichtlijn en habitatrichtlijn
De afgelopen jaren ging veel energie naar de herinrichting van de Snoeyinksbeek. Dat gebeurde binnen Natura 2000 Landgoederen Oldenzaal, waarin provincie en waterschap samen werkten aan Natura 2000- en KRW-opgaven. De Kaderrichtlijn Water (KRW) is Europese wetgeving die ervoor zorgt dat beken, rivieren, sloten en meren schoner en gezonder raken. Het laatste traject, bij de monding in de Dinkel, kreeg vorm binnen project Dinkel Kralen Noord.
De Snoeyinksbeek geldt als potentieel leefgebied voor de zeldzame Rivierdonderpad, een soort die valt onder de Habitatrichtlijn. De Habitatrichtlijn is Europese natuurwetgeving uit 1992 die kwetsbare planten, dieren en leefgebieden beschermt. De beek stroomt vanaf het intrekgebied op Landgoed Boerskotten tot aan de Dinkel en heeft een lengte van bijna 6 kilometer.

Sleutelbloem langs de Snoeyinksbeek
Eerste blik onder water
Na tien jaar plannen en uitvoeren volgt nu de volgende stap: monitoren. Afgelopen week trokken vier ecologen de beek in om met netten de visstand in beeld te brengen.
Dat leverde direct resultaat op. In een paar uur tijd vingen zij 85 vissen, waaronder:
- Riviergrondel
- Serpeling (bijna 20 exemplaren)
- Drie- en tiendoornige stekelbaars
- Vetje
- Zeelt
Wat zeggen deze soorten?
Opvallend is de vangst van riviergrondel en serpeling. Dit zijn zogeheten KRW-doelsoorten. Dat zijn vissoorten die horen bij een gezond beektype volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW). Overheden gebruiken deze soorten als graadmeter: komen ze voor, dan wijst dat op een goed functionerend watersysteem met voldoende stroming, variatie en schuilplekken. De aanwezigheid van deze soorten laat zien dat de Snoeyinksbeek zich ontwikkelt in de richting die vooraf is beoogd.
Hoopvolle signalen
Naast vis zagen de onderzoekers ook verschillende beekbegeleidende planten en een paartje Grote gele kwikstaart — soorten die passen bij een gezonde beek. De rivierdonderpad liet zich nog niet zien. Maar dat is geen reden tot zorg. De omstandigheden verbeteren zichtbaar en bieden perspectief. Bij een volgende bemonstering, bijvoorbeeld over drie jaar, kan dat zomaar anders zijn. De basis ligt er. 🌿









