Natuurgebied Imstenraderbos is Zuid-Limburg in het klein. Je vindt er oud bos, een droogdal, hellingbossen en vele landschapselementen. Geniet na een uitdagende klim van een adembenemend uitzicht over het dal en de stad. Op het gezang van de vogels na heerst in het diepe bos een bijzondere stilte. Vlak bij de stad en toch een oase van rust!
De route volgt de paaltjes met gele band
Draag stevige en waterdichte wandelschoenen i.v.m. modderige paden
De route is niet geschikt voor kinderwagens of rolstoelen
In dit fraaie, eeuwenoude loofbos spelen machtige beuken en zomereiken de hoofdrol. Dankzij de voedselrijke bodem en de hoge leeftijd van de bomen staan hier waarschijnlijk de hoogste en meest majestueuze beuken van Nederland. Sommige bomen stammen zelfs uit het einde van de 18e eeuw!
Het bos ligt op de steile helling van een grubbe: een droogdal dat is ontstaan door eeuwenlange uitslijting.
2. Aan de bosrand
Door de afwisseling van bos en weilanden maak je in het Imstenraderbos veel kans om dieren te spotten. Bij de poel komen bovendien regelmatig reeën drinken. De weilanden zijn een ideaal jachtgebied voor buizerds en uilen, waaronder de bosuil en ransuil. In het bos huizen meerdere soorten vleermuizen. Op de akkers, graslanden en in landschapselementen zoals graften en (meidoorn)hagen schuilen vogels, zoals de patrijs, grauwe klauwier en grasmus.
3. Werken aan gezond bos
Natuurmonumenten haalt regelmatig Amerikaanse eiken en sparren uit de bosrand. Dit zijn boomsoorten die hier oorspronkelijk niet voorkomen. Op de open plekken planten we inheemse bomen. Hierop groeien namelijk veel meer insecten en schimmels dan op bomen die hier niet vandaan komen. En die trekken weer vogels en andere dieren aan. Zo ontstaat er in het bos meer biodiversiteit.
Hoe meer verschillende soorten planten en dieren, des te meer kansen het bos biedt voor het vinden van voedsel, nest- of schuilplek. Een gemengd bos is bovendien beter bestand tegen ziektes en stormen. Door soms bomen weg te halen, wordt het bos ook meer open. Daardoor kan zonlicht de bosbodem bereiken en krijgen voorjaarsbloemen weer een beter kans om te groeien.