Ga direct naar inhoud
Nieuws

De Molenplas: een (vogel)bezoek waard

06 mei 2026 | Kay Jans

Tjeu Vossen is als vrijwilliger van Natuurmonumenten betrokken bij het inventariseren van (broed)vogels bij natuurgebied de Molenplas. Regelmatig trekt hij – alleen of met een groepje - erop uit. Zo ook deze vroege lenteochtend in april. Een verslag van een gepassioneerd vogelaar.

Nachtegaal

Op zondag 26 april stond om 06.00 uur in de vroege ochtend een groepje enthousiaste vogelaars klaar om de Molenplas te bezoeken. Ieder uitgerust met een verrekijker en hier en daar zelfs een telescoop. Mensen die dus blijkbaar gewend zijn om vogels te gaan spotten. 

Zwartkop

Als je vanuit de hoofdingang bij de Hompesche Molen het terrein in gaat zie je aan de rechterkant een struweel bestaande uit hoge braamstruiken en meidoorns. Enkele hogere bomen maken het landschappelijk tafereel compleet. Vanaf de parkeerplaats werd de Zwartkop al gehoord en dichterbij gekomen bleken meerdere soorten in dit dichte struikgewas hun aanwezigheid middels melodieuze klanken te verraden. De Zwartkop herkende iedereen al aan de hoge klanken aan het einde van zijn zang. 

Krasmus

Behalve een Zanglijster (luid roepend) en een Merel (melodieus zingend), waren er nog wat brabbelende geluidjes te horen. Het ene een deuntje, dus steeds een herhalend ‘liedje’, het ander een doorlopende stroom van klanken, zelfs iets monotoon lijkend. Als snel werd duidelijk dat de eerste een Grasmus was, ook wel ‘Krasmus’ genoemd vanwege het krassende effect in zijn klanken, en de tweede een Tuinfluiter, ook wel ‘snelle Merel’ genoemd. Niet iedereen in de groep kon de soorten gemakkelijk van elkaar onderscheiden, maar oefening baart kunst. We zouden de komende drie uurtjes nog genoeg kansen krijgen om de soorten goed in te prenten.

Grasmus

Grasmus

Donsjongen

Langs de Stevolplasjes lopende, hoorden we de luid keffende Meerkoeten al en de opvliegende Krakeenden en Wilde Eenden. De Grauwe Gans was ook aanwezig en attendeerde de andere soorten al luid roepend op onze aanwezigheid. Als je in juni terugkomt dan zitten er honderden ganzen op de plas, vaak verscholen onder de overhangende vegetatie want de vogels zijn dan in de rui en kunnen niet vliegen. Nog twee ganzensoorten deden hun opwachting: de Grote Canadese Gans en de Nijlgans. Het zien van donsjongen wijst erop dat de soorten hier ook daadwerkelijk broeden. Behalve Meerkoet zagen we ook regelmatig de Fuut op een nest zitten. De vogels zitten best honkvast. Nou ja, ze weten natuurlijk dat van een groepje vogelaars op de oever geen gevaar te duchten is.

Vijftien nachtegalen 

Aan de overkant, tussen de struiken en lage bomen op de eilandjes horen we Kneu zingen, Groenling, Winterkoning, Merel en weer de Zanglijster. De eerste Nachtegaalklanken komen echter van achteren. Een hoge meidoornhaag zit vol met ‘bruine vogeltjes’ zei iemand, en daar komen ook de klanken van de Nachtegaal vandaan. Wat een mooie zanger is dit. Een grote variatie aan tonen en toonladders kwamen ons tegemoet en al snel hoorden we een tweede en zelfs een derde vogel reageren. Terwijl we verder in het gebied vorderden kwam de teller al snel op zes vogels, tien even later en voor het einde van de tocht werd een record van vijftien Nachtegalen genoteerd.

Fuut met jonge

Fuut met jongen

Bekende geluidjes

Het ooibos naderend komen wat meer bekende geluidjes ons ter ore: Roodborst, Vink, Tjiftjaf, Koolmees en Pimpelmees. De eerste broedt pas sinds een paar jaar in de Molenplas. Hij verblijft in het vroegste voorjaar wel met enkele tientallen aan de randen van het gebied, maar naarmate het seizoen vordert blijken dit allemaal wintergasten te zijn. Die trekken door naar Scandinavië en laten de Molenplas over aan de standvogels. Twaalf Roodborsten half april is een nieuw record voor de soort. De zich steeds meer ontwikkelende vegetatie van open naar gesloten landschap, is voor deze grondbroeder ideaal: er is genoeg beschutting tegen weer en wind, bescherming tegen predatoren, nestgelegenheid in het dichte struikgewas en genoeg open plekjes ertussen om voedsel te zoeken. 

Cetti's zanger

Cetti's zanger

Cetti’s Zanger

Ook de Heggenmus laat zich met tien zangers goed horen, maar dan niet midden in het dichtere bos, maar aan de randen ervan. Daar waar de braamstruiken of meidoorns dicht genoeg zijn om zich in te verschuilen. Het zachte, prevelende zangetje moet je kennen, anders gaat het in de kakofonie van het geheel verloren. Inmiddels is de Cetti's Zanger ook al opgemerkt. Je kunt er ook bijna niet langs – hij ‘scheldt’ zijn deuntje zowat de wereld in. Een beetje stotterend bij aanvang, maar vervolgens een stortvloed van luide klanken. Iedereen heeft hem meteen gehoord. En er zullen er nog vijf volgen voordat we weer bij de molen terug zijn. 

Meeuwen gepuzzel

Bij het vogelijkpunt staan we natuurlijk even stil bij de ‘grote meeuwen’. Daarmee bedoelen we Zilvermeeuw, Kleine Mantelmeeuw, Geelpootmeeuw en Pontische Meeuw. Een rondvliegende Kokmeeuw, die al jaren niet meer broedt op dit eilandje, laten we al snel links liggen (vliegen…). Het gepuzzel om de grote meeuwen is begonnen. Vleugeltekening, formaat, kleur van de poten, kopvorm... Nou het blijkt lang niet zo gemakkelijk als in de boekjes beschreven staat! De lichtgrijze vogels worden al snel ‘zilvers’ genoemd en de vogels met donkere leikleurige ruggen ‘kleine mantels’. En daar stopt voor het overgrote deel van het groepje de kennis. Maar het enthousiasme waarmee gespeurd wordt, wordt er niet minder om. En dat is natuurlijk waar het om gaat.

Meeuwen en ganzen bij de Molenplas

Meeuwen en ganzen op de eilandjes

Rovers

Een Kleine Plevier doet de vreugde weer snel oplaaien. Hij laat zich, tussen de kiezelstenen op het eilandje, nog niet zo gemakkelijk lokaliseren. Vlakbij, op de dijk tussen de Molenplas en de Biltplas horen we het riedeltje van de Rietgors. Een soort die graag in de wat nattere delen van het gebied verblijft. “Hé, een Visdief”, roept iemand blij. Weer een soort aan de lijst toegevoegd. De Visdief had het gemakkelijk op het eilandje, toen de Kokmeeuw nog in grote getalen en dan bedoel ik zo’n vijfhonderd nesten, in het gebied voorkwam. In die kolonie kon je dan ook enkele Zwartkopmeeuwen ontdekken, maar die tijden zijn voorbij. En daarmee ook de aantallen van 40-45 paartjes Visdief. De Kleine Mantelmeeuwen zijn namelijk echte rovers en dat maakt dat de Visdief de laatste jaren met maar een enkel nest vertegenwoordigd is. 

Visdief

Visdiefjes aan het snacken

IJsvogel

We naderen het bomenmonument en iemand hoort het hoge geluid van een langs schietende IJsvogel. Niet iedereen heeft hem kunnen opmerken, maar dat mag de pret niet drukken. Met meer dan dertig soorten op ons lijstje gaat iedereen met een wel tevreden gevoel naar huis toe. Wie weet horen we de volgende keer ook een Spotvogel of Bosrietzanger, want die zomergasten zijn nog onderweg vanuit centraal Afrika naar ons toe. Zo is het elke keer weer een verrassing welke geluiden we aantreffen, welke vogels erbij komen of verdwijnen door het steeds veranderde landschap. Een prachtig spel van Moeder natuur. 

Tjeu Vossen in het veld

Tjeu in het veld

In 2021 was Tjeu te horen in het radioprogramma Natuur en zo van L1. De uitzending met een bezoek aan de Molenplas kun je hier beluisteren. Zelf op pad? Je hoeft echt geen kenner te zijn om vogels in de Maasvallei te spotten. Op het vogelkijkplatform bij de Molenplas vind je een informatiepaneel met soorten. Of maak gebruik van de vogelkaart van Rivierpark Maasvallei.

Kay
Kay Jans