6 redenen waarom spelen in de natuur gezond is
Een boomstam wordt een evenwichtsbalk, een tak een toverstaf. Buiten krijgt je kind de ruimte om te bewegen, te ontdekken en zelf iets te verzinnen. Wat maakt spelen in de natuur zo waardevol? Ontdek deze zes redenen en krijg zin om samen naar buiten te gaan.

1. Spelenderwijs meer bewegen
Balanceren op een boomstam, bukken om een beestje te bekijken of rennen door het gras. In de natuur beweegt je kind op allerlei manieren. Zo oefent het evenwicht, kracht en coördinatie. Daar is geen uitgestippeld parcours voor nodig: buiten valt vanzelf iets te ontdekken.
2. Ontdekken wat je zelf kunt
Durf ik over die boomstam? Hoe kom ik aan de andere kant van die plas? Buiten komt je kind kleine uitdagingen tegen. Door zelf te proberen, een oplossing te bedenken en soms opnieuw te beginnen, ontdekt het wat het kan. Geef ruimte om te oefenen en blijf dichtbij als hulp nodig is. Dat trotse ‘Kijk, het lukt!’ is goud waard.
3. Daglicht voor het slaapritme
Overdag naar buiten gaan helpt je lichaam om het verschil tussen dag en nacht te herkennen. Daglicht ondersteunt de biologische klok: het ritme van wakker zijn en slapen. Buiten spelen combineert dat licht met beweging. Dat kan bijdragen aan een goede nachtrust, al is het geen garantie dat je kind voortaan meteen in slaap valt.
4. Ruimte om te ontspannen
Ook kinderen hebben soms een vol hoofd. Buiten hoeft even niets af en is er ruimte voor een eigen avontuur. Naar de wolken kijken, rommelen met takken of luisteren naar vogels: de natuur kan helpen om tot rust te komen. Laat je kind het tempo bepalen. Niet ieder buitenmoment hoeft een activiteit met een opdracht te zijn.
5. Zonlicht en vitamine D
Onder invloed van zonlicht maakt de huid vitamine D aan. Die vitamine is belangrijk voor stevige botten en tanden en voor de werking van spieren en het afweersysteem. Bescherm je kind wel tegen verbranding: langer onbeschermd in de zon is niet nodig. Voor kinderen tot 4 jaar blijft het advies om dagelijks extra vitamine D te geven, ook als ze veel buiten zijn.
6. Buiten zijn is goed voor kinderogen
Buiten krijgt je kind veel meer daglicht dan binnen. Dat helpt de kans op bijziendheid te verkleinen. Oogzorgprofessionals adviseren daarom om kinderen dagelijks minstens twee uur naar buiten te laten gaan. Dat hoeft niet in één keer: buiten spelen, naar school lopen en een rondje door het park tellen allemaal mee.
Ga samen op avontuur
Je hoeft niet te wachten op een vrije middag of een uitstapje naar het bos. Begin in de tuin of het park om de hoek. Zoek kriebelbeestjes, volg een modderspoor of ontdek wat er tussen de stoeptegels groeit. Laat je kind kiezen: waar gaan jullie op onderzoek uit?
Bekijk de speel- en knutseltips van OERRR.
Meer weten?
Onderzoekers Agnes van den Berg en Femke Beute brachten in 2019 in opdracht van OERRR wetenschappelijk onderzoek naar natuur en de gezondheid van kinderen samen in het rapport ‘Geef kinderen de natuur (terug)’.
Lees het rapport ‘Geef kinderen de natuur (terug)’ (pdf).
Lees meer over vitamine D bij het Voedingscentrum.
Bekijk de 20-20-2-regel voor kinderogen bij het Oogfonds.









