Het lelijke jonge meeuwtje (Blog 3)
Geen zorgen meer over de regenton: er is vooral in de vierde bewakingsweek overvloedig regen gevallen.

Deze foto laat zien hoe de opgedroogde slenken zich weer vulden tot de rand. Gelukkig niet tot over de rand, zodat de kolonies lepelaars, visdieven en grote meeuwen gevaar liepen. Veel lepelaars kunnen daarbij ook wel tegen een stootje omdat ze nestmateriaal blijven aanslepen en op een steeds hogere nestbult broeden.
Wat waren er magistrale buien! Het woei zo hard dat het huis te veel schudde om op de bovenste verdieping in slaap te kunnen vallen. Dan maar onder de dekens op de bedbank een verdieping lager.
Eierroof
In het vorige blog meldden we dat het in een kolonie broeden samen met veel soortgenoten voordelen kan bieden wat betreft gedeeld risico op roof en opgeteld succes van verdediging. Dat zien we bijvoorbeeld bij de visdieven die inmiddels op een tweede vestigingsplek op de kwelder met ongeveer dertig nesten succesvol lijken te broeden. Ook vijftien dwergsternnesten zijn al ongeveer twee weken onderweg op het noordwest-strand.
Er worden wel diverse eierschalen gevonden met sporen van roof (zoals struifsporen en snavelbrede happen uit de schaal). De vogelwachters zien op een gegeven moment een zilvermeeuw een ei uit een nest van een soortgenoot roven als ze in een telgebied nesten controleren.
Bij een andere controleronde zijn in een eidernest net piepjonge kuikens uit het ei gekropen. Het nest ligt zó dicht naast een meeuwennest liggen dat de kuikens van beide soorten tegen elkaar aanliggen. Wie komt het eerst weer bij het nest: de eider-moeder of de meeuw-ouder?

‘Het lelijke jonge meeuwtje’
In een ander meeuwennest liggen drie donkere gevlekte eieren én een kleiner wit ei. Heeft een vreemde vogel met legnood dit nest uitgekozen om snel haar ei kwijt te raken? In de bewakers-app is de verdenking eerst op een velduil, maar met extra foto’s en de precieze maten van het ei wordt meer in de richting van een eend gedacht.
En dat blijkt terecht! Uit het journaal van Tweede Pinksterdag: “We zien bij het nest een meeuwenkuiken en een wilde-eendenkuiken gebroederlijk (of gezusterlijk) samen wegkruipen in het gras. De twee andere meeuweneieren zijn ook bijna uit. Hoe toevallig dat dit ‘koekoekseendenei’ op dezelfde dag uitkomt als het eerste meeuwenei.
Het eendje gaat moeder- en vadermeeuw als ouders inprenten, maar hoe gaan de meeuwenouders het eendenkuiken zien? Als hun jong of als hun eten? En wat als het eendje niet van vis houdt?
De volgende dag komen we toevallig weer langs het nest en tot onze verbazing vinden we het eendje springlevend terug. De ouders zien het eendje kennelijk als hun jong.” (Zie foto midden).
Twee dagen later zijn er twee meeuwenkuikens in het nest en is het gekwaak verstomd! Geen eendenkuiken meer te bekennen. (Zie foto rechts.) Maar naast het derde meeuwenei ligt nóg een ei: de zilver-ouders blijken erg van eieren te houden en hebben nu een gaaf scholekster-ei in hun nest ‘gelegd’! Gaan ze naast hun derde meeuwenjong ook nog een scholekster uitbroeden?
Tekst: Jan Faber










