Vrijwilliger Wil Beeren kan niet zonder de natuur
Wil Beeren groeide op in de bossen rond Budel-Dorplein. Vogels vangen, schuitje trappen: zolang het buiten was, was Wil overal voor in. Ook op zijn 75ste is hij nog iedere dag in de bossen en velden van Kempen-Broek te vinden, volop in de weer voor ‘zijn’ PSW-groep én voor Natuurmonumenten. “Ik vind alles leuk wat met natuur te maken heeft.”

Als vrijwilliger bij het Pedagogisch Sociaal Werk (PSW) in Weert voert Wil met een begeleider en zeven cliënten werkzaamheden uit voor Natuurmonumenten en Het Limburgs Landschap. Ze ruimen prikkeldraad op, voeren snoeiwerk uit en houden wandelpaden en houtwallen vrij. Voor Natuurmonumenten monitort Wil ieder jaar de knoflookpad op de Loozerheide en houdt hij toezicht op het vee. Daarnaast ringt hij vogels en doet hij natuuronderzoek op het landgoed rond zijn woning.
Heerlijk, vindt hij dat. “De natuur brengt me rust. Als kind was ik altijd buiten, zomer of winter. Ik was de eerste op school die zijn korte broek aan had, echt een buitenmens.” Sinds anderhalf jaar woont Wil middenin de bossen, in een oude boswachterswoning. “Om zes uur ’s ochtends zit ik buiten met mijn bakje koffie. De reeën lopen door mijn tuin, net als de wilde zwijnen. De avonden zijn pikkedonker. Je hoort de uilen, alle andere dieren… Daar geniet ik echt van.”
Van Budel-Dorplein naar Senegal
Zijn vader had vroeger een volière met vogeltjes. “Die vingen we, illegaal. Maar vogels in een kooi vond ik niks.” Toch is hij altijd met vogels in de weer gebleven. Eerst als hobby, toen twintig jaar als natuuronderzoeker voor de provincie. En nu weer gewoon omdat hij vogels zo mooi vindt. Ieder najaar vangt Wil, met steun van Natuurmonumenten, trekvogels bij de zinkfabriek in Budel-Dorplein. Hij meet ze, weegt ze en noteert hun conditie en eventueel hun ringnummer. Is een vogel nog niet geringd? Dan doet Wil dat. Daarna laat hij hem weer los.
Alle gegevens gaan in een databank. Zo kunnen andere vogelaars zien of Wil een van hun vogels vangt. En andersom. “Je hoopt dat iemand zo’n vogel ooit weer terugvangt. Waar dan ook.” Een koperwiek die hij ringde werd 5.000 kilometer verderop in Rusland aangetroffen. En in Senegal ving een Zwitser van een onderzoeksteam een karekiet die hij had geringd. Zelf ving Wil met zijn collega-vangers wel 2.000 vogels terug, onder meer uit Rusland, Noorwegen, Zweden en Spanje.

Roodborsttapuit
Over de grens
Zelfs voor vogelonderzoek in het buitenland weten mensen Wil te vinden. Dan wordt hij gebeld: of hij mee wil om vogels te ringen? “Zo ben ik twee keer in Kameroen geweest voor een onderzoek naar watervogels, samen met de plaatselijke bevolking. In Iran ben ik drie weken geweest, in Turkije acht. Twee jaar geleden zijn we naar Zambia gereisd voor onderzoek naar een spotvogel die daar overwintert. Dat vind ik leuk om te doen. Als het maar met natuur, en vooral met vogels, te maken heeft, dan ben ik er wel voor te vinden.”
“Al vang ik twintig koolmezen, ze zijn me alle twintig even lief.”
Een van zijn favorieten is de roodborsttapuit, een kleine zangvogel met een donker kopje en oranje borst. “Vroeger zaten die hier heel veel. Met de ruilverkaveling zijn heggen en hagen verdwenen, waardoor de soort bergafwaarts ging. Maar dat vogeltje heeft zo’n aanpassingsvermogen! Als er maar één struikje staat, zit er een roodborsttapuit in.” Maar eigenlijk vind Wil alle vogels mooi. “Omdat ik zo vaak ga, vang ik ook zeldzame vogels. Maar al vang ik twintig koolmezen, ze zijn me alle twintig even lief.”
Lieveheersbeestje
Samen met Ernest Asseldonk bracht hij dertig jaar vogelonderzoek samen in een boek, dat is uitgegeven door de zinkfabriek. Met glanzend papier, want daar komen de vogels zo mooi op uit. Het is opgedragen aan zijn vrouw Nelly, die vijf jaar geleden overleed. Naast haar naam prijkt een lieveheersbeestje. “Mijn vrouw was een liefheerbeestjesmens. Ik vind alles mooi: vogels, maar ook vlinders en insecten, amfibieën, planten. Ik vind alles leuk wat met natuur te maken heeft.”
Voor Natuurmonumenten inventariseert Wil ieder jaar de knoflookpad, in Nederland een sterk bedreigde amfibie. En hij houdt toezicht op het vee op de Loozerheide. “Dan kijk ik hoe het met de runderen gaat en of de afrastering niet kapot is.” Af en toe begeleidt hij met een collega de ‘koeienwandeling’ naar de kudde. En soms neemt hij een klasje voor zijn rekening, zoals die keer dat hij met opgezette bever en buizerd bij de kleuters in Stramproy neerhurkte om ze te vertellen over zijn werk.

Taurossen
Samen voor de natuur
Voor Natuurmonumenten zijn vrijwilligers als Wil ‘superbelangrijk’, vertelt Joris Hurkmans, boswachter beheer. “We kunnen niet zonder. Vrijwilligers zijn onze extra handjes, ogen en oren in het veld. Of ze nu heel breed en vaak inzetbaar zijn, zoals Wil, of wat minder ervaren zijn en minder uren ter beschikking hebben: iedereen draagt met hetzelfde doel bij. Dat is ontzettend leuk.”
“Ik ben er niet zo voor gemaakt om achter de geraniums te zitten.”
Wil is in ieder geval van plan nog even door te gaan. “Natuurlijk, het kraakt wel af en toe. En na zo’n dag met de PSW-groep ben ik wel moe. Maar ik ben er niet zo voor gemaakt om achter de geraniums te zitten, dus gelukkig kan ik het nog. Ik heb het hier gewoon heel goed naar mijn zin. Het is zo belangrijk om buiten te zijn. Al heb ik als vrijwilliger mijn verplichtingen, ik ben een vrij mens.”
Wil je ook als vrijwilliger bij Natuurmonumenten aan de slag?
Mail ons voor meer informatie: [email protected]











