Bodem- en waterhuishouding Lycklamabos verstoord
Eens is de zes jaar evalueren we onze beheerwerkzaamheden om te bepalen of het de gewenste resultaten oplevert. Dit jaar gebeurt dat voor het Lycklamabos. Voorafgaand daaraan vinden er verschillende onderzoeken plaats.

Denk aan het beoordelen van de ontwikkeling van de broedvogelbevolking, de variatie aan planten en het terugdringen van de Amerikaanse vogelkers. Vorig jaar werd er onderzoek gedaan naar de bodem- en waterhuishouding van het Lycklamabos. Het staat er helaas niet goed voor.
Productiebos
De bodem- en waterhuishouding vormen het fundament van het bos. De samenstelling van de bodem en de wijze waarom regenwater in de grond sijpelt en door de bodem beweegt is bepalend voor wat er kan groeien, en welke dieren daar vervolgens van kunnen leven.
Er hebben zich de afgelopen eeuwen nogal wat veranderingen voorgedaan. De eertijds “woeste gronden” konden economisch benut worden door er eiken(schors) te telen. Maar door het vele en vaak ondiepe keileem in de ondergrond waren de gronden te nat om eiken goed te laten groeien. Daarom werd grofweg de eerste meter op “rabatten” gezet. Greppels werden gegraven om de afwatering te bevorderen en op de vrijkomende opgehoogde grond werden eikjes geplant. Deze konden nu groeien op een wat drogere bodem. Zo is de hele bodem van het bos vergraven en ligt er geen korrel zand meer op de plek waar de natuur het ooit heeft neergelegd. Dit zogenaamde “verstoorde profiel” beperkt de verscheidenheid aan planten dat er kan groeien.
Verstoorde bodembalans
Naast het verstoorde profiel, zien we in het bos een grote ophoping van plantenresten. Denk aan blad, naalden en takjes. De oorzaak hiervan is lastig uit te leggen, maar komt versimpeld op het volgende neer. Enerzijds kent het bos een onnatuurlijk hoog aantal zomereiken door de hakhoutgeschiedenis. Het blad hiervan verteert, samen met dat van de beuk, moeizaam.
Een veel belangrijkere oorzaak is echter decennialange milieuverontreiniging met eerst zwaveldioxide en later stikstof. Dit heeft geresulteerd in een grote daling van de zuurgraad van de bodem. De bodem is daarom steeds minder gastvrij geworden voor veel plantensoorten en bodemleven. Deze verstoorde balans is er de oorzaak van dat bacteriën, schimmels en macrofauna zich steeds moeilijker kunnen handhaven of verdwijnen, waardoor vruchtbaarheid en reinigend vermogen afnemen.

De wielewaal zouden we graag weer als broedvogel verwelkomen in het Lycklamabos.
Verdroging
Ook de waterhuishouding in het bos is bij lange na niet meer wat het geweest is. Hoewel dat soms na perioden van hevige regenval misschien niet zo lijkt, waren de grondwaterstanden vroeger veel hoger. Voor een deel wordt dit veroorzaakt door de uitgebreide begreppeling, maar dat betreft alleen de bovenste laag van het grondwater. Het diepere grondwater is door ontwatering van omliggende landerijen en drinkwaterwinning aanzienlijk gedaald. Hierdoor is tegendruk weggevallen, waardoor in de (na)zomer de grondwaterafstanden erg diep uitzakken. Het verschil tussen winter- en zomerstand bedraagt soms wel twee meter. Daar kunnen niet veel bomen en struiken goed mee omgaan, en ook dat beperkt de verscheidenheid aan plantensoorten die in ons bos kunnen groeien.
Afname biodiversiteit
Dit alles verklaart voor een belangrijk deel waarom er een afname te zien is aan biodiversiteit in het Lycklamabos. Uiteraard beraden wij ons op maatregelen om dit tegen te gaan, maar het is behoorlijk lastig omdat de oorzaken vooral buiten het bos liggen. Aan de neerslag van stikstof is weinig te doen en de regionale waterhuishouding is evenmin gemakkelijk aan te pakken.
Wat wel kan is verzachtende maatregelen in het bos zelf nemen. We kunnen bijvoorbeeld kalkachtige stoffen aan de bodem toevoegen om de zuurgraad op te krikken. Maar bodemchemie luistert erg nauw, dus voorzichtigheid is geboden om geen ongewenste neveneffecten te krijgen. Op plekken waar dat mogelijk is, kunnen we proberen meer water vast te houden om de verdrogende werking van het diepere grondwater later in het seizoen uit te stellen. Maar het blijven lapmiddelen omdat Natuurmonumenten de echte oorzaken buiten het bos niet alleen kan aanpakken.
Helaas zijn er geen eenvoudige oplossingen te vinden voor de problemen in het bos. De resultaten uit het bodem- en wateronderzoek nemen we mee in de evaluatie dit jaar en de nieuw op te stellen lange termijn natuurvisie voor ons bos.









