Speuren naar sporen in de winter
De wintermaanden zijn perfect om allerlei dierensporen te ontdekken in Rivierpark Maasvallei. Knaagsporen van de bever zijn nu heel goed zichtbaar. En heb je ook al eens op het snoei- en schilwerk van de Galloways en Koniks gelet?

Elk seizoen een ander landschap. Dat geldt zeker voor de Maasvallei. In de koudste maanden van het jaar valt goed te zien welke invloed de rivier én de wilde dieren hebben op het landschap.
Beverchips en glijbaantjes
Sporen van bevers zijn nu gemakkelijk te vinden, omdat er minder begroeiing is. Vooral verse knaagsporen in bomen vallen op en die zijn er in deze periode veel. Omdat er geen verse blaadjes, kruiden en planten zijn, eten bevers in de winter vooral bast van bomen, struiken en twijgen. Onderaan de boom zie je soms restjes hout liggen, ook wel ‘beverchips’ genoemd. Dit dieet vullen ze aan met worteldelen van waterplanten. Langs de waterkant kun je ook ‘beverglijbaantjes’ ontdekken: modderige plekken waar de dieren het water in- en uitkomen.
Hoogwatervluchtplek
Bevers zelf zie je niet heel vaak. En al helemaal niet overdag. Het zijn immers nachtdieren. Toch kun je tijdens hoogwaterperiodes zomaar een bever spotten. Als het water stijgt, kunnen de beverholen en -burchten langs oevers langzaam vollopen. Er zit dan maar één ding op: vluchten. In zo’n geval gaan bevers op zoek naar een tijdelijk onderkomen. Bijvoorbeeld op het dak van hun burcht. Of op een hogere, droge en beschutte plek zoals een boom of natuurlijk vlot. Als het water is gezakt, keren ze weer terug naar hun vertrouwde plek.

Verse beversporen
Schil- en snoeiwerk
De winter is ook bij uitstek de tijd waarin de Galloway-runderen en Konikpaarden knabbelen aan ruiger gewas, bomen en struiken. En dat is precies de bedoeling. Zo helpen ze mee om het gebied open en divers te houden. Bomen en struiken krijgen op sommige plekken de kans om op te groeien, op andere plekken worden ze teruggezet of opgegeten. Een vorm van dynamiek die belangrijk is voor de natuur. Tal van soorten profiteren van een gevarieerd landschap. De bast van bomen en struiken is trouwens ook een belangrijke mineralenbron voor de grote grazers.
Opengetrapte bodem
In de winter moeten de grote grazers meer moeite doen om voedsel te vinden. Soms is het nodig om grotere afstanden af te leggen of om delen van het terrein te bezoeken die in de zomer met rust worden gelaten. Doordat de kuddes Galloways en Koniks rondtrekken, wordt de bodem lokaal opengetrapt. Op deze open plekken ontstaan nieuwe pioniermilieus. Zo’n pioniermilieu biedt kiemplekken aan kruiden, bomen en struiken óf is een ideale plek waar insecten in het vroege voorjaar snel kunnen opwarmen.

Galloways snoeien struiken
Natuurlijke processen
In de Maasvallei geven we zoveel mogelijk ruimte aan deze natuurlijke processen. De natuur staat nooit stil. Waterstanden wisselen, zand en grind spoelt weg en belandt ergens anders, open plekken groeien langzaam dicht met bos, bevers bouwen dammen en knagen bomen om. Al deze dynamiek zorgt voor variatie in leefgebieden. De natuur laat zich niet dwingen en regelt zijn zaken zelf. Het resultaat is een verassend, biodivers landschap dat voortdurend in beweging is. En waar steeds iets anders te zien is.

Open plekken zijn kleine biodiversiteitshotspots. Op de foto een stierenkuil, met erachter een geschilde tak.
Pootafdrukken
Als het sneeuwt is het ideaal om naar pootafdrukken te zoeken. Zo kun je dus in elk seizoen op zoek gaan naar sporen. Een leuke activiteit om met kinderen te doen. Ga lekker naar buiten, neem pen en papier mee en schrijf op welke sporen je allemaal tegenkomt. Of gebruik de zoekkaart van OERRR.
Wil je meer weten over de effecten van begrazing? In de nieuwste editie van ons ledenmagazine Puur Natuur lees je er meer over. Of kijk eens op de website van ARK voor nog veel meer informatie en zoekkaarten.










