Ga direct naar inhoud
Nieuws

Opinie: Het stikstofdebat loopt vast omdat we de ruimte vergeten 

27 januari 2026 | Lennard Kamps

Op 22 januari 2026 verscheen dit opinieartikel van Jeroen de Koe, directeur Natuur bij Natuurmonumenten, in NRC.

Salland rivier landschap

Het land zit al jaren op slot vanwege stikstof. Elke voorgestelde oplossing lijkt te draaien om wat niet meer mag: minder bouwen, minder boeren, minder vliegen. Dat frame maakt het probleem politiek onverteerbaar en verhult de kern. Juist nu er een kabinet in de maak is dat zegt te willen breken met crisisbeleid, is het tijd om die kern onder ogen te zien.  

Het stikstofdebat is verengd tot uitstoot alleen. En ja, die moet omlaag, maar het probleem is breder. Stikstof is óók een ruimtelijk vraagstuk. Een vraagstuk van ruimte voor natuur. En precies daar ligt een onderschat deel van de oplossing: het uitbreiden en voltooien van het Natuurnetwerk Nederland, een samenhangend netwerk van natuurgebieden dat Nederland moet voorzien van robuuste, verbonden natuur in plaats van kwetsbare, versnipperde postzegels.  

De schadelijke effecten van stikstof zijn vooral merkbaar daar waar natuur klein en versnipperd is. In geïsoleerde gebieden stapelen problemen zich op en verdwijnen kwetsbare planten- en diersoorten. Dat is geen falen van de natuur, maar het gevolg van onze keuzes. We hebben natuur teruggedrongen tot de randen van ons bestaan: bedoeld voor een wandeling, rust in coronatijd, een paar dagen sneeuwpret. Die ruimtelijke verschraling werkt door in complete ecosystemen, met verlies van biodiversiteit én van diensten die natuur ons levert, zoals schoon water en bestuiving.  

Bescherming op papier van wat er nog is, en dat vervolgens met hand en tand verdedigen – bijvoorbeeld via Natura 2000 – is dan niet genoeg. Het zet ons juist vast. We lijken vergeten te zijn dat investeren in natuur gelijkstaat aan investeren in Nederland. Elke euro die in natuur wordt gestoken, levert een veelvoud op in gezondheid, leefbaarheid, waterkwaliteit, landbouw en economie. Het is een van de verstandigste investeringen die de politiek nu kan doen.  

Dat inzicht is niet nieuw. In 2013 besloten we tot de aanleg van het Natuurnetwerk Nederland, wat al een afgeslankte versie is van de Ecologische Hoofdstructuur. Wat wringt, is dat zelfs deze minimale afspraak ruim tien jaar later nog altijd niet is waargemaakt. Sterker nog, in het vorige coalitieakkoord klonk de oproep om de (snipper)natuur maar helemaal te schrappen. Dat is het slechtst denkbare idee. Het maakt natuur kwetsbaarder en daarmee ook onszelf, en het land gaat zo verder op slot.  

Juist door natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden ontstaat een robuust systeem, dat beter bestand is tegen stikstof, verdroging en klimaatverandering. Grotere natuur kan meer verstoring opvangen en biedt soorten ruimte om te herstellen. Zo schuiven we niet van stikstofcrisis naar pesticidencrisis naar watercrisis naar mestcrisis, maar bouwen we aan een systeem dat tegen schokken kan.  

Toch blijft de realisatie van dit netwerk ver achter bij de afspraken, blijkt uit de recent verschenen elfde Voortgangsrapportage Natuur – een rapport dat zonder media-aandacht in de la verdween. In 2013 spraken overheid en natuurorganisaties af dat het Natuurnetwerk Nederland in 2027 af zou zijn en dat daarmee de natuur die ruimte zou hebben gekregen. Die deadline nadert, maar nog duizenden hectares nieuwe natuur ontbreken. Zo houden we onszelf gevangen in een cyclus van noodmaatregelen en juridische conflicten. Zolang het natuurnetwerk incompleet blijft, blijft ook het stikstofprobleem terugkeren.  

Het debat moet daarom kantelen. Dat betekent aan de formatietafel niet alleen bekijken hoe we de stikstofuitstoot verlagen zodat er weer iets mag, maar ook hoe we voorkomen dat een volgende crisis zich aandient. Hoe bouwen we aan een rijke natuur, die het systeem als geheel sterker maakt?  

Natuurlijk moet de stikstofuitstoot structureel omlaag. Zelfs het meest uitgebreide natuurnetwerk is geen wondermiddel. Maar meer natuur betekent altijd meer veerkracht en minder kwetsbaarheid. Het betekent ook dat niet elke vergunning automatisch een ecologisch en juridisch mijnenveld wordt.  

Deze benadering biedt perspectief in plaats van weerstand. Hoe ziet ons landschap eruit met een rijkere natuur? Wat voor landbouw past daarbij? Dat vraagt niet om minder boeren, maar om andere boeren. Boeren die extensiever werken, zonder gif of kunstmest. Boeren die werken mét de natuur en de bodem sturend laten zijn voor het gewas dat wordt geteeld. 

Bij een Achterhoekse boer die zo werkt, zagen we bijvoorbeeld al binnen enkele jaren na de start een meetbare toename van insecten. Zo telde het EIS Kenniscentrum Insecten bij een inspectie maar liefst 48 bijensoorten, waaronder vier zeldzame: de geelstaartklaverzandbij, bremzandbij, tweekleurige koekoekshommel en roodsprietwespbij. De akkers sluiten vrijwel naadloos aan op de omliggende natuur. Ook het boerenbedrijf bloeit, onder meer dankzij het hoogwaardige graan dat hier groeit. Zo zijn er meer functiecombinaties mogelijk, bijvoorbeeld rond waterbeheer en de klimaatopgave.  

Er ligt een duidelijke opdracht voor de nieuwe regering. Ja, met sommige dingen moeten we stoppen. En ja, transitie doet pijn. Maar laten we vooral beginnen met bouwen: aan een natuur die werkt voor Nederland. Van de duinen tot de Veluwe, van het Wad tot het heuvelland. Sterke natuur in een landschap dat het waard is om in te investeren. 

Jeroen de Koe - Directeur Natuur, Natuurmonumenten

Dit opinieartikel verscheen op 22 januari 2026 in NRC.

Lennard Kamps