Paddentrek: wie maakt gebruik van die tunnels in de Oisterwijkse Bossen en Vennen?
Eind januari zijn de paddentunnels aan de Rosepdreef klaar gemaakt voor de paddentrek. Tussen eind februari en half maart vonden ook tellingen plaats van de amfibieën die deze oversteekplaatsen gebruiken richting de voortplantingswateren.

Wekker
In januari vonden de voorbereidingen plaats voor het grote natuurfenomeen waarbij padden en andere amfibieën, zoals kikkers en salamanders, massaal hun winterverblijf verlaten en naar het water trekken. Boswachters Niels en Giel van Natuurmonumenten maakten samen met de amfibieënwerkgroep van IVN Oisterwijk de oversteekplaatsen schoon. “Zodra de temperatuur in februari richting de 6 tot 8 graden Celsius gaat en het gaat na zo’n zachte dag regenen, dan verplaatsen ze zich ‘s avonds in grote groepen”, zegt Els Raaijmakers, coördinator van de werkgroep. “Het lijkt wel alsof in de lente bij alle soorten amfibieën tegelijk de wekker gaat!”

Boswachters Niels en Giel maken samen met de amfibieënwerkgroep van IVN Oisterwijk de paddentunnels aan de Rosepdreef in Oisterwijk schoon.
Veilig oversteken
Bij hun tocht naar het water moeten de amfibieën vaak wegen oversteken. Als de zon de hele dag op het asfalt heeft geschenen, gebruiken deze koudbloedige dieren het opgewarmde asfalt graag om even op te warmen voor het vervolg van hun tocht. Op zo’n open plek wachten de mannetjes graag op een lift van een vrouwtje en vervolgens de eitjes die het vrouwtje gaat leggen te bevruchten. Dat maakt ze nog kwetsbaarder op wegen waar regelmatig auto’s passeren. Els: “Vooral aan de Rosepdreef en de Bosweg in Oisterwijk zagen we veel doodgereden padden en kikkers. Daarom is onze werkgroep in 1997 opgericht met in 2002 als resultaat de paddentunnels aan de Rosepdreef en een verkeersluwe Bosweg”. Gedurende het jaar valt er van alles in de oversteektunnels waardoor ze verstopt raken. Om de route vanuit het bos naar de Oisterwijkse vennen vrij te maken, zijn in januari de tunnels schoon gemaakt.
Meten is weten
Dat de tunnels ook gebruikt worden is een feit. Alleen al doordat er sinds de aanleg minder verkeersslachtoffers zijn. “Monitoren is één van de taken van onze werkgroep”, vervolgt Els, “Eén keer in de vijf jaar vinden tellingen plaats bij de tunnels. We plaatsen dan een bak met een scheidingswand waar we de amfibieën in opvangen. Zo kunnen we zien welke soorten gebruiken maken van de oversteekplaatsen, in welke aantallen en van welke kant van de weg ze komen. Vanuit die bak zetten we ze handmatig over naar de kant waar ze naar onderweg waren. Vanaf 23 februari waren de omstandigheden ideaal en tot en met 14 maart hebben we iedere dag alles geregistreerd. In totaal zijn 679 amfibieën veilig door de tunnels gekropen. Het grootste aandeel waren padden, maar we hebben ook negentien bruine kikkers, vijf groene kikkers, drie heikikkers en vijf watersalamanders geteld waarvan twee Alpenwatersalamanders.”

Salamander in de opvangbak bij de tellingen aan de Rosepdreef.
Voortplanting
Waar de amfibieën in de winter veilig in holletjes en onder een dikke laag bladafval van hun winterslaap genieten, zijn ze in de lente en zomer kwetsbaar. Bij de Rosepdreef trekken ze naar het Klein Aderven op zoek naar een geschikte partner. Tijd voor de voortplanting in het ven waar ze zelf geboren zijn! In het water zitten de mannetjes die roepen om een vrouwtje te lokken. Sommige mannen zijn onderweg al niet meer te houden: als ze een vrouw zien, klimmen ze op de rug van hun geliefde en omklemmen haar met beide voorpoten. Amplexus heet dit, Latijn voor omhelzing. Dit kan dagen duren totdat het vrouwtje in het water haar eitjes afzet, waar het mannetje zijn zaad over uitstort. In het water vindt de bevruchting pas plaats. Meer over padden lezen? In dit artikel op onze website lees alles over deze soort!

Amplexus: het mannetje lift mee op de rug van het vrouwtje om de eitjes die ze in het water gaat leggen te bevruchten.
Bescherm mee!
Padden trekken na de voortplanting terug naar het bos; kikkers en salamanders leven in de buurt van het water. De jonge amfibieën kruipen vanuit het water het land op. Ze zijn nauwelijks te zien en daardoor extra kwetsbaar. Je trapt ze makkelijk onbewust dood. Als beschermer help je door afstand te houden van de oevers van de vennen en op de paden te blijven. Zo krijgen ze de rust en ruimte die zij nodig hebben.










