Kruisspin

Midden in haar web wacht ze geduldig tot er een vliegje of mugje invliegt. Op de kleverige draden schitteren dauwdruppels als diamanten in de mistige herfstzon. Wie kent haar niet? De kruisspin, bewoner van tuinen, parken en bosranden. In september is de kruisspin behoorlijk actief en zie je overal spinnenwebben. Hoe dat komt lees je op deze pagina.

Kruisspin

Webbenbouwer

De kruisspin is een mooi voorbeeld van een wielwebspin. In de herfst vallen de webben extra op, vanwege de dauw. Om zo’n web te maken begint de spin met een stevig vierkant waarbinnen ze spaken spant. Daar legt ze hulpdraden overheen die ze vervolgens opeet en vervangt door een spiraal van kleverige draden. Die draden hebben verschillende kleuren, die mooi oplichten in het zonlicht. Dankzij het waslaagje op haar haren kleeft de spin zelf niet vast aan haar breisel.

Spinrag wordt in grote klieren gemaakt en uit het lichaam geperst via de 6 spintepels aan het achterlijf. Daarmee maakt de kruisspin webben, maar ze spint er ook haar eitjes of prooien mee in.

Gifkaken

Als een insect vast komt te zitten in het web, komt de spin af op het gespartel en verlamt haar prooi met een giftige beet. Ze wikkelt het slachtoffer in en spuit hem vol met enzymen die het inwendige van het insect oplossen tot een vloeibaar soepje. Daarna zuigt ze haar prooi leeg.

Voortplanting

Mannetjes zijn maar half zo groot als de vrouwtjes. Een vrouwtje het hof maken, kan dan ook zomaar fataal aflopen. Om duidelijk te maken wat hij wil, trommelt het mannetje met zijn poten op haar web. Als hij welkom is, benadert hij haar voorzichtig. Met zijn knotsvormige tasters brengt hij zijn sperma over naar haar geslachtsorgaan. En maakt hij dat hij wegkomt.

Eitjes

In de herfst legt het vrouwtje zo’n 800 eitjes op een hoopje. Ze kiest daarvoor een beschut plekje. Met een geel laagje spinsel beschermt ze haar broedsel tegen vijanden, kou en regen. Tot haar dood – een paar weken later – bewaakt ze de eicocon.

Jonge spinnetjes

In het voorjaar kruipen de kleine spinnetje uit hun ei. Eerst blijven ze nog bij elkaar, maar na een paar vervellingen zijn ze groot genoeg en kiezen ze hun eigen pad. Aan een zelf gesponnen draadje laten ze zich met de wind meevoeren naar een nieuwe plek. In het najaar zijn de spinnetjes volgroeid en laten ze zich meer zien. Ze vervellen niet meer en zijn klaar om te paren. Dat moet voor de winter gebeuren, want dan gaan de meeste spinnen dood. 

logo