Ga direct naar inhoud

Mierenleeuw

Doodstil ligt hij onder het zand te wachten. Tot er een argeloze mier voorbijkomt, die in de val loopt. Een heuse vangkuil die hij zelf gegraven heeft. Dan schiet hij tevoorschijn, sleurt zijn prooi z’n holletje in en peuzelt hem daar rustig op. Maak kennis met de meedogenloze mierenleeuw.

Mierenleeuw volwassene

Ondergronds bestaan

Het grootste deel van zijn leven leidt de mierenleeuw als larve een verborgen bestaan onder het zand. Hij doet dan niets anders dan eten en groeien, wel een tot drie jaar. Als ie niet meer in z’n vel past, barst hij eruit. Na drie van zulke vervellingen, verpopt hij zich. Van kleverige draden spint de larve een cocon, waaraan zandkorrels blijven kleven. Een perfect gecamoufleerd pantsertje. Uit de pop komt een kersvers, volwassen exemplaar tevoorschijn. Even de vleugels drogen en vliegen maar.

Mierenleeuw levenscylcus

Frêle verschijning

De volwassen mierenleeuw leeft slechts tien dagen. Eten doet hij niet. Het bestaan draait dan om het zoeken van een partner, paren en eieren leggen. Hij lijkt wel wat op een gaasvlieg of waterjuffer. Maar hij is een stuntelige vlieger, die vooral in de avonduren op pad gaat. In rust vouwt hij zijn vleugels op tot een dakje. De stevige, knotsvormige voelsprieten zijn net hockeysticks.

Zonaanbidder

De meeste mierenleeuwen leven in warmere streken, zoals in Zuid-Europa. In Nederland komen maar twee soorten voor, de gewone mierenleeuw met gevlekte vleugels en de zwartkopmierenleeuw. Mierenleeuwen leven op kaal, droog zand in de duinen of op stuifzand in heidegebieden. Bijvoorbeeld langs een zonnig zandpad. Liefst onder een overhangend stukje, dan blijft de valkuil droog. Alleseter Vooral mieren staan op zijn menu, maar ook andere kleine insecten gaan erin. Eigenlijk is alles wat zijn vangkuil inloopt en niet kan wegkomen de pineut.

Vangkuilen mierenleeuw langs een zandpad

Vangkuil

Met zijn achterlijf en poten maakt de larve van de mierenleeuw een kuiltje in het zand. Onderin verstopt hij zich, alleen zijn grote kaken zijn zichtbaar. Een beestje dat de vangkuil inloopt, rolt naar beneden. Al snel komt de mierenleeuw in actie en bekogelt zijn prooi met een regen van zandkorrels. De prooi raakt alle grip kwijt en valt steeds dieper de kuil in, recht in de bek van de larve.

Vangkuil van mierenleeuw

Opgelost

De larve spuit met zijn kaken giftige verteringsstoffen in de mier, die daardoor vanbinnen oplost. De prooi wordt leeggezogen, waarna de mierenleeuw het lege huidje wegslingert.