10x dieren op de heide herkennen
Dieren op de heide: van de ree tot de adder. Ontdek welke tien bijzondere dieren leven op de warme, open heidevelden van Nederland, waarom juist dit landschap hun thuis is, en wanneer je de meeste kans hebt om ze tijdens een wandeling te spotten.

Waarom is de heide zo'n bijzonder leefgebied?
Heide is een eeuwenoud landschap dat is ontstaan door menselijk ingrijpen: begrazing, plaggen en maaien hielden de grond open en voedselarm. Zonder beheer verandert heide vanzelf in bos, en dat betekent minder ruimte voor de dieren die juist afhankelijk zijn van die openheid en warmte. Denk aan reptielen zoals de zandhagedis en de adder, die vrijwel uitsluitend op heidevelden voorkomen. Daarnaast leven er kenmerkende vogels, insecten en amfibieƫn die je op andere plekken in Nederland nauwelijks tegenkomt.
Roodborsttapuit
Dit vogeltje is een van de kenmerkende broedvogels van open heidevelden. Je herkent het mannetje aan de oranjerode borst en de zwarte kop, met een opvallend wit halsvlekje. Roodborsttapuiten zitten vaak op de top van een struikje, waar ze goed uitkijken over hun territorium.

Roodborsttapuit
Ree
De ree leeft graag op de overgang van bos en heide. Daar vindt hij alles wat hij nodig heeft: voedsel en een rustige plek om te herkauwen. Vroeg in de ochtend of tegen de schemering maak je de meeste kans op een glimp van dit schuwe dier.

Ree
Heikikker
De heikikker is een echte bewoner van vochtige heide en vennen. Tijdens de paartijd, in het vroege voorjaar, kleurt het mannetje opvallend blauw, een van de mooiste natuurverschijnselen die je op de heide kunt zien.

Heikikker
Kleine vuurvlinder
Deze kleine, oranje vlinder met zwarte vlekken fladdert 's zomers volop rond op droge heidevelden. Ze zijn te vinden waar schapenzuring groeit, de waardplant waarop de rupsen zich voeden.

Kleine vuurvlinder
Adder
De adder is de enige giftige slang van Nederland en voelt zich thuis op droge, zandige heide. Vroeg in het voorjaar kun je ze zien zonnebaden om op te warmen na de winterslaap. Een adder bijt niet snel, maar houd bij twijfel altijd afstand.

Adder
Kneu
Dit kleine vinkje van open landschappen voelt zich thuis op de heide. Je herkent het mannetje in de broedtijd aan zijn karmijnrode borst en voorhoofd, in combinatie met een warmbruine rug. Kneuen zitten vaak in kwetterende groepjes bij elkaar en broeden het liefst in lage struiken zoals gaspeldoorn.

Kneu
Bloedrode heidelibel
Van de rode heidelibellen is dit de meest algemene soort. Het beste kenmerk om hem te herkennen: volledig zwarte poten, zonder gele of bruine strepen zoals bij gelijkende soorten. Bij warm weer zie je hem soms zijn achterlijf omhoogstrekken om oververhitting te voorkomen.

Bloedrode heidelibel
Zandhagedis
Deze hagedis is vrijwel volledig gebonden aan heidevelden. Hij heeft veel vijanden, maar is ze meestal te snel af door razendsnel weg te duiken in de begroeiing. Lukt dat niet, dan laat hij als laatste redmiddel een deel van zijn staart los.

Zandhagedis
Das
De das graaft zijn burcht het liefst aan bosranden die grenzen aan heide, en foerageert 's nachts op de heide zelf. Met zijn kenmerkende zwart-witte kop en gedrongen lijf is hij goed te herkennen, al zie je hem door zijn nachtelijke leefwijze niet snel overdag. Op de heide graaft hij vooral naar wormen, insecten en emelten.

Das
Heideblauwtje
Dit kleine vlindertje is sterk verbonden aan bloeiende struikheide, waar het zowel nectar drinkt als zijn eitjes legt. Het mannetje is helder blauw van boven, terwijl het vrouwtje juist bruin gekleurd is met een subtiele blauwe glans. Je spot het heideblauwtje vooral op warme, zonnige dagen in de zomer, wanneer de heide op zijn mooist bloeit.

Heideblauwtje
Vraag het gratis routeboekje aan langs de bloeiende heide









