Ga direct naar inhoud
Nieuws

Bestrijding invasieve exoten weer van start

27 maart 2026 | Bianca de Craen

Op verschillende plekken in het Geleenbeekdal groeien invasieve exoten. Die groeien zo hard, dat ze andere soorten verdringen. Binnenkort begint hun bestrijding weer, onder meer in het Stammenderbos, Terworm en in Waalbroek. We moeten de werkzaamheden in het broedseizoen uitvoeren. Daarom gaan we extra voorzichtig te werk.

Reuzenberenklauw

Indringers

Exoten als reuzenberenklauw, Japanse duizendknoop en reuzenbalsemien komen hier niet van nature voor. Ze verspreiden zich enorm snel –  zo snel, dat ze soorten overwoekeren die in deze streek wél van nature voorkomen. Sommige exoten, zoals Japanse duizendknoop, kunnen bovendien schade aanrichten aan bijvoorbeeld wegen en gebouwen. 

Voorzichtig

Daarom halen we de invasieve exoten al een paar jaar regelmatig weg. Dat gebeurt aan het begin van het groeiseizoen: als de planten groot genoeg zijn om ze goed te zien, maar nog geen zaad hebben gevormd. De werkzaamheden vallen samen met het broedseizoen, waarin veel dieren jongen krijgen. Daarom letten we extra goed op en controleren we iedere plek voordat we aan het werk gaan. 

Reuzenberenklauw

Reuzenberenklauw komt in dit gebied het meest voor. De plant kan wel 3 tot 5 meter hoog worden, met grote, witte bloemschermen. In het Geleenbeekdal groeit hij in stroken van ongeveer 20 meter breed, verspreid over een gebied van 20 hectare langs de Geleenbeek. Daar verdringt hij inheemse soorten. Bovendien kan aanraking van de plant, in combinatie met zonlicht, ernstige brandwonden veroorzaken. 

Japanse duizendknoop

Japanse duizendknoop

Japanse duizendknoop komt op maar een paar plekken voor. Maar de plant kan zich heel snel verspreiden: door zijn ondergrondse wortels of doordat kleine stukjes van de plant uitgroeien tot nieuwe planten. Daarom is het erg belangrijk om zelfs de kleinste restjes van de plant op te ruimen en goed af te voeren. 

Reuzenbalsemien

Ook reuzenbalsemien kan zich snel verspreiden. De plant ‘schiet’ zijn zaden tot wel 7 meter weg. Ook via water, mensen en dieren komen zaden op nieuwe plekken terecht. De plant groeit zo hard, dat hij inheemse planten én dieren verdringt. Bijen en hommels lokt hij weg van inheemse soorten. Die maken daardoor minder zaad, en krijgen het nóg moeilijker. 

Er is nog een nadeel: reuzenbalsemien groeit vaak in dichte plekken op de oevers van beken en rivieren. Planten en grassen die hier van nature voorkomen, verstevigen de oevers met hun wortels. De wortels van reuzenbalsemien doen dat niet. Dat maakt de oevers kwetsbaar als de exoot in het najaar afsterft. 

Een wandelaar bekijkt de roze bloemen van reuzenbalsemien

Reuzenbalsemien

Bestrijding

Alle exoten pakken we consequent en langdurig aan. Reuzenberenklauw steken we twee keer per jaar af. Dat doen we deels machinaal, deels handmatig, en steeds voordat de plant nieuw zaad maakt. De plantenresten voeren we meteen af. Om de bestrijding zo effectief mogelijk te maken, werken we ook buiten onze natuurgebieden. Bijvoorbeeld op gronden van Waterschap Limburg.

Japanse duizendknoop en reuzenbalsemien trekken we tijdens het groeiseizoen twee keer per week uit. We graven de planten steeds weg. Dat doen we net zo lang tot we zeker weten dat er geen jonge scheuten meer opkomen. Zo blijven de andere soorten in het gebied goed beschermd. 

Meer weten?

De werkzaamheden worden mogelijk gemaakt door financiële bijdragen van de Europese Unie en de provincie Limburg, die hiermee het herstel van kwetsbare natuurgebieden ondersteunen. Kijk voor meer informatie over natuurherstel in het Geleenbeekdal op onze projectpagina

Heb je vragen over deze werkzaamheden? Mail ons dan: zuidlimburg@ natuurmonumenten.nl

Logo's provincie Limburg en NextGenerationEU
Bianca de Craen
Bianca de Craen