In een kolonie sta je samen sterk (Blog 2)
Veel zon en harde wind typeerden de eerste weken op Griend. Zienderogen droogden de zoetwatervoorraden op, in de Westplas in het noordwesten, in plassen op de kwelder en in de waterput die onder het huis is ingegraven.

Een week niet douchen is voor een vogelwachter niet zo’n probleem, maar overleeft het paar zwarte kraaien wel als er steeds maar geen regen valt? Na twee buitjes op 18 en 20 april regende het pas weer in mei.
Dat paar zwarte kraaien is trouwens bijzonder, want elk jaar worden wel kraaien op het eiland gezien, maar die blijven zelden langer dan een dag. Dit paar is er al weken en ze manifesteren zich duidelijk met roepen vanaf het baken en het oppesten van bergeenden en broedende meeuwen. We zien ze niet baltsen of slepen met takken. Waarheen ook? Want het enige boompje is nog geen drie meter hoog.

Koloniebroeders
Bij het begin van de bewaking lopen er al vogels met jongen rond! Dat zijn grauwe ganzen, die al in maart zijn begonnen met eieren leggen. Lepelaars en eiders zitten ook al op eieren.
De meeuwen en sterns beginnen nog met balts en het vormen van kolonies.
Zo vinden we in de eerste week meerdere nestkuilen maar nog maar één nest met 3 eieren van een zilver- of kleine mantelmeeuw. Er is een honderdtal kokmeeuwen op het eiland. Die zitten dan vaak op de lage kwelder, terwijl ze tot voor twee jaar dicht bij het huis tegen rietkragen aan druk waren met baltsen en nesten bouwen. Het baltsen blijft ook aarzelend, van slechts weinig paren, eentje hier, een ander verderop. De aantallen soortgenoten lijken te klein om samen dicht opeen een kolonie te vormen.
Grote sterns zijn ongeveer met z’n vijftigen rond Griend aanwezig, tot op 25 april een groep van driehonderd geteld wordt. Die blijven zich een aantal dagen 's avonds op het strand verzamelen. We zien daar ook balts, en de hoop is natuurlijk dat zij ook weer een broedpoging zullen doen op een van de schelpenbanken op het strand. Na de uitbraak van vogelgriep – in 2021 waren grote sterns daar massaal slachtoffer van – hebben die zich teruggetrokken in minder maar wel grote kolonies, op Texel, in de Zeeuwse Delta en bij Brugge. Blijkbaar durven ze nu weer in kleinere groepen te vestigen. Maar toch niet op Griend: na een halve week verdwijnen ze om het elders te proberen. Een klein groepje dwergsterns blijft wel, waarover later meer.
De visdieven zijn wel weer in wisselende aantallen druk met baltsen en nestkuiltrappen rond het huis. We tellen dertig nestplekken, later eens vijftig en zelfs zeventig. Met het totaalaantal visdieven van 250 dat in de tweede week 's avonds met hoogwater op het strand geteld wordt, hebben we hoop dat zelfs honderd nesten dit jaar haalbaar moet zijn. Er worden enkele eieren gelegd (en er wordt ook een geroofd) Gaan zij het volhouden?

Gruttoringen, uit en thuis
Het aflezen van kleurringen van rosse grutto’s vanuit een schuiltentje blijkt vrij lastig. Wij moeten de ideale afstand tot de overtijende vogels vinden, zij moeten niet in te diep water staan en niet de hele tijd op één poot staan. En het licht moet niet te zwak en niet te fel zijn om de kleuren goed te kunnen zien. Maar het is wel erg leuk als het meezit en verschillende codes genoteerd kunnen worden.
Een andere manier van aflezen is te zien op de foto: als je een goed fototoestel met zoomlens hebt, kun je foto's maken wanneer ze opvliegen ‘met hangende poten’. En dan thuis de codes ontcijferen.
Op www.globalflywaynetwork.org zijn individuele gezenderde vogels te volgen.
(Tekst: Jan Faber)










