Natuurverbinding rond hoogspanningsstation bij Huis ter Heide
De bouw van een hoogspanningsstation, eindpunt van de 380 kV hoogspanningslijn van TenneT tussen Rilland en Tilburg, is in volle gang. Het ligt tussen de rioolwaterzuivering en het Blauwe Meer. Eromheen wordt een ecologische verbindingszone aangelegd, speciaal ingericht voor dieren van de natte natuur. Natuurmonumenten dacht mee over het ontwerp.

De Brand, Noorderbos en Huis ter Heide verbonden
Deze ecologische verbinding maakt onderdeel uit van een ruimhartige natuurcompensatieplan. Tennet heeft dat moeten maken, omdat er natuur wordt aangetast in het Natuurnetwerk Brabant. “De verbinding wordt een belangrijke schakel tussen de moerasbossen van De Brand, het Noorderbos en het vennengebied van Huis ter Heide” zegt boswachter ecologie Janne Notermans van Natuurmonumenten. “De boomkikkers en kamsalamanders breiden hun leefgebied vanuit de Brand al jaren richting het westen uit. Daarvoor hebben we jaren geleden al een heel lint van poelen aangelegd. Die zijn inmiddels door de doelsoorten ontdekt, maar de N261 vormt nog een barrière richting Huis ter Heide”.
Daar komt verandering in met de aanleg van een recroduct.
Recroduct onder de N261
In februari 2026 start gemeente Tilburg met de bouw van een recroduct onder de N261. Deze onderdoorgang biedt ruimte voor een gecombineerd fiets- en wandelpad en wordt voor circa tweederde ingericht als faunapassage. De nieuwe ecologische zone rond het trafostation sluit hier straks goed op aan. Daarmee is dan een belangrijke natuurverbinding in het Natuurnetwerk Brabant hersteld.

Luchtfoto van de ecologische verbindingszone met rechtsboven het Blauwe Meer.
Rust is belangrijk voor een optimaal gebruik.
Hoewel boomkikker en kamsalamander de belangrijkste doelsoorten zijn, is in het ontwerp van Bureau Waardenburg ook rekening gehouden met grotere dieren, zoals das en ree. “De verbindingszone is op sommige plekken vrij smal”, legt Janne uit. “Daarom is rust zo belangrijk, zodat soorten hier een ongestoord leefgebied ervaren”.
Grote diversiteit aan poelen
“In het ontwerp is bewust gekozen voor een grote diversiteit aan poelen”, vervolgt Janne. “Ze verschillen in grootte, diepte, aanwezigheid van leem en oeverstructuur”. Daardoor ontstaan uiteenlopende omstandigheden. Bij droogte of extreme regenval zullen de poelen verschillend reageren. Valt één poel droog, dan kunnen de dieren uitwijken naar een andere waar nog wel water in staat. “Die variatie vergroot echt de overlevingskansen”.

De bramenstruiken die zo belangrijk zijn voor de boomkikker, zullen spontaan opkomen en hoeven niet te worden aangeplant.
Aanplant voor beschutting en voedsel
Een goed functionerende natuurverbinding moet voldoende beschutting en voedsel bieden, zodat dieren zich veilig voelen om er doorheen te trekken. Het lint van poelen wordt daarom begeleid door een afwisseling van natte en kruidenrijke graslandjes, struwelen en houtwallen met veel vruchtdragende bomen en struiken. Aantrekkelijk voor veel insecten - en daarmee voor de boomkikker, die ze met zijn kleverige tong behendig weet te vangen.










