Aan het werk voor levend stuifzand in de Loonse en Drunense Duinen
De Loonse en Drunense Duinen danken hun bijzondere karakter aan de wind. Zolang die het zand in beweging houdt, blijft het landschap dynamisch. Juist die voortdurende verandering zorgt voor een leefgebied waarin bijzondere planten en dieren kunnen voortbestaan. Maar het zand komt steeds vaker vast te liggen door algen en andere begroeiing.

Steeds minder zand in verstuiving
"We zien dat steeds minder zand kan verstuiven", vertelt Thalisa van Overbeek, coördinator natuurbeheer bij Natuurmonumenten. "Het stuifzand wordt steeds vaker vastgelegd door een dun laagje algen en andere begroeiing."
Dat proces begint met planten en algen die het zand vasthouden, waardoor de wind het zand niet meer kan optillen. Vervolgens krijgen mossen, grassen en uiteindelijk heide en bos de kans om zich te vestigen. Dat is een natuurlijk proces, ook wel successie genoemd. Onder invloed van met name stikstof verloopt die successie echter veel sneller.
"We verliezen zo in rap tempo het verstuifbare zand dat dit gebied zo uniek maakt", zegt Van Overbeek. "We willen die successie vertragen en eigenlijk een stap terugzetten, zodat er weer kaal zand ontstaat dat kan stuiven. Zo behouden we de dynamiek én al het leven dat daarvan afhankelijk is."

Met een triltandcultivator wordt het bovenste laagje losgemaakt. Plantenresten drogen op in de zon.
Werkzaamheden voor levend stuifzand
Daarom voert Heerebeek Cultuurtechniek in juli, in opdracht van Natuurmonumenten, werkzaamheden uit om het zand weer in verstuiving te brengen. Op de grote stuifzandvlakte bij Bosch en Duin wordt de bovenste dunne laag van het stuifzand bewerkt. Dat gebeurt met een tractor voorzien van een triltandcultivator die de bovenlaag als het ware machinaal losmaakt.
Er wordt gewerkt op de overgangen tussen het open zand naar de meer begroeide delen met o.a. buntgras en zandzegge. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden worden ecologisch waardevolle delen ontzien, zoals holletjes van insecten en bijzondere planten zoals het zandblauwtje.
Voor dit werk is warm en kurkdroog weer belangrijk. De losgemaakte plantendelen en algen drogen dan direct uit in de zon, waardoor ze minder snel opnieuw het zand vastleggen.
"De wind is onze belangrijkste bondgenoot", zegt Van Overbeek. "Daarom zorgen we ook dat de heide niet dichtgroeit met bomen die de wind afremmen.

Zandblauwtje
Extra maatregelen dankzij Europese subsidie
De Loonse en Drunense Duinen behoren tot het Europese Natura 2000-netwerk vanwege de bijzondere planten- en diersoorten die er leven. Via het Programma Natuur stelt de Provincie Noord-Brabant, met Europese subsidie, middelen beschikbaar voor het herstel van stikstofgevoelige natuur. Dankzij die bijdrage kunnen extra maatregelen worden uitgevoerd om het stuivende landschap en de unieke natuur van de duinen te behouden.











