Ga direct naar inhoud
Nieuws

Lepelaar Nala: een zeldzame overwinteraar op Schiermonnikoog

09 februari 2026 | Cynthia Borras

Op 30 juni 2025 werd lepelaar Nala, geboren op Schiermonnikoog, voorzien van een zender. Wat toen nog niemand kon vermoeden: Nala zou de winter doorbrengen op het eiland. Voor zover wij weten is er niet eerder een lepelaar geweest die zo noordelijk overwinterde. Haar zender gaf ons een unieke inkijk in haar leven op de kwelder.

Lepelaars op het wad

Een bijzondere overwinteraar

Dat Nala nog op Schiermonnikoog was in december, maakte haar bijzonder. Lepelaars trekken normaal gesproken in de herfst naar warmere gebieden. Misschien zijn er eerder lepelaars op het eiland gebleven zonder dat we het wisten, want ’s winters komen er maar weinig waarnemers op de Oosterkwelder.

De zender liet zien dat Nala zich vooral ophield in een klein deel van die Oosterkwelder. Ze foerageerde daar in de geulen. Uit eerder onderzoek van Hannah Charan-Dixon en collega’s van de Rijksuniversiteit Groningen bleek dat er in november nog veel grondels in deze geulen voorkomen. Maar hoe zit dat midden in de winter?

Vissen als een lepelaar

Op de kortste dag van het jaar trokken Folkert, Marjolein, Petra en Theunis eropuit om dat te onderzoeken. Met verschillende netten gingen ze naar de geul waar Nala de week ervoor veel was geweest. Een eenvoudig garnalennetje – normaal gebruikt om strandbezoekers te laten zien wat er in de branding leeft – bleek verrassend effectief. Terwijl Folkert het net door het ondiepe water duwde, leek hij zelf nog het meest op een foeragerende lepelaar.

Bij de eerste haal was het al raak: veel brakwatersteurgarnalen en ook kleine grondels. De garnalen waren klein (2–3 cm), de grondels iets groter (3–4 cm). Waar de dichtheden hoog waren – meer dan tien prooien per vierkante meter – zou Nala hier mogelijk genoeg voedsel kunnen vinden. Zuidelijker langs de trekroute eten lepelaars overigens ook brakwatersteurgarnalen, al zijn die daar vaak groter.

De geul had een drempel, waardoor er zelfs bij laagwater over honderden meters 5 tot 15 centimeter water bleef staan: precies de juiste diepte voor een lepelaar. In een nabijgelegen geul zonder drempel, waar Nala minder vaak kwam, werd bij laagwater veel minder voedsel gevonden.

Oog in oog met Nala

Pas toen de zon begon te zakken, keken we weer goed om ons heen. Met de kijker zagen we verderop op de kwelder een witte vogel: een grote zilverreiger. Maar een paar meter daarnaast stond nóg een witte vogel. Kleiner, met een zwarte vlek op de rug. Door de telescoop was het duidelijk: een lepelaar met zender. Nala.

Vijf minuten lang was ze in beeld, waarna ze al foeragerend in een geul verdween. Een kort, maar bijzonder moment: oog in oog met de meest noordelijk overwinterende lepelaar die we kennen.

Lepelaar Nala gevonden in de sneeuw

Kou, twijfel en afscheid

Na Kerst veranderde het weer. Na de eerste nachtvorst volgden meer koude dagen, met oostenwind en sneeuw. De vraag drong zich op: zouden de lepelaars die nog in Nederland waren deze winter overleven? En zou de zon voldoende kracht hebben om de batterij van Nala’s zender op te laden?

Op 20 januari 2026 kwam het verdrietige bericht. Nala had het niet gered. Het was te koud geworden. Op Schiermonnikoog lag een dik pak sneeuw en het vroor hard. Haar laatste dagen bracht ze door op de kwelder bij het Johannes de Jongpad, ten noorden van het Jan Abrahamse Monument. Op 5 januari lieten de zendergegevens zien dat ze niet meer bewoog. Folkert vond haar later terug, bijna onzichtbaar in de sneeuw en ruige vegetatie.

Alle lepelaars met zenders zijn te volgen via Global Flyway Network. Dagelijks komen er nieuwe gegevens binnen – tenzij het te donker is en het zonnepaneel van de zender niet meer oplaadt.

 

Tekst: Petra de Goeij

Cynthia Borras
Cynthia Borras