Ga direct naar inhoud
Nieuws

Waterloopbos: toplocatie voor vlinders en libellen

08 juli 2026 | Astrid Schoenmaker

Sinds vorig jaar werkt Natuurmonumenten aan meer licht en variatie in het Waterloopbos en met snel resultaat. Vlinders en libellen vinden de nieuwe plekken meteen. Boswachter Tim Kreetz legt uit waarom je hier zoveel vlinders en libellen ziet.

Weidebeekjuffer

Aan de rand van Flevoland ligt een bos dat anders is dan alle andere: het Waterloopbos. Vroeger was dit een buitenlaboratorium, waar onderzoekers experimenten deden met water. Maar met de komst van de computer was dit werk niet meer nodig. De natuur nam het gebied daarna langzaam over. En sinds 2016 is het een rijksmonument.

Boswachter Tim Kreetz geniet elke dag van deze unieke plek. “Het is een enorm gevarieerd bos,” vertelt hij enthousiast. “Juist die variatie zorgt voor het succes van de vlinders en libellen die je hier tegenkomt.”

Beton als zonnebank 

Wat het Waterloopbos zo interessant maakt voor insecten, zijn de oude proefmodellen van beton. Een normaal bos is vaak donker en dicht, maar vlinders en libellen hebben warmte nodig om te kunnen vliegen. “Door die oude modellen zijn er kunstmatige open plekken,” legt Tim uit. “Het beton ervan warmt snel op in de zon. Het zijn net een soort zonnebanken voor vlinders.”

Daarnaast is de bodem in het bos heel afwisselend. Op de ene plek vind je zand, een stukje verderop keileem of veen. Dit zorgt voor een enorme rijkdom aan verschillende planten en bloemen. Hierdoor is er voor elk insect wel iets te halen.

Monument in het Waterloopbos

Deltagoot, een model voor de stormvloedkering in de Oosterschelde

Licht in het duister 

Om de vlinders een handje te helpen, is Natuurmonumenten vorig jaar begonnen met extra maatregelen. Langs de paden en watergangen worden stroken bos weggehaald. Tim: “Zodra de machines weg waren en de zon de bodem raakte, zagen we de vlinders al verschijnen. Binnen een uur vlogen er koolwitjes op plekken waar ze eerst nooit kwamen.”

Deze open stroken werken als ‘vlindercorridors’: veilige routes waarlangs de dieren zich kunnen verplaatsen. Ook is er zo’n verbinding met het naastgelegen Nationaal Park Wieden-Weerribben. Dit is voor veel soorten dieren enorm belangrijk.

Ook planten boswachters samen met vrijwilligers inheemse struiken aan, zoals wilgen en kersen. Zo ontstaat er een ‘bloeiboog’: van het vroege voorjaar tot het najaar is er altijd nectar te vinden.

De verrassing van de ‘totempaal’ 

Soms zorgt het beheer voor onverwachte successen. Tim vertelt over de ‘totempaal-methode’. “We laten hoge boomstammen staan voor paddenstoelen en dood hout. Maar we ontdekten dat de grote vos – een zeldzame vlinder – voedsel haalt uit deze stammen.” 

In het vroege voorjaar, als er nog bijna geen bloemen bloeien, drinken de vlinders de suikers uit de sapstromen van deze dode bomen. “Dat we hiermee zo’n zeldzame soort zouden helpen, was een geweldige verrassing!”

Spectaculaire aantallen 

Het resultaat van al dit werk mag er zijn. In het Waterloopbos zijn maar liefst 28 soorten dagvlinders en 500 soorten nachtvlinders geteld. De aantallen zijn soms groot. “Als ik nu lunch, zie ik soms wel 20 oranjetipjes tegelijk,” lacht Tim. “Vroeger in Utrecht was ik al blij als ik er vier op een dag zag. Nu kom ik tijdens een wandeling algauw tot de 50.”

Ook voor libellen is het bos een walhalla. Er leven wel 40 verschillende soorten. Tim herinnert zich een bijzonder moment met de bruine korenbout: “Op een vrijdagmiddag zag ik op één modelplaats wel duizenden van deze libellen tegelijk uitsluipen: het moment waarop de larve uit het water kruipt en een libel wordt. Ze zaten overal te drogen in de zon. Zoveel had ik nog nooit gezien.”

Uitdagingen in de polder 

Toch is het niet alleen maar een rooskleurig verhaal. De boswachter maakt zich zorgen over de droogte. Hoewel mensen denken dat de polder altijd nat is, kunnen de bossen in de zomer kurkdroog zijn door de diepe sloten van de omliggende landbouw. “Soms sterven er zelfs bomen als eiken door het tekort aan water,” zegt Tim.

Daarnaast ligt het Waterloopbos als een groen eiland tussen intensieve akkers. Voor een kleine vlinder is zo’n ‘landbouwwoestijn’ onoverbrugbaar. “Een soort als de kleine ijsvogelvlinder zit nu alleen bij ons. Hij kan niet naar andere gebieden vliegen omdat er onderweg geen bloemen of rustplekken zijn.”

kleine ijsvogelvlinder

Kleine ijsvogelvlinder

Toekomst vol kleur 

Natuurmonumenten blijft zich inzetten voor meer licht en variatie. De komende jaren worden er nog meer oude watermodellen gerestaureerd. Dit is goed voor het erfgoed, maar ook voor de natuur. “Als we een paar bomen weghalen bij een monument, vallen er meteen weer lichtbundels op het water. De libellen vinden die plekken direct terug,” legt Tim uit.

Met de hulp van enthousiaste vrijwilligers en een slim maaibeleid – waarbij stukken gras blijven staan als schuilplaats – hoopt de boswachter dat het Waterloopbos een veilige haven blijft. “Als de natuur de ruimte krijgt, zie je hoe veerkrachtig ze is. Dat geeft veel hoop voor de toekomst.”

Zelf vlinders en libellen kijken? 

Het Waterloopbos is vrij toegankelijk voor wandelaars. De beste tijd om vlinders en libellen te zien is op een zonnige, windstille dag tussen april en augustus. Vergeet je verrekijker niet!

Bekijk de routes in het Waterloopbos

Astrid Schoenmaker

Bioloog en tuinfan