Landelijke telling van bestuivers start, terwijl achteruitgang doorzet
Bestuivende insecten verdwijnen sneller dan gedacht. Nieuw onderzoek naar zweefvliegen op verschillende locaties laat zien dat het aantal zweefvliegen over dertig jaar met 50 - 90 % afgenomen is. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, omdat zweefvliegen na bijen onze belangrijkste bestuivers zijn.

Tegen deze achtergrond start EIS Kenniscentrum Insecten in opdracht van het ministerie LVVN deze week een landelijke telling van bestuivers. Volgens EIS en Natuurmonumenten is dat belangrijk om beter te volgen hoe het met bijen, vlinders en zweefvliegen gaat in Nederland.
“Met deze telling krijgen we beter inzicht in hoe het met bestuivers gaat,” zegt Theo Zeegers, projectleider van EIS Kenniscentrum Insecten. “Dat helpt ons te begrijpen wat er gebeurt en waar herstel het meest nodig is.” Het programma – dat doorloopt tot 2030 – voert vijf keer per jaar tellingen uit op 150 locaties in Nederland.
“Dat bestuivers nu landelijk worden gevolgd is heel waardevol,” zegt ecoloog Wouter van Steenis van Natuurmonumenten. “Tegelijkertijd weten al langer dat het niet goed gaat. We moeten dus niet wachten op nieuwe cijfers. Meer bloemen, minder bestrijdingsmiddelen en meer ruimte voor natuur zijn nu nodig.”
Onmisbaar voor natuur en voedsel
Bestuivende insecten zijn onmisbaar voor de natuur. Ze zorgen ervoor dat planten zich kunnen voortplanten en zijn een belangrijke voedselbron voor vogels, vleermuizen en andere dieren. Ook voor mensen zijn ze essentieel. Ongeveer 85% van onze voedselgewassen is afhankelijk van bestuiving door insecten. Zonder bestuivers zouden veel fruitsoorten en andere gewassen uit Nederlandse boomgaarden en supermarkten verdwijnen.
De belangrijkste oorzaak van de achteruitgang is het verdwijnen van geschikt leefgebied. Door intensieve landbouw, pesticiden, stikstof en verdroging vinden insecten steeds minder plekken om voedsel te zoeken en zich voort te planten.
Volgens Europese afspraken moet de achteruitgang van bestuivers uiterlijk in 2030 zijn gestopt en moeten de aantallen daarna weer toenemen. Dat vraagt om snelle actie. Natuurmonumenten pleit daarom voor meer natuur, minder gebruik van bestrijdingsmiddelen en een bloemrijker landschap.
Samen het landschap weer laten gonzen
Ook mensen kunnen helpen. Wouter van Steenis van Natuurmonumenten zegt hierover “Nederlandse tuinen bestaan voor 36% uit vegetatie en dat kan dus bijna drie keer groener. Als iedereen een klein stukje tuin of balkon groener maakt met gifvrij geteelde bloemen helpt dat bestuivers direct.”
In haar natuurgebieden werkt Natuurmonumenten al aan herstel van leefgebieden voor bestuivers, en samen met gemeenten, bewoners en andere grondgebruikers wordt het landschap weer bloemrijker gemaakt.
“De nieuwe telling is een belangrijke stap,” zeggen EIS en Natuurmonumenten. “Maar we hoeven niet te wachten om in actie te komen. Als we samen zorgen voor meer bloemen en natuur, kan Nederland weer gaan zoemen van de insecten.”
Lees meer
Lees hier het onderzoek naar zweefvliegen waaruit blijkt dat op verschillende locaties het aantal zweefvliegen over dertig jaar met 50 - 90 % afgenomen is.










