Word lid

Stuiven en plaggen: programma aanpak stikstof

Natuurmonumenten gaat aan de slag in Nationaal Park Zuid-Kennemerland: stuifkuilen aanleggen, plaggen en plaatselijk struiken verwijderen. De werkzaamheden maken onderdeel uit van het Programma Aanpak Stikstof, dat in vele natuurgebieden in Nederland plaatsvindt.

Direct naar

Bijzondere duinen

Nationaal Park Zuid-Kennemerland is een uitgestrekt duingebied van vijf kilometer breed. Het bestaat uit veel verschillende landschappen. Aan de westkant het strand, open duin met stuifkuilen en natte valleien. Maar ook droge bloemrijke duingraslanden en struwelen. En aan de oostkant duinbossen en landgoederen. Het is een gebied van internationale allure door de vele kenmerkende en bijzondere planten en dieren die er voorkomen.

Hulp voor de aardbeivlinder

In de duinen van Nationaal Park Zuid-Kennemerland komt de bijzondere aardbeivlinder voor. Maar ze hebben het moeilijk. Ze zijn afhankelijk van gevarieerd duingrasland, met veel kleine kruidachtige planten. De rupsen lusten alleen blaadjes van dauwbraam, kleine bosaardbei en vijfvingerkruid. En die kunnen niet kiemen in een dichte ruige grasmat.

De afgelopen vijf jaar is al hard gewerkt in het duin (LIFE-project Dutch Dune Revival). Door het hele gebied is Amerikaanse vogelkers verwijderd en op de ergste plekken is de bovenste grondlaag af geplagd. Daarmee zijn ook veel zaden van de Amerikaanse vogelkers verwijderd.

Meer kansen

Met PAS-compensatiegeld van Rijkswaterstaat en provincie Noord-Holland kunnen we nu nog meer doen voor de aardbeivlinders en andere bijzondere duindieren en –planten. De komende jaren zullen op veel plekken kleinschalig stukjes worden afgeplagd en worden stuifkuilen aangelegd. Ook worden grote groeiplaatsen van bijvoorbeeld duindoorn verkleind, waardoor er meer open en bloemrijk duingrasland ontstaat. En het hele gebied wordt nagelopen op nieuw opgekomen Amerikaanse vogelkers.

Boswachter Ruud Luntz: “Door de hoge concentratie stikstof die door bedrijven en industrieën wordt uitgestoten, groeien soorten als de duindoorn en verschillende grassoorten zo hard dat andere zeldzamere soorten geen kans krijgen om zich te ontwikkelen.”

Boswachter Luntz hoopt dat vijfvingerkruid en kleine bosaardbei zich gaan vestigen op de schrale en open duingrond. De runderen en paarden die het gebied begrazen zorgen er voor dat de vegetatie kort blijft en ruigte niet terug komt.

Aanpak Stikstof

PAS staat voor het Programma Aanpak Stikstof van de overheid. Natuurgebieden lijden onder de grote hoeveelheid ammoniak die uit de lucht neerslaat in de natuurgebieden. De overmaat aan stikstof zorgt voor verrijking van de bodem. Hier hebben kwetsbare planten en dieren last van. In het duingebied gaan we dit tegen met verschillende maatregelen. Het doel is om het gebied gevarieerd te houden met genoeg open zand en duingraslanden met veel kenmerkende planten en dieren.

De PAS-maatregelen in Nationaal Park Zuid-Kennemerland beslaan in totaal een periode van 18 jaar. De exacte werkzaamheden en de locaties zijn voor de jaren na 2017 nog niet bekend. Naast de herstelmaatregelen in de natuurgebieden, zorgt de PAS-regeling ook dat er brongerichte maatregelen worden genomen: beperking van de uitstoot van stikstof.

Effecten van stikstof te niet doen

De overmaat aan stikstof is een van de meest schadelijke invloeden op de natuur. Door intensieve landbouw (en in mindere mate verkeer en industrie) hebben we de afgelopen tientallen jaren veel te veel stikstof in onze gebieden met als gevolg dat vele planten het niet overleven. Ze worden verdrongen door planten die juist houden van bemesting zoals brandnetels en bramen. Ook allerlei diersoorten die van deze bijzondere planten afhankelijk zijn, dreigen daarmee uit dit gebied te verdwijnen. Daarom heeft de overheid een Programma Aanpak Stikstof (PAS) gemaakt. Dit bestaat uit twee soorten maatregelen: maatregelen die er voor zorgen dat de stikstofuitstoot kleiner wordt (brongerichte maatregelen) en maatregelen om de effecten van stikstof op de natuur te verminderen (herstelmaatregelen).

De enige manier om het herstel te helpen is direct ingrijpen: door de stikstof uit de natuur weg te halen. Dit kan door plaggen (toplaag van de bodem weghalen), maaien en afvoeren van maaisel, verwijderen van jonge bomen en struiken, en bijvoorbeeld door het uitbaggeren van voedselrijke wateren.

Wat gaan we doen?

  • In 2017 worden twee stuifplekken aangelegd van ca 60m groot en 50cm diep om verspreiding van kalkrijk zand over het gebied te vergroten. De gewenste typische duinplanten zijn afhankelijk van kalkrijk zand, wat door de wind verspreid wordt in het gebied. In de jaren na 2017 worden nog ruim 30 stuifplekken aangelegd.
  • Er wordt verdeeld over 4 locaties totaal 2 hectare nieuw duingrasland gecreëerd
  • Een groot deel van het gebied wordt nagelopen om Amerikaanse vogelkers, cotoneaster en mahonia te verwijderen, omdat deze soorten snel sterk kunnen toenemen en de oorspronkelijke plantensoorten verdringen.

Planning

De werkzaamheden zijn verspreid over de jaren van 2017 tot en met 2032, waarbij in het broedseizoen (maart-juli) niet gewerkt wordt. Per jaar verschilt waar en wanneer precies de werkzaamheden zullen zijn.

Er wordt op veel plekken gewerkt, het zijn veel kleine stukjes. Hier is door ecologen heel nauwgezet naar gekeken: waar zetten we welke maateregelen in, om het beste resultaat te halen. Voor bezoekers betekent het, dat je op veel plekken werkzaamheden tegen kunt komen maar dat het per locatie na hooguit een paar weken klaar en weer rustig is.

De eerste werkzaamheden starten in Midden-Herenduin en Heerenduinen in februari-maart 2017. Na het broedseizoen wordt er tot in oktober gewerkt op meerdere plekken in het hele Nationaal Park.

Alle paden blijven open. Doordeweeks kun je werkverkeer tegenkomen. In de weekenden is het rustig, dan wordt niet gewerkt door de aannemers.

Ook elders in Nationaal Park Zuid-Kennemerland wordt gewerkt, zie voor een overzicht www.np-zuidkennemerland.nl .

Wat is het resultaat?

Stikstof afkomstig van verkeer en landbouw komt als een deken terecht op de duingraslanden en in het duinbos. Dat zorgt voor vergrassing van het duin, waardoor bijzondere planten verdwijnen. Vlinders als de aardbeivlinder en de parelmoervlinder zijn afhankelijk van die planten en hebben het dus moeilijk. Door het plaggen en overstuiving uit stuifplekken krijgen de zeldzamere soorten kansen om zich te ontwikkelen en verspreiden, wat de dieren ook ten goede komt. Het karakteristieke duinlandschap met een dynamiek van wind en zand wordt op veel plaatsen hersteld. In het landschap is een afwisseling tussen open droge graslanden, natte valleien, stuifzand, struwelen en duinbos. Vele soorten planten en dieren zullen hiervan profiteren.

Financiering

De werkzaamheden in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland maken onderdeel uit van het landelijke Programma Aanpak Stikstof en worden gefinancierd door de provincie Noord-Holland en een deel door Rijkswaterstaat (mitigatie Zeetoegang IJmond).

Informatie en contact

Rutger Munters, projectleider Natuurmonumenten

[email protected]