Ga direct naar inhoud

Ganzenbeheer door Natuurmonumenten

Nederland is een ganzenland. Maar grote hoeveelheden ganzen zorgen ook voor schade aan landbouw en natuur en kunnen een gevaar vormen voor vliegverkeer. De provincies maken de afweging tussen de verschillende belangen en stellen beleid op. Natuurmonumenten komt op voor het natuurbelang en werkt onder voorwaarden mee aan ganzenbeheer.

Grauwe gans

Ganzenbeheer is een samenhangend geheel dat begint met het inrichten van voldoende rust- en foerageergebieden, het verjagen van ganzen op plekken waar ze schade of veiligheidsrisico's veroorzaken en kan aangevuld worden met het beperken van aantallen door afschot.  

De complexe maatschappelijke afweging tussen meer ruimte voor natuur, landbouwschade vergoeden of ganzen doden wordt gemaakt door de overheid. In het provinciale ganzenbeleid worden doelen geformuleerd en maatregelen aangekondigd.  Natuurmonumenten werkt onder voorwaarden mee aan ganzenbeheer. Daar krijgen we veel vragen over, vandaar deze pagina. 

Schade 

De door overheid uitgekeerde schade loopt jaarlijks op; in 2024 was het schadebedrag voor door ganzen veroorzaakte schade aan landbouwgewassen €53 miljoen. Die schade wordt vooral veroorzaakt door de groeiende populatie standganzen, dat zijn ganzen die het hele jaar in Nederland verblijven. Die populatie groeit door het onbeperkte voedselaanbod (eiwitrijkgras) in een waterrijklandschap met genoeg plek om te broeden. 

Provincie bepaalt 

In provinciaal beleid wordt bepaald welke schade acceptabel is en hoe groot de ganzenpopulatie mag zijn. Daarom worden in Nederland jaarlijks 150.000 - 200.000 ganzen gedood om schade te beperken. In opdracht van provincies coördineren provinciale faunabeheer eenheden (FBE's) het ganzenbeheer. In het bestuur van de FBE zitten vertegenwoordigers van landbouworganisaties, jagers, dierenwelzijns- en natuurorganisaties, ieder vanuit een ander belang. Welke maatregelen worden ingezet bepaalt uiteindelijk de provincie die daar ontheffingen voor verleent. De uitvoering van het ganzenbeheer gebeurt door jagers, professionele faunabeheerders in dienst van gespecialiseerde bedrijven of terreineigenaren zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.  

Beheer alleen onder voorwaarden  

Natuurmonumenten schiet het liefst geen ganzen. Wij kiezen voor meer natuurgebieden en een hogere biodiversiteit in alle graslanden. Als er meer ruimte is voor bloeiende planten, insecten en andere akkervogels neemt de hoeveelheid eiwit- en voedselrijkgras af. Dat biedt ganzen minder eiwitrijk voer, één van de redenen waarom de populatie nu blijft groeien. 

Als Natuurmonumenten meewerkt om het aantal ganzen te beperken, stellen we daarbij voorwaarden, namelijk dat de kwetsbare overwinterende trekganzen zoveel mogelijk met rust worden gelaten en dat er eerst gekozen wordt voor niet dodelijke maatregelen.  

Daarom moeten er voldoende rust- en foerageergebieden zijn waar ganzen welkom zijn. Daarbuiten kunnen ze verjaagd worden om schade te beperken. Het aanwijzen en inrichten van die gebieden vraagt om samenwerking en een gezamenlijk plan van overheden, terreinbeheerders, boeren en natuurorganisaties. Ganzen en houden zich namelijk niet aan provincie- en gebiedsgrenzen, ganzenschade voorkomen vraagt om maatwerk. Daarbij horen samenhangende afspraken over afschot, verjagen en een passende compensatieregeling bij schade. 

Ganzenbeheer zorgt voor dilemma's 

In onze terreinen doet Natuurmonumenten het ganzenbeheer zelf. Dan weten we zeker dat andere soorten zo min mogelijk worden verstoord en het afschot onder onze voorwaarden plaatsvindt. Uit onderzoek blijkt dat voor het verlagen van de ganzenpopulatie er het best in het vroege voorjaar volwassen vogels gedood kunnen worden voordat ze zich voortplanten. De afname van de populatie bereik je dan met het doden van een laag aantal dieren. Ganzenbeheer op een ander moment in het jaar, voor eenzelfde resultaat, vraagt om het schieten van bijna 10x zoveel dieren.  

Ganzenbeheer vroeg in het voorjaar betekent dat je koppeltjes ganzen in hun broedgebied of op het nest schiet. Er zijn mensen die ons daarom onethisch gedrag verwijten. Wij schieten liever niet, maar als de keuze is tussen het schieten van 20 of 200 vogels kiezen wij voor het doden van zo min mogelijk ganzen. Schadebeheer moet gericht zijn op het beperken van schade en niet op het doden van zoveel mogelijk dieren. Beheer in het vroege voorjaar blijkt ook voor het voorkomen van natuurschade effectief. Bijkomend voordeel is dat in het vroege voorjaar de verstoring voor andere soorten minimaal is, doordat hier broedende zomergasten dan nog onderweg zijn en het beheer zich beperkt tot enkele dagen per gebied. 

Natuurmonumenten is transparant over haar faunabeheer en jaarlijks publiceren we onze afschotcijfers in ons jaarverslag.  

Voor meer informatie over ganzen, de schade die ze veroorzaken ook in de natuur, verwijzen we naar onze standpuntenpagina.