Waarom grazers het Buurserzand verlaten
In het Buurserzand en het Witte Veen helpen grazers om het landschap open te houden. Toch verschilt het begrazingsbeheer. In het Witte Veen lopen de dieren het hele jaar rond, terwijl ze het Buurserzand tijdelijk verlaten. Waarom? Dat heeft alles te maken met de hoeveelheid voedsel en de kwetsbaarheid van de natuur.

Een karig maaltje in het Buurserzand
Wie door het Buurserzand wandelt, ziet vooral heide, mossen en schrale zandgronden. Een prachtig landschap, maar voor grazers geen rijkgevuld buffet. Gras groeit er nauwelijks. Alleen rond los hoes de Bommelas vinden de dieren wat grazigere stukken. Wanneer het voedselaanbod afneemt, zoeken de grazers naar alternatieven. Ze eten dan steeds meer heide en knabbelen soms zelfs aan jeneverbessen. Dat kan schade veroorzaken aan de kwetsbare planten die we juist willen beschermen. Daarom halen we de grazers tijdelijk uit het gebied.
In het Witte Veen staat meer op het menu
Een paar kilometer verderop ziet het landschap er heel anders uit. Het Witte Veen biedt veel meer afwisseling. Naast heide liggen hier grotere, grazige percelen met verschillende grassoorten en andere planten. Zelfs bramenstruiken staan af en toe op het menu. Door deze variatie vinden de grazers gedurende het hele jaar voldoende voedsel. Ze hoeven daardoor minder uit te wijken naar heide en andere kwetsbare planten.
De natuur bepaalt het begrazingsbeheer
Grazers spelen een belangrijke rol in het natuurbeheer. Ze houden grassen, jonge boompjes en struiken in toom en helpen zo het open landschap te behouden. Maar begrazing vraagt ook om maatwerk. In het Buurserzand stemmen we de begrazingsperiode af op het beperkte voedselaanbod. In het Witte Veen kunnen de dieren het hele jaar blijven, zolang de omstandigheden dat toelaten.

De oude jeneverbesstruiken beschermen we.










