Ga direct naar inhoud
Nieuws

Column] Beestjes van De Bruin – Veenhooibeestje

28 juli 2026 | Hanneke Wijnja

In juni, na het witte spektakel van het pluizende eenarig wollegras en veenpluis, wordt het veen opnieuw opgevrolijkt. Deze keer door een traag fladderende vlindertje; het veenhooibeestje. Hun bijzondere manier van vliegen heeft iets vrolijks, vindt Jacob. Maar of de toekomst er voor dit vlindertje ook zo vrolijk uitziet…

Boswachter Jacob de Bruin

Zeldzame fladderaars

Onze boswachter Rick Spijksma telt de soort op een zogenaamde “soortgerichte route” want het is één van de zeldzaamste dagvlinders van Nederland. Zodra Rick telt ga ik ook op pad om delen van het hoogveen te checken waar we de kades hebben vernieuwd. Ik wil weten hoe deze zeldzame vlinder reageert op het kadeherstel. We dragen namelijk een grote verantwoordelijkheid voor dit insect. Het veenhooibeestje is vrijwel overal in Nederland uitgestorven. Alleen in het Hart van Drenthe en in het Fochteloërveen vliegen ze nog. En in het Fochteloërveen vliegen veruit de meeste individuen. Eén fout en we kunnen een groot deel van de Nederlandse populatie schaden. Daarom houden we nauwlettend de vinger aan de pols.

Waterstand van belang

Het zijn vooral de mannetjes die we vrolijk zien fladderen en dus tellen. Hun vrouwtjes zijn wat schuchter, ze verstoppen zich doorgaans in de vegetatie. De mannetjes vliegen veel en tanken zo nu en dan bij met wat nectar uit de dopheide. Ze proberen met hun mooiste vlucht en hun kleuren de verlegen vrouwtjes te verleiden. Als dat lukt vliegt het vrouwtje naar het mannetje en volgt de paring. Vervolgens reageert het vrouwtje niet meer op de zich uitslovende mannetjes. Ze gaat op zoek naar een perfecte pol eenarig wollegras waar ze haar eitjes op afzet.
De rupsen komen vrij snel uit de eitjes tevoorschijn. De pol eenarig wollegras is zeer belangrijk want hier zal de rups bijna een jaar in moeten overleven. Gaat het vriezen? Dan moet de rups diep de pol in kunnen kruipen. Stijgt de waterstand? Dan moet de rups omhoog kunnen kruipen. Hier zitten natuurlijk grenzen aan want de rups heeft in de winter een beperkte voorraad energie. Het instellen van de waterstand is ook hierom een nauwkeurig klusje. Het eenarig wollegras heeft nattigheid nodig, maar wordt het te lang te nat, dan kunnen ook de rupsen verdrinken. Maatwerk dus! 
Om te groeien moet de rups in het voorjaar verse ontluikende bladtoppen van het eenarig wollegras kunnen eten. Lukt dit allemaal, dan verpopt de rups tot een prachtige vlinder en begint in juni het hele schouwspel van de vlinderfase weer opnieuw. 

Rups veenhooibeestje met waardplant

Rups veenhooibeestje met waardplant

Minder vlinders…

Zonder natuurherstelmaatregelen ziet het er niet goed uit voor het veenhooibeestje. De populatie in het Fochteloërveen lijkt bestendig maar verder herstel van het hoogveen is noodzakelijk. Dit jaar kregen de vlinder te maken met de meest extreme hittegolf die we ooit hebben gehad tijdens de vliegperiode van het veenhooibeestje. We hebben op het moment van schrijven aanzienlijk minder veenhooibeestje geteld dit jaar dan in voorgaande jaren. Komt het door de hitte? Komt het door stikstofvervuiling? Komt het door verandering in waterstanden? Worden ze opgegeten door de toenemende grote keizerlibellen? Komt het door de zachtere winters? Zeg het maar.

Uitwisseling

Er is weinig risicospreiding door de enkele, kleine populaties en omdat uitwisseling met de populaties in het Hart van Drenthe niet mogelijk is. Zelfs het meest drieste en avontuurlijke mannetje zal het niet halen. Herstellende hoogvenen zoals het Haaksbergerveen of het Bargerveen zijn veel en veel te ver weg. Uitwisseling tussen verschillende populaties is wél zeer belangrijk voor het voortbestaan van de veenhooibeestjes. Daarom wordt onderzocht of het Fochteloërveen kan dienen als donor voor herintroductie in herstellende hoogvenen. Maar verbindingen creëren tussen de verschillende hoogveengebieden zou het beste zijn. Bijvoorbeeld tussen het Fochteloërveen en het Witterveld.

Veenhooibeestje

Veenhooibeestje

Invloed van stikstof

Misschien is het verminderen van de stikstofvervuiling in Nederland wel de belangrijkste maatregel. Het zorgt voor verlies aan leefgebied door overwoekering met pijpenstrootje en berk én het zorgt voor afname van nectarplanten zoals dopheide. Door stikstof verandert ook de samenstelling van de planten. De rupsen eten van deze planten en krijgen te maken met een onbalans in hun voeding. Stel je zou rupsen van het veenhooibeestje uit Zweden halen en die op Nederlands eenarig wollegras zetten, dan overleven ze dat waarschijnlijk niet door de onbalans in hun voeding. Dat is triest en illustreert de benarde situatie waar het veenhooibeestje in zit.

Kom kijken!

Wij blijven ons onverminderd inzetten voor een gezond hoogveen mét deze vrolijke fladderaars erin. Het schouwspel is in het Fochteloërveen in de maanden juni en juli een dikke vier weken te aanschouwen. De veenmosroute langs de Bonghaar is de perfecte plek om de uitslovende mannetjes van het veenhooibeestje te zien.

Meer Beestjes van De Bruin?

Wil je meer columns lezen van Jacob? Ga dan naar Beestjes van De Bruin.

Hanneke Wijnja
Hanneke Wijnja