Ga direct naar inhoud
Nieuws

Boeren voor meer bijen en vlinders in het Geuldal

15 september 2026 | Astrid Schoenmaker

In het Limburgse Geuldal is de boshommel terug van weggeweest. En dat is geen toeval. Dankzij een goede samenwerking tussen boeren en natuurbeheerders krijgen bijen en vlinders hier weer meer kansen. Boer Felix Huntjens en boswachter Guido Franck vertellen hoe ze dat samen aanpakken.

Atalanta in het Geuldal

Boer Felix Huntjens en Natuurmonumenten laten in het Geuldal zien dat landbouw en natuur elkaar kunnen versterken. Vorig jaar was een bijzonder jaar voor Felix. Na ruim 25 jaar biologisch boeren kreeg hij officieel het predicaat natuurinclusieve boer. Zijn bedrijf werd beoordeeld door Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en LandschappenNL en scoorde hoog op natuur, bodem, landschap en biodiversiteit.

Boswachter Guido Franck van Natuurmonumenten is niet verrast. “Felix is al jaren bezig met natuurinclusief boeren. Het mooie is dat hij laat zien dat je een goed landbouwbedrijf kunt runnen én ruimte kunt maken voor natuur.”

Samen werken aan biodiversiteit

Boer Felix pacht ongeveer 60 hectare grond van Natuurmonumenten in het Geuldal. Daarnaast beheert hij eigen landbouwgrond. Al meer dan 25 jaar werken hij en Natuurmonumenten samen aan een landschap waarin landbouw en natuur hand in hand gaan.

Volgens boswachter Guido zit de grootste winst niet alleen op de natuurgronden die Felix pacht, maar juist op zijn eigen bedrijf. “Daar wordt voedsel geproduceerd én rekening gehouden met bodemleven, insecten en vogels. Daar valt veel winst te behalen voor biodiversiteit.”

Dat zie je terug in de manier waarop Felix boert. Zijn akkers blijven ook in de winter groen. Er staat altijd een gewas op het land. Daardoor spoelen voedingsstoffen minder snel weg en blijft er voedsel en beschutting beschikbaar voor insecten en andere dieren. Granen, luzerne en andere eiwitrijke gewassen leveren bovendien voedsel voor bijen en hommels.

Een landschap vol bloemen

Het Geuldal behoort tot de rijkste gebieden van Nederland voor wilde bijen. Tussen 2018 en 2022 zijn hier 194 soorten wilde bijen waargenomen. Dat is meer dan de helft van alle soorten die in Nederland voorkomen.

Om deze rijkdom te behouden, werken natuurorganisaties, boeren, gemeenten, provincie en onderzoekers samen in het Boshommellandschap Geuldal. Het doel: zorgen dat er van het vroege voorjaar tot diep in het najaar voldoende bloemen beschikbaar zijn voor bestuivers. Met bestuivers bedoelen we insecten die bloemen bestuiven, zoals bijen, vlinders en zweefvliegen. 

Volgens boswachter Guido hoeft natuurherstel soms niet zo ingewikkeld te zijn als mensen denken. “Je hoeft het niet drastisch aan te passen. Je moet gewoon niet alles tegelijk maaien. Door op sommige plekken bloemen langer te laten staan, kunnen insecten steeds ergens voedsel vinden.”

Ook bermen, graslanden en akkers spelen daarbij een rol. Samen vormen ze een netwerk waarin bestuivers zich kunnen verplaatsen.

De terugkeer van de boshommel

Een van de meest hoopvolle resultaten van die aanpak is de terugkeer van de boshommel. Een insect dat tot halverwege de vorige eeuw nog vrij algemeen was in ons land, maar hard achteruitging en praktisch uitgestorven was. Tot 2021. Vanaf dat jaar werd hij ineens weer gezien in het Geuldal.

Voor Guido laat dat zien dat het beheer werkt. “De boshommel is niet eens de meest kritische soort. Maar als een gebied geschikt wordt voor de boshommel, profiteren vermoedelijk veel andere insectensoorten mee.”

De soort heeft vooral behoefte aan een landschap waarin het hele seizoen bloemen te vinden zijn. Dat hoeven niet altijd zeldzame planten te zijn. Ook gewone soorten zoals klavers zijn van grote waarde.

Bloemrijke graslanden vol leven

Naast de akkers beheren boer Felix en Natuurmonumenten samen verschillende bloemrijke graslanden. Vooral op de kalkrijke hellingen van het Geuldal liggen kansen voor bijzondere natuur.

Met zorgvuldig maaibeheer ontstaan hier soortenrijke hooilanden met planten als duifkruid, grote centaurie, knoopkruid en beemdkroon. Ideaal voor veel wilde bijen, hommels en vlinders. In het voorjaar en de zomer gonst het er van de insecten.

“Op die kalkrijke hellingen kun je enorme stappen zetten”, zegt Guido. “Daar ontwikkelen zich bloemrijke graslanden waar veel insecten van afhankelijk zijn.” De koeien van Felix grazen vooral op de voedselrijkere graslanden. Zo ontstaat een afwisselend landschap met ruimte voor zowel landbouw als natuur.

Vertrouwen als basis

Een belangrijke reden voor het succes is het vertrouwen tussen boer en natuurbeheerder. Omdat boer Felix officieel is erkend als natuurinclusieve boer, bood Natuurmonumenten hem vorig jaar een pachtcontract van twaalf jaar aan. Dat is uitzonderlijk lang en geeft hem de zekerheid om verder te investeren in zijn bedrijf.

“Als je wilt dat boeren investeren in natuur, moet je ze ook zekerheid bieden”, zegt Guido. “Met een langlopend contract kan Felix vooruitkijken en keuzes maken die pas over jaren resultaat opleveren.”

Volgens de boswachter is dat een belangrijke les voor de toekomst. Veel boeren willen verduurzamen, maar vinden de stap spannend. Zeker in een sector waar grond schaars en duur is.

Een voorbeeld voor de toekomst

De samenwerking in het Geuldal laat zien dat natuur en landbouw elkaar niet hoeven tegen te werken. Integendeel.

“De grootste winst voor biodiversiteit ligt vaak niet in natuurgebieden zelf, maar in het landbouwgebied eromheen”, zegt Guido. “Daar moeten we de verbinding zoeken. En wij laten hier zien dat dat wél kan.”

Hij hoopt dat meer boeren zich laten inspireren door het voorbeeld van Felix. “Je hoeft niet alles in één keer anders te doen. Maar elke stap helpt. Als natuur en landbouw samenwerken, kun je veel bereiken voor bestuivers én voor de toekomst van ons landschap.”

Astrid Schoenmaker

Bioloog en tuinfan

Help dieren uit de knel! Geef de natuur meer ruimte.