Ga direct naar inhoud
Nieuws

Een drieluik van Griend. Deel twee: de vogels

06 november 2026 | Valerie Frankenberg - de Boer

Griend is een eiland in de Waddenzee waar trekvogels rusten en voedsel zoeken op het wad. Als onderzoeksassistent bij het NIOZ kreeg Nienke Zwaferink deze zomer drie keer de kans om onderzoek te doen naar vogels en hun prooien. In een drieluik vertelt ze over het onderzoek en haar ervaringen op dit bijzondere eiland.

Netten om steltlopers te vangen

Onderzoek naar vogels

Voor de tweede trip naar Griend gaan we een stap omhoog in de voedselketen: waar tijdens de eerste expeditie de garnalen de show stalen, is het nu tijd voor hun predatoren: de vogels. Ook dit was een week om te herinneren. Letterlijk, zo blijkt weken later, want tijdens het schrijven van dit blog vind ik nog steeds veertjes terug in mijn sokken, mijn tas en het toetsenbord van mijn laptop. 

Geen werkdag van 9:00 uur tot 17:00 uur

De periode rond nieuwe maan in augustus wordt door de vogelonderzoekers van het NIOZ al maanden van tevoren vrijgehouden. Alleen in deze donkerste nachten kunnen vogels een mistnet gemakkelijk over het hoofd zien en er onverhoeds in belanden. Tijdens deze expeditie stuurt Allert Bijleveld, onderzoeksleider gedragsecologie verbonden aan het NIOZ, een team van 16 mensen aan, onder wie doorgewinterde onderzoekers die al jarenlang vogels bestuderen. Tussen hen lopen ook een paar groentjes rond, zoals ik. Voor mij is dit namelijk de eerste keer dat ik mee ga vogels vangen op Griend! Ons gezelschap overnacht op platbodem de Ideaal die in een geul vlak bij het eiland ligt. Zodra de schemering begint te vallen, is het tijd om ons klaar te maken voor “de werkdag”. Met kleine bootjes varen we vanaf het schip naar Griend, waar we ons stilletjes in de duinen opstellen. Eerder die dag zijn de netten rondom het eiland al opgebouwd en opengezet. Nu is het dus alleen nog wachten op de vogels. Met de nachtkijker (een verrekijker die het restlicht van de maan en sterren omzet in elektronen, waardoor de duisternis ineens zichtbaar wordt) houden we de netten nauwlettend in de gaten. Zodra er een seintje wordt gegeven, is het voor mij tijd om een kratje gevuld met hennepstrooisel te grijpen en in de benen te komen. Wie daarvoor bevoegd is, haalt de vogels voorzichtig uit de netten. De kratjesdragers staan ondertussen klaar: zij openen het deksel en maken alvast een mentale notitie van de hoeveelheid en soorten vogels die zich in het krat bevinden. En zo herhaalt het proces zich tot diep in de kleine uurtjes. Kratjes naar het net dragen, de vogels eruit halen, wachten, enzoverder. Uiteindelijk verzamelen we ons op het strand om met de volle kratten samen naar de bootjes terug te lopen. Voor me zie ik de silhouetten van de anderen voortbewegen. Net als ik zijn ze voorzichtig met de vogels, maar proberen ze tegelijkertijd flink door te lopen om niet door het opkomende tij te worden ingehaald. 

Vangst van de nacht

De netten worden in gereedheid gebracht voor de vangst van die nacht.

Een uniek inkijkje

Na een paar uurtjes slaap beginnen we ’s ochtends vroeg meteen (toegegeven, na een kopje koffie) met het verwerken van de vogels. Dat betekent meten, wegen en een unieke ringcombinatie om de pootjes aanbrengen. Een deel van hen krijgt ook nog een klein zendertje opgeplakt, waarmee we hun exacte locaties binnen de Waddenzee kunnen volgen. Deze vogels leveren daarmee schat aan informatie op zijn voor iedereen live te volgen via de website van WATLAS (https://maps.nioz.nl/watlas/). Door beter te begrijpen hoe vogels de Waddenzee gebruiken, kunnen er goed onderbouwde keuzes voor het natuurbeheer gemaakt worden. Zo kunnen we de bewegingen van vogels bijvoorbeeld koppelen aan gegevens uit het SIBES-project, waarmee jaarlijks de bodemfauna van de droogvallende wadplaten in kaart gebracht wordt. Daarmee kan achterhaalt worden welke plekken vogels graag gebruiken om hun prooi te zoeken. Beleidsmakers en beheerders kunnen de informatie van WATLAS en SIBES gebruiken om te beoordelen welke gebieden belangrijk zijn en in sommige gevallen de keuze maken om deze te sluiten voor menselijke bezoekers. Ruimte en rust zijn namelijk ontzettend belangrijk voor de vogels op het wad: dit stelt ze in staat voldoende voedsel te vinden, uit te rusten en zich, in het geval van trekvogels, voor te bereiden op hun lange reis. Bovenop het WATLAS-project zijn er recent GPS-zenders ingezet, waarmee vogels niet alleen binnen de Waddenzee, maar gedurende hun volledige migratie gevolgd kunnen worden: van zuidelijk Afrika tot hoog in de Arctische toendra. Deze vogels zijn te volgen op www.globalflywaynetwork.org. De informatie die deze zenders opleveren, vormt weer een nieuw puzzelstukje in ons begrip van de ecologie van de enigmatische steltlopers.

 Weergave van de met vogels met een WATLAS-zender

Weergave van de met vogels met een WATLAS-zender rond Griend op een willekeurig moment (https://maps.nioz.nl/watlas/). De verschillende soorten hebben ieder hun eigen kleur en icoontje.

Het leven aan dek

Tijdens het verwerken van de vogels op het schip wordt mij de eervolle taak toebedeeld om samen met onderzoeker Theunis Piersma de bonte strandlopers op te meten en van ringen te voorzien. Van deze kleine vogeltjes zijn er nogal wat gevangen, waardoor Theunis en ik wel even bezig zijn. Dankzij zijn lange staat van dienst als vogelonderzoeker kan Theunis honderduit kletsen terwijl hij de vogeltjes voorzichtig hanteert. Zo krijg ik naast een stortvloed aan meetgegevens ook nog eens een hele verzameling prachtige verhalen uit zijn werkzame leven voorgeschoteld. Hoewel de lange dagen hun tol eisen, is de sfeer op het schip er niet minder om. Zo staan we tijdens de langverwachte zonsverduistering met z’n allen op het dek om deze te aanschouwen, veiligheidshalve gewapend met één enkele eclipsbril — die netjes wordt doorgegeven — en twee lashelmen, die minstens zo effectief blijken tegen het verblindende licht. Ook hebben we gezellige buren. Pal naast het schip waarin we slapen, eten en werken, ligt het woonschip van Anne en Anita, die allebei bij het NIOZ werken en samen met hun kinderen deelnemen aan de vangtrip. Samen met promovenda Evy Gobbens kan ik in de verloren uurtjes heerlijk kletsen op het dek, met uitzicht op Griend. Tegelijkertijd weten we maar al te goed dat het verstandig is om nog een paar uurtjes slaap mee te pakken voordat we opnieuw een gebroken nacht ingaan… Zo vliegen de dagen voorbij en is het, voor we het weten, na een succesvolle vangweek alweer tijd om terug naar Texel te varen. Maar niet voor lang…

 

Tekst: Nienke Zwaferink

Het leven aan dek

Een avond aan dek van het schip “de Ideaal”.

Valerie Frankenberg - de Boer