Griend: een eiland om in je hart te sluiten
Een onbewoond eiland midden in de Waddenzee, zonder haven of aanlegsteiger. Op Griend krijgen vogels en zeehonden bijna het hele jaar alle rust. Eén keer per jaar mogen bezoekers het eiland onder begeleiding ontdekken én helpen beschermen. We gingen mee op de expeditie Griend.
Licht gespannen rijd ik naar Harlingen. Om negen uur vertrekt de boot naar Griend, maar het voelt alsof de expeditie al eerder begint. Wat staat ons straks te wachten? Hoe diep is het water? Hoe ver moeten we over het wad lopen? Aan boord blijkt al snel dat ik niet de enige ben die nieuwsgierig is. Verrekijkers hangen om halzen en gesprekken ontstaan moeiteloos. Iedereen deelt dezelfde liefde voor natuur, vogels en het Wad. Bovendien reizen we naar een plek waar normaal gesproken vrijwel geen mensen komen. Dat geeft de dag iets avontuurlijks.
Na ruim een uur varen verschijnt Griend aan de horizon. Een lage strook land in de Waddenzee, met daarop één houten huisje. Geen haven, geen steiger. De boot stopt daarom op afstand van het eiland. Schoenen uit, broekspijpen omhoog en het water in. De eerste stappen zijn voorzichtig. Tot iemand opgelucht vaststelt dat het water aangenaam warm is en niet veel hoger komt dan onze knieën. Binnen een half uur bereiken we het strand. Achter ons ligt de boot, voor ons een eiland dat vrijwel volledig aan vogels toebehoort.
Schoenen uit, broekspijpen omhoog en het water in.
Kloppend hart van de Waddenzee
“Griend is het kloppende hart van de Waddenzee”, vertelt Eckard Boot, coördinator natuurbeheer bij Natuurmonumenten, eenmaal op het eiland. “Miljoenen trekvogels gebruiken Griend en het omliggende wad als tussenstation. Bijna zeventig procent van de volledige wadvogelpopulatie zoekt er voedsel, rust uit, bouwt vetreserves op en wacht op gunstige omstandigheden om de reis voort te zetten. Bij hoogwater verzamelen zich grote zwermen op en rond het eiland. In de winter komen bovendien honderden grijze zeehonden naar Griend om hun jongen te krijgen. Rust en ruimte zijn hier geen luxe, maar een levensvoorwaarde.”
Die rust is extra waardevol omdat Griend midden in een druk gebied ligt. De A7 van de Waddenzee, zo noemt Eckard het water rondom Griend. In het grootste natuurgebied van Nederland varen constant veerboten en andere schepen voorbij, vliegtuigen en helikopters trekken over en in de verte liggen havens en windmolens. Toch blijft het eiland zelf stil. Dat is geen toeval, maar een bewuste keuze. “Als je Griend zou openstellen, verstoor je de hele balans van de vogeltrek”, zegt hij. “We onderschatten hoeveel vogels hier werkelijk zitten. Het zou voor de dieren niet best zijn als iedereen het eiland zomaar kon betreden.”

Eckard Boot geeft uitleg op Griend
Handschoenen aan
Na de lunch gaan de werkhandschoenen aan. Onder leiding van boswachter ecologie Erik Jansen trekken we over het eiland. Terwijl hij vertelt over planten, vogels en onderzoek, zoeken wij naar afval dat hier niet thuishoort. Al snel vullen de eerste zakken zich. We vinden plastic flesjes, visserijafval, een zwart zeil en zelfs een fles gin. Verderop ligt een dode zeehond, met een plastic buis in zijn lichaam. Het beeld doet pijn. Op een plek die zo ongerept lijkt, zijn de sporen van de mens toch overal zichtbaar.
Een andere groep steekt ondertussen rimpelroos uit. De plant woekert snel en verdringt andere soorten die van nature op het eiland thuishoren. “Als we niets doen, staat Griend er straks helemaal vol mee”, legt Erik uit. Beschermen betekent hier dus niet alleen wegblijven. Natuurmonumenten organiseert ook de vogelwacht, houdt toezicht, monitort dieren en planten, onderhoudt het kenmerkende vogelwachtershuis en werkt samen met onderzoekers. Onderweg ontmoeten we twee mannen met volle bepakking. Wadlopers? Dat zou niet de bedoeling zijn. Maar het blijken vogelonderzoekers van NIOZ. Ze verblijven een week in het houten huis van Natuurmonumenten op Griend om vogels te tellen.
We vinden plastic flesjes, visserijafval, een zwart zeil en zelfs een fles gin.
Eindelijk zelf gezien
Voor veel deelnemers is het bezoek aan Griend een langgekoesterde wens. Jim keek tijdens vaartochten naar Terschelling altijd al nieuwsgierig naar ‘die toren’ op Griend. Vandaag loopt hij er eindelijk zelf rond. “De hele ervaring is bijzonder”, vertelt hij. “Ik had ook nog nooit door het wad gelopen en dan ontmoet je hier mensen met zoveel passie voor vogels, planten en natuur.” Zijn liefde voor vogels kreeg Jim van huis uit mee. Zijn vader deed vroeger vogeltellingen in de duinen en nam hem als kind mee op de fiets, met een verrekijker en kladblok. Nu hoopt Jim die verwondering later door te geven aan zijn eigen zoontje.
Ook Michiel deelt de dag met familie. Hij gaf zijn vader de excursie cadeau voor zijn zeventigste verjaardag. “Mijn vader is een enorme vogelliefhebber. Wij kregen de liefde voor de natuur met de paplepel ingegoten.” Nicole bezoekt Griend samen met haar vader Gerlof. Ook zij gaf het hem cadeau. “We gaan zo’n twee keer per jaar naar de Waddeneilanden, maar we zijn nog nooit op Griend geweest. Als je erlangs vaart, maakt het eiland je nieuwsgierig. Wat zou daar te zien zijn?”

Voor veel deelnemers is het bezoek aan Griend een langgekoesterde wens.
Een mystieke plek
In de middag maken de zon en blauwe lucht plaats voor donkere wolken. Boven Vlieland en Terschelling zien we buien vallen, maar op Griend blijft het droog. Tegen vieren ligt de opbrengst van onze schoonmaakactie bij elkaar: tientallen volle blauwe vuilniszakken. Schrijnend, zoveel afval. Maar ook hoopgevend: vandaag staan hier bijna honderd mensen die hun handen uit de mouwen steken voor een eiland dat normaal gesproken buiten hun bereik blijft.
Natuurmonumenten beheert Griend inmiddels 110 jaar. “We kiezen er bewust voor om het eiland 1x per jaar open te stellen voor bezoekers. Als je alles alleen maar dichthoudt, komt het ook niet in de harten van mensen”, zegt Eckard. “Al zijn het maar honderd mensen per jaar. Je moet mensen de kans geven om deze plek te ervaren en als ze ons dan helpen het eiland schoon te maken heeft de natuur daar ook nog iets aan.”
Dan wacht de terugtocht. Door het veranderde getij moeten we een stuk verder over het wad lopen. Onze knieën blijven ditmaal langer droog, maar de boot lijkt nauwelijks dichterbij te komen. Eenmaal aan boord is de ontlading voelbaar. Vermoeide benen, rode wangen en volop verhalen. Boswachter Erik kijkt nog één keer terug naar het eiland dat hij al zo’n dertig keer bezocht. “Elke keer is het anders. Gisteren konden we Griend door het slechte weer niet eens bereiken. Het eiland is onvoorspelbaar. Dat geeft het een bijna mystieke status.”
Vandaag liet Griend ons toe. Even maar. Lang genoeg om te begrijpen waarom dit kleine eiland vooral met rust gelaten moet worden. En lang genoeg om het voorgoed in ons hart te sluiten.
Tekst Rosanne Langenberg
Foto's Ramon Holle en Rosanne Langenberg
Griend - een mystieke plek









