Bezoek van Rewilding Europe
Rewilding: het klinkt als ‘de natuur zijn gang laten gaan’. Uiteindelijk ís het dat ook, vertelt boswachter Robin Peeters, maar niet meteen. “Als je wilt dat de natuur het zelf redt, moet je eerst het systeem herstellen.” Eind april nam hij leden van het European Rewilding Network mee door de steeds wildere natuur van KempenBroek.

Klapstoelbeheer
“Rewilding werd vroeger wel ‘klapstoelbeheer’ genoemd”, vertelt boswachter Robin, coördinator natuurbeheer bij Natuurmonumenten. “Mensen dachten dat rewilding betekent dat je als beheerder vee in een gebied zet en verder niks meer hoeft te doen. Maar dat klopt niet. Als je wilt dat de natuur het op eigen kracht redt, moet je eerst investeren in systeemherstel. Dat kost veel tijd, geld en moeite.”
Die boodschap deelt hij op deze zonnige voorjaarsdag met een tiental leden van het European Rewilding Network (ERN). Het ERN is een netwerk van initiatieven die samenwerken met Rewilding Europe, een onafhankelijke organisatie die in Europa werkt aan het opschalen van rewilding en het ondersteunen van natuurherstel in verschillende landschappen.
Het gezelschap van vandaag is een bonte verzameling van mensen die met natuur en natuurherstel bezig zijn. Jong en al wat ouder, vrijwillig en professioneel, van Limburg tot de Noordzee, in Nederland en daarbuiten. Twee dingen hebben ze gemeen: de natuur gaat ze aan het hart, en ze zijn ervan overtuigd dat die natuur heel veel zelf kan.

Moerasgebied
In het Wijffelterbroek en Smeetshof, een groot grensoverschrijdend natuurgebied ten zuidwesten van Weert, laat boswachter Robin zien wat hij bedoelt. Vroeger was dit één groot moerasgebied. Maar om de grond geschikt te maken voor landbouw, heeft de mens hard ingegrepen. Er zijn sloten gegraven, drainages aangelegd en landbouwgronden bemest. De natuurlijke waterhuishouding was daardoor verstoord, legt hij uit. “Het schone grondwater kwam niet meer aan het maaiveld, maar werd via sloten afgevoerd. Het oorspronkelijke moerasgebied en de omliggende terreinen zijn daarom verdroogd. Daardoor hadden veel planten en dieren het moeilijk.”
Samen met ARK Rewilding en het Belgische Natuurpunt werkt Natuurmonumenten onder andere aan herstel van de waterhuishouding in het natuurgebied. De Raam, het afwateringskanaal dat in een deel van het gebied nog als een strakke lijn door het landschap snijdt, werd deels gedempt en omgelegd. Het water dat eerst door het gebied stroomde, wordt daar nu omheen geleid. Dat water is namelijk niet schoon genoeg.
"Door het dempen van de watergang die eerst dwars door het natuurgebied liep, houden we het waardevolle grondwater in het gebied beter vast."
- Boswachter Robin Peeters
Boswachter Robin: “We denken nu na over hoe dit water schoner kan worden, zodat het op termijn ook door het moerasgebied kan stromen. De nieuw gegraven loop kunnen we dan weer dempen.” Het oorspronkelijke doorstroommoeras is door de eerdere ingrepen al grotendeels hersteld. “Door het dempen van de watergang die eerst dwars door het natuurgebied liep, houden we het waardevolle grondwater in het gebied beter vast.”

Grote grazers
Aan de overkant van de Bocholterweg, bij het voormalige Hertenkamp, zijn greppels gedempt en drainages uit de bodem verwijderd. Op een perceel van zeven hectare is de bovenste grondlaag afgeschraapt om fosfaat te verwijderen en daarmee ook de kwaliteit van het grondwater te verbeteren. Dit gebied wordt begraasd door taurossen. Ten zuiden van de Bocholterweg lopen Schotse hooglanders en Exmoor pony's. De grote grazers vormen sociale kuddes die helpen het gebied open en gevarieerd te houden.
Boswachter Robin wijst op de open plekjes in de bodem. “Hier hebben de taurossen de vochtige bodem met hun hoeven omgewoeld. Daardoor ontstaan er allerlei schuil- en voortplantingsplekjes voor insecten en andere kleine dieren. Pioniersplanten als rode zonnedauw kunnen er ontkiemen. Dat zouden we nooit met de hand voor elkaar krijgen.” In het voorjaar knabbelt het vee aan takken, twijgen en bomen. “Jonge bomen die dat overleven, worden gedwongen goed te wortelen. Daar worden ze sterk van en veel beter bestand tegen klimaatextremen.” Zo profiteren allerlei planten en dieren van de aanwezigheid van de kuddes.

Een stapje wilder
“Rewilding kan overal, maar hoe dat eruit ziet hangt af van de lokale context,” zegt Nelleke de Weerd, communications manager bij Rewilding Europe. “In sommige gebieden is er meer mogelijkheid om natuurlijke processen terug te brengen dan in andere. Rewilding draait niet om een vast eindbeeld voor natuur, maar om het versterken van die processen. Daarbij is elke stap richting een meer natuurlijke dynamiek winst. Als we ruimte creëren voor natuur om meer haar gang te gaan, profiteren zowel mens als natuur daar op de lange termijn van.”
Erwin Christis van UNESCO Mens en Biosfeergebied KempenBroek kan dat beamen. “Rewilding is geen vaste oplossing, maar een spectrum. Hier in KempenBroek hebben we een natuurgebied van 25.000 hectare groot. Maar er is ook landbouw, er wonen mensen, we zitten op de grens van Nederland en België. Dat betekent dat je soms compromissen moet sluiten. En veel geduld nodig hebt.”
"Als we ruimte creëren voor natuur om meer haar gang te gaan, profiteren zowel mens als natuur daar op de lange termijn van."
- Nelleke de Weerd, Rewilding Europe
Een van de grootste uitdagingen bij rewilding is het samenleven van mens en dier. In KempenBroek zorgen de wilde zwijnen weleens voor problemen. “Ze hebben hun rol in het systeem, maar bezorgen boeren in de buurt soms ook overlast”, zegt boswachter Robin. “Daarin proberen we elkaar te helpen.” Bovendien bieden wilde dieren ook weer kansen, bijvoorbeeld voor de toeristische waarde van een gebied.

Nagenoeg natuurlijk
Natuurmonumenten kiest niet in alle gebieden voor rewilding. Boswachter Robin: “We spreken van cultuurlandschappen, halfnatuurlijke landschappen en nagenoeg natuurlijke landschappen. Die hebben allemaal hun waarde. Hier in Wijffelterbroek en Kettingdijk is een nagenoeg natuurlijk landschap – rewilding dus – in onze ogen de aanpak die het beste bij dit gebied past. We zien dat als je de natuur de kans geeft het zelf voor elkaar te krijgen, je daar een robuuster landschap voor terugkrijgt.”
Dat kán betekenen dat ook de biodiversiteit groter wordt. Maar dat hoeft niet. “Een nagenoeg natuurlijk landschap trekt specifieke soorten aan, zoals de otter of de grote weerschijnvlinder. Planten vestigen zich spontaan. Net als dieren die baat hebben bij de grootschaligheid en rust, zoals de oehoe. Maar het aantal soorten is geen doel op zich: de grootste waarde zit hier in de ontwikkeling van de natuur. Ingrijpen gebeurt alleen om het systeem verder te herstellen. Of als het systeem verstoord dreigt te raken, bijvoorbeeld door een invasieve exoot.

Dilemma’s én verrassingen
Wordt rewilding toegepast in een Natura 20000-gebied? Dan kan dat nieuwe vragen oproepen, want aan die Natura 2000-status zit de verplichting verbonden om specifieke soorten in stand te houden of te verbeteren. “In dit gebied gaat het daarbij met name om vogels die het hier al goed doen. Wel zijn er een paar plekken waar we aanvullend beheer uitvoeren, zoals in het galigaanmoeras. Maar omdat we blijven werken aan systeemherstel, zal ook dat beheer steeds minder nodig zijn.”
Rewilding gaat bovendien uit van dynamiek: het landschap mág veranderen. “We zitten nu nog in een overgangsfase. Daardoor moeten we soms afwegingen maken. Voeren we ingrepen uit om een bepaalde soort in stand te houden, of doen we dat niet meer?” Uiteindelijk moet de natuur zich in alle rust zélf kunnen ontwikkelen. Hoe KempenBroek er over 50 jaar uitziet, kan boswachter Robin dan ook niet zeggen. “Een landschap als dit heeft voortdurend verrassingen in petto.”
Meer weten?
Onze gebieden in KempenBroek zijn volop in ontwikkeling. Wil je op de hoogte blijven van actualiteiten en natuurweetjes? Meld je aan voor de digitale nieuwsbrief KempenBroek Natuurmonumenten of volg ons op Facebook.
Meer over de sociale kuddes van KempenBroek lees je hier, meer over systeemherstel in KempenBroek hier.
Heb je vragen of opmerkingen? Mail dan naar: [email protected]










