Heidecorridor in de Loonse en Drunense Duinen krijgt een zetje
Twee jaar geleden legde Natuurmonumenten een heidecorridor aan door het bos tussen de stuifzandheide van de Roestelberg en het noordelijk gelegen akkercomplex van de Pessaert. Met maaisel van bestaande heidevelden krijgt de jonge verbinding nu een extra zetje in de rug.

En dat zetje kan de heide wel gebruiken, want je ziet maar weinig jonge heideplantjes ontkiemen op de kale zandbodem. "Dat heeft mogelijk met de droge zomer te maken," zegt Ilse Snoeren, boswachter van Natuurmonumenten. " Nu blijven heidezaden soms wel honderd jaar kiemkrachtig, maar daar willen we niet op wachten. We zien namelijk dat mossen zich razendsnel uitbreiden. Als die een aaneengesloten mostapijt vormen, wordt het voor de heidezaden straks onmogelijk om nog te ontkiemen. Daarom brengen we heidemaaisel aan van bestaande heideveldjes in de buurt. Dat moet het mos wat concurrentie bieden. We doen dat nu het zaad al gerijpt is, maar nog wel aan de struik zit. Zo worden de zaden met het maaisel over de nieuwe groeiplaatsen uitgestrooid”, legt de boswachter uit.

In een heideveld uit de buurt worden in golvende banen stroken gemaaid
Verbinding tussen droge en natte natuur
De heidecorridor is aangelegd om de droge stuifzandheides rond de Roestelberg weer te verbinden met kleinere heideveldjes in het bos en uiteindelijk met de Pessaert en de vochtige natuur langs het Drongelens Kanaal. "Voor meerdere diersoorten vormt dicht bos een lastig obstakel," vertelt Ilse. "Door heidegebieden weer met elkaar te verbinden, kunnen soorten zich makkelijker verspreiden, nieuwe leefgebieden bereiken en contact houden met andere populaties. Dat is belangrijk voor soorten als de heivlinder, blauwvleugelsprinkhaan, levendbarende hagedis en nachtzwaluw”. De corridor zorgt voor uitbreiding van geschikt leefgebied, maar die heide moet zich dan wel eerst goed ontwikkelen.
Hoe robuuster en gevarieerder een natuurgebied is, hoe beter soorten kunnen omgaan met droge periodes, voedseltekorten en veranderingen in het klimaat," zegt Ilse. "Daar werken we hier stap voor stap aan."
Een gezonde heidebodem verplaatsen
Het maaisel moet de ontwikkeling van de heide wat versnellen. "In het maaisel zitten ook andere planten van de heide en allerlei schimmels, bacteriën en andere micro-organismen die thuishoren in een gezonde heidebodem," legt de boswachter uit. "Eigenlijk brengen we een klein stukje van een goed functionerend heidesysteem naar een plek waar dat systeem zich nog moet ontwikkelen. Met maaisel van ongeveer één hectare heide kunnen we ongeveer op vier hectare van de heidecorridor heidezaad verspreiden .

Het heidemaaisel wordt uitgestrooid in de heidecorridor, zodat de ontwikkeling van heide sneller op gang komt.
Meer variatie op de heide
Het maaien van bestaande heidevelden dient nog een tweede doel: het moet zorgen voor meer variatie en structuur in het heideveld. Ilse kiest er bewust voor om niet de hele heide te maaien, maar met de maaimachine slingerende banen te maaien. Daardoor ontstaat meer structuur met oude heidestruiken, jonge heide en open plekken. “Die variatie is belangrijk voor veel dieren”, legt de boswachter uit. "Sommige soorten hebben hoge, oude heide nodig om te schuilen. Andere profiteren juist van jonge heide of open zand. Door verschillende structuren naast elkaar te creëren, vergroten we de biodiversiteit. Ook zorgen we voor zandige plekjes, want die zijn ontzettend waardevol. Zandbijen maken er hun broedgangen en ook de levendbarende hagedis zoekt het warme zand op om op temperatuur te komen.











