Wegrestaurant voor trekvogels wordt gered
Goed nieuws voor de rosse grutto, kanoet, wulp en talrijke andere trekvogels die langs de Zeeuwse kust vliegen. Een belangrijke pitstop waar de vogels kunnen rusten en eten, de Galgeplaat in de Oosterschelde, wordt momenteel opgehoogd om te voorkomen dat deze zandplaat voorgoed onder water verdwijnt.

De Oosterschelde is met zijn ondiepe wateren, slikken, schorren en zandplaten een onmisbare schakel op de Oost-Atlantische trekroute van talloze trekvogels. Op weg naar hun overwinterings- of broedgebieden komen ze hier op adem. Uitrusten en bijtanken is het motto.
Michelin-sterren
“Voor trekvogels is de Galgeplaat een ‘stepping stone’ op wereldniveau”, vertelt boswachter Paul Begijn. “Ze vinden hier een rijk gedekte tafel. De bodem zit boordevol wadpieren, schelpdieren en kreeftachtigen. Het is voor hen echt een wegrestaurant met Michelin-sterren. Dat voedsel hebben ze hard nodig om aan te sterken tijdens hun wonderbaarlijke trektochten over de wereld. Op basis van de stand van de sterren en de zon, zichtlijnen en zelfs aardmagnetische velden vliegen de vogels van noord naar zuid en omgekeerd. Van het hoge noorden in Siberië, Scandinavië en de kusten van Groenland tot de wetlands in West-Afrika, of nog verder. De absolute kampioen onder de langeafstandstrekkers is de noordse stern, die onder meer op de Noordpool broedt en op de Zuidpool overwintert. Sommige individuen leggen wel 90.000 kilometer per jaar af.”

Trekvogels, met onder meer kanoeten en rosse grutto's.
Zandhonger
De zandplaten in de Oosterschelde worden echter steeds kleiner en lager. Door de aanleg van de Oosterscheldekering, de Oesterdam en de Philipsdam is de natuurlijke dynamiek van deze zeearm veranderd. Zand verdwijnt naar diepere delen en er wordt onvoldoende zand aangevoerd. Dat proces heet zandhonger. Om dit proces af te remmen worden de zandplaten opgehoogd. Een eerste proef daarmee vond in 2008 plaats op de Galgeplaat. In 2019 volgde de ophoging van de Roggenplaat. Het proces van zandhonger loopt echter onverminderd voort. Een opgehoogde zandplaat gaat ongeveer 25 jaar mee, daarna is een nieuw plan van aanpak nodig.
Deze winter ondergaan de Galgeplaat en de Slikken van den Dortsman een hersteloperatie. Van 1 oktober tot uiterlijk 31 maart wordt dag en nacht gewerkt om een deel van de droogvallende platen te verhogen. Met 3 miljoen kubieke meter zand wordt in totaal 261 hectare opgehoogd, een oppervlakte vergelijkbaar met dat van 367 voetbalvelden. Het zand komt uit de Oosterschelde, onder meer uit vaargeulen die worden onderhouden.
Getij
Een kijkje ter plekke vanaf een schip met betrokkenen van opdrachtgever Rijkswaterstaat en uitvoerder Boskalis laat goed zien dat de Galgeplaat geen platte pannenkoek is. Het is een dynamisch landschap met hoge en lage delen van zand en zeeklei, schelpenbanken, oestervelden en geulen van wel drie meter diep. Overal tippelen vogels rond, terwijl verderop shovels en kranen druk in de weer zijn met suppleren, zoals het aanbrengen van zand wordt genoemd. Vanwege het getij kan er maar 3 tot 4 uur aaneen worden gewerkt, daarna spoeden de grondverzetmachines op rupsbanden zich naar pontons om het stijgende water voor te zijn. Acht uur later gaat het werk verder, ook ’s nachts.

Zandsuppletie aan de noordkant van de Galgeplaat.
Dekbedje
“We werken volgens een strak schema waarbij we de vogels zoveel mogelijk ontzien”, vertelt omgevingsmanager Dries Hof van Boskalis Nederland. “Zo doen we de Slikken van den Dortsman als laatste omdat daar de komende maanden nog veel kanoeten verblijven. En we maken gebruik van ‘priming’, een ecologische techniek waarbij we nieuw opgespoten zand bedekken met een vruchtbaar bodemlaagje van het eigen gebied, een soort dekbedje. De ecologische waarde van de bovenste 20 cm neemt snel toe met deze methode. Het bodemleven komt terug zodat vogels weer naar voedsel kunnen zoeken.”
Boskalis doet ook onderzoek naar hoe het aangebrachte zand zich gedraagt. Bijvoorbeeld wat de invloed van stromingen is en in hoeverre het zand op gewenste locaties blijft. “Dat is ook in het belang van andere gebruikers zoals de mossel, kokkel- en oesterkwekers en scheepvaart. Er zijn 6 boeien geplaatst die elke 10 minuten de vertroebeling van het water meten. Hiermee houden we het proces goed in de gaten en kunnen we tijdig ingrijpen om schade aan de mosselpercelen te voorkomen.”
Zonnebank
Aan de rand van de Galgeplaat passeren we ook een stuk of zestig gewone en grijze zeehonden die er heerlijk liggen te zonnen. “Dat doen ze om vitamine D op te doen voor het gezond houden van hun vacht”, weet boswachter Paul. “Het is voor hen een geliefde rustplek waar ze ook hun jongen zogen. We hebben onderzocht welke afstand we in acht moeten nemen om ze niet te storen. Daar wordt met de zandsuppletie rekening mee gehouden.”
Boswachter Paul Begijn met zonnende zeehonden op de Galgeplaat.
De vogels trekken meer de aandacht van Paul, zoals de vele scholeksters die hier rondscharrelen. “Dat is echt een kust- en boerenlandvogel die het moeilijk heeft, zoals zovelen. Hier lijkt het nog wat, maar scholeksters kunnen wel veertig jaar oud worden, zodat hun afname vrij geruisloos verloopt. De Galgeplaat blijft voor hen een belangrijke pleisterplaats. Sommigen trekken naar het zuiden, maar velen verblijven hier jaarrond. Hun snavel kunnen ze aanpassen aan het voedselaanbod. Je hebt scholeksters met een korte beitelvormige snavel die schepdieren kunnen kraken, maar ook scholeksters met een lange dunne snavel die wadpieren uit de bodem trekken. Zo’n snavel kan afslijten, maar ook weer aangroeien.”

Scholekster met schelpdier.
Graspiepers
Paul somt nog een reeks vogels op voor wie de plaat van groot belang is, zoals de zilverplevier, bonte strandloper, lepelaar, kleine zilverreiger, bontbekplevier, strandplevier en bergeend. “Ook al beheert Natuurmonumenten de zandplaten in de Oosterschelde niet, we zijn blij dat we als natuurpartij het belang van de vogels vertegenwoordigen. Ik zie het als onze internationale verplichting om dit wegrestaurant voor trekvogels te behouden.”
Op de terugweg ziet Paul nog een groepje graspiepers over het water scheren, gevolgd door een handvol kramsvogels. “Ook zangvogels maken veel gebruik van deze trekroute. Sommigen vliegen ver door, anderen blijven hier hangen. Het zou me niet verbazen dat deze vogels verderop in ons natuurgebied Zwaakse Weel neerstrijken. Daar staan nu veel meidoornhagen met bessen waar ze dol op zijn. Zo zie je dat alles met elkaar samenhangt, met de Oosterschelde als belangrijk kruispunt voor talloze vogels.”
Het project Galgeplaat en Slikken van den Dortsman is een samenwerking van Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Provincie Zeeland en Natuurmonumenten.









