Ga direct naar inhoud

Regenwater als voorwaarde voor herstel

Het hoogveen verdroogt! Het veen moet natter! Dat roepen we vaak, maar waarom dan precies? En waarom is dat kadeherstel in het Fochteloërveen nu zo belangrijk? Hierbij een lesje in levend hoogveen, te beginnen met… veenvorming.

Kadeherstel Fochteloërveen 2025

Levend hoogveen

Een levend of actief hoogveen vormt veen. Bij veenvorming groeien veenmossen sneller dan ze worden afgebroken; onder aan de streep is er sprake van ophoping van plantenmateriaal, oftewel veen. Een voorwaarde voor dit proces is dat het altijd nat is. Want als het nat is, is er vrijwel geen zuurstof waardoor de afbraak van plantenresten zeer langzaam gaat. Daarnaast is het belangrijk dat de omgeving vrij zuur en voedselarm is. Alleen schoon regenwater voldoet aan deze voorwaarden.

Meer veenmos

Het Fochteloërveen is een herstellend hoogveen. Natuurmonumenten probeert het hoogveen weer levend of actief te maken. Dit kan alleen met behulp van veenmossen en dus focussen we ons op het laten toenemen van deze planten. In Nederland is dit extra moeilijk omdat er sprake is van een flinke stikstofvervuiling. In de lucht en in het regenwater zitten extreem hoge hoeveelheden stikstof. Hierdoor groeien soorten als pijpenstrootje en berk heel goed. Deze soorten concurreren met het veenmos. Helaas overstijgt dit probleem ons en kunnen we dit niet zomaar oplossen. 
De waterstanden kunnen we wél beïnvloeden en daarom zetten we vol in op het creëren van de optimale waterstanden voor veenmos. Zo helpen we dit plantje in de strijd tegen pijpenstrootje en berk. Als het lukt om de veenmosbedekking boven de 50% te krijgen dan gaat het systeem weer werken en kan veenmos zorgen voor een levend hoogveen. Op een aantal plekjes in het Fochteloërveen zien we dit al gebeuren.

Stabiel waterpeil

Veenmos gedijt goed in een permanente natte omgeving. Langdurige droogte maar ook overstroming is slecht voor de plant. De waterstand moet dus heel stabiel zijn, zeg maar voortdurend plasdras. Om het hoogveen te herstellen mag het waterpeil niet meer dan 20 tot 30 cm zakken. Wordt het meer dan herstelt het veen zich niet. Vooral in de zomer komt het er dus op aan. Een hete, droge zomer is dramatisch als er nog niet veel veenmos in een gebied is. Veenmos kan namelijk zeer goed water vasthouden en de verdamping beperken. Hoe meer veenmos, des te bestendig het hoogveen is tegen hete en droge periodes. Staat er veel pijpenstrootje, dan is het hoogveen erg kwetsbaar voor dergelijke periodes.

Peilvakken met kades

Het jaarrond plasdras houden van een beschadigd hoogveen is een uitdaging. Het Fochteloërveen is een bult met allemaal lage delen door afgravingen en watergangen die water afvoeren. De top van de bult ligt op ongeveer +12,50 NAP en aan de randen is het ruim 2 meter lager. De hoogste waterstand in het Fochteloërveen is +12,40 NAP en de laagste +6,50 NAP. Hier zit maar 3 kilometer afstand tussen. Zouden we één waterstand instellen dan is 95% van het gebied te nat of te droog. Daarom zijn er al in de jaren ‘80 vakken of compartimenten gemaakt met rondom een waterkerende kade. Inmiddels is het veen verdeeld in 80 compartimenten met elk een eigen waterpeil. Het streven is om de peilverschillen tussen de compartimenten kleiner dan 50 cm te krijgen. Overtollig water kan via zo’n 100 stuwen de compartimenten uit stromen. Deze compartimentering bleek goed te werken aangezien de veenmosbedekking langzaam maar zeker toenam. Helaas stopte deze ontwikkeling zo rond 2015 toen er steeds meer lekkages in de kades werden ontdekt. Het areaal levend hoogveen nam weer af. Daarom maken we nu zeer duurzame kades van zand en leem.

Dwarsdoorsnede Fochteloërveen met kades

Dwarsdoorsnede Fochteloërveen met kades

Vasthouden of afvoeren van water

De belangrijkste functie van de kades is het beperken van waterverlies in de zomerperiode. In de winter is het doorgaans nat genoeg en moeten we juist water afvoeren om het veenmos niet te laten overstromen. Het water wordt zoveel mogelijk via oude slenken afgevoerd en de weg die het water aflegt wordt zo lang mogelijk gemaakt. Hierdoor kunnen er geleidelijke overgangen ontstaan tussen nattere en drogere plekken, plekken met veel stroming en plekken met weinig stroming, tussen voedselarmere delen en voedselrijkere delen.

Meten is weten

Het verhogen van waterpeilen is echt maatwerk. Door middel van kleine stapjes van 5 tot 10 cm per jaar wordt ervoor gezorgd dat dieren en planten de tijd krijgen om zich aan te passen aan de hogere waterstanden. We zoeken naar het optimum voor veenmossen, als die is gevonden hoeft de waterstand vrijwel niet meer verhoogd te worden (eindpeil). De waterstanden worden bij regen of droogte nauwlettend in de gaten gehouden om ervoor te zorgen dat het peil niet te zeer fluctueert. Meerdere keren per jaar beoordelen we het peil in relatie tot de vegetatie in het compartiment. Aan de hand van wat we zien bepalen we of het peil omhoog of misschien wel omlaag moet. In elk compartiment staat een meetpunt zodat we goed kunnen monitoren of de waterstand optimaal is voor de veenmossen. De komende jaren wordt de groei van veenmos in kaart gebracht. Dan weten we of het Fochteloërveen daadwerkelijk herstellende is. 

Bezoekersinformatie

Bereikbaarheid

    Parkeerplaats Fochteloërveen