Om je beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies en vergelijkbare technieken. Met de cookies volgen wij en derde partijen jouw internetgedrag binnen onze site. Hiermee tonen we advertenties op basis van jouw interesse en kun je informatie delen via social media. Als je verdergaat op onze website gaan we ervan uit dat je dat goedvindt. Meer weten en instellingen.

Wandelen

Wandelroute Nationaal Park Dwingelderveld (Drenthe)

Wandelen

Wandelroute Nationaal Park Dwingelderveld (Drenthe)

Nationaal Park Dwingelderveld staat vooral bekend vanwege de grote, stille heide. Het centrale deel van het park is zelfs het grootste aangesloten natte heidegebied dat nog over is in West-Europa. Tijdens deze gevarieerde en kindvriendelijke wandeling heb je kans op ontmoetingen met graafwespen, de schaapskudde van Ruinen en diverse vlinders, vogels en insecten.

Bezoekersinformatie

Bereikbaarheid

    Nationaal Park Dwingelderveld
  • Benderse 22, 7963 RA Ruinen (DR)
  • 0522 47 29 51
  • Vanaf de A28 neem je bij Pesse de afslag naar Ruinen. In het centrum van Ruinen neem je de richting Ansen, vlak voor Ansen sla je rechtsaf naar het bezoekerscentrum Dwingelderveld. Na anderhalve kilometer kun je vlakbij het bezoekerscentrum parkeren.

Praktisch

De route

 Startpunt

1Ruiner Es

Je komt nu op de Ruiner Es. Aan de bolronde vorm van de Ruiner Es zie je dat het een oude es is. De landbouwgrond in het midden ligt hier namelijk iets hoger omdat daar al eeuwenlang schapenmest en heideplaggen zijn uitgestrooid om het bouwland vruchtbaar te houden. Van de oude indeling van de es in kleine akkers van hoogstens tien tot twaalf meter breed is weinig meer te zien. Met de komst van de kunstmest kon een boer gemakkelijk veel grotere stukken landbouwgrond vruchtbaar maken. Bij de ruilverkaveling Ruinen in de jaren tachtig zijn de kleine eigendommen vervolgens uitgeruild. Een deel van de es kwam daarbij in handen van Natuurmonumenten. Die heeft de kleinschalige indeling gehandhaafd en teelt op de smalle percelen vooral rogge. Dit graangewas groeit ook goed zonder kunstmest en biedt, mits er niet gespoten wordt, plaats aan verschillende akkeronkruiden zoals korenbloem, akkerviooltje en korensla. Voor patrijzen, kwartels en reeën vormen zulke ouderwetse akkers een welkome voedselbron.

Ruiner Es
Ruiner Es
Ruiner Es
Ruiner Es

2Zonder gegraas geen heide

De Wiltzang was vroeger een open heidegebied. Omdat er al tijden geen schapen meer grazen zijn grote delen inmiddels dichtgegroeid met grassen en bomen. Hier en daar probeert Natuurmonumenten het tij te keren door de opgeschoten berken en dennen te verwijderen. Daardoor zie je nog iets van de heide en de vele insecten die van de openheid profiteren, zoals vlinders, libellen en graafwespen. Overal aan de rechter, zonbeschenen kant van het pad zie je de verkleuringen in het zand die erop duiden dat een graafwesp daar een ander insect levend heeft begraven als voedsel voor haar broed.

Zonder gegraas geen heide
Zonder gegraas geen heide

3Aan de rand van het zand

Bij de Leisloot, een oude afwateringssloot, zie je veel grillig uitgegroeide eiken. In het verleden legden de boeren vaak eikenbosjes aan omdat ze het hout goed konden gebruiken als brandstof en voor afrasteringspalen. De schors van eikentakken was veel geld waard aangezien het de grondstof leverde om leer mee te looien. De dichte eikenhakhoutbosjes boden ook een redelijke bescherming tegen het oprukkende zand. Tot vijftig jaar terug zag je hiervandaan de kale stuifzandheuvels van het Anserzand. Nu is het een geheuveld bos en heet dit gebied de Anserdennen. Als je deze route wil verlengen kan je even verderop de witte route volgen. Deze gaat ongeveer een halve kilometer rechtdoor naar het Theehuys Anserdennen. Vervolg na het Theehuys de witte route, die na ongeveer 2,5 km weer aansluit op de rode route.

Aan de rand van het zand
Aan de rand van het zand

4Naar een natuurlijker bos

Langzaam maar zeker worden de naaldbossen die na de Tweede Wereldoorlog op het stuifzand zijn aangeplant een stuk natuurlijker. Natuurmonumenten helpt daaraan mee door het bos zoveel mogelijk met rust te laten. De bomen die doodgaan en de takken die vallen blijven gewoon liggen en bieden volop leefruimte voor mossen, paddestoelen en insecten. Met name de larven die in het dode hout wroeten maken het bos aantrekkelijker voor insecteneters als spechten. De gaten in de stam en afgevallen takken bieden broed- en schuilgelegenheid aan diverse vogels en zoogdieren, terwijl de opengevallen plekken in het naaldbos spoedig worden ingenomen door kruiden, struiken en loofbomen.

Naar een natuurlijker bos
Naar een natuurlijker bos

5Plaggen voor heide

Aan de linkerkant van het pad zie je enkele graslanden. Hier heeft men de heide rond 1900 ontgonnen tot landbouwgrond. Bij de rij eiken heeft destijds een boerderij gestaan. Voorbij het grasland strekt de heide zich uit. Hier en daar valt dat niet eens zo op, omdat grassen als pijpenstrootje de heide overwoekerd hebben. Verderop langs het pad is goed te zien hoe heideplanten als dopheide, zonnedauw of snavelbies opbloeien op de afgegraven stukken, die vrij vochtig zijn. Struikheide groeit op de wat drogere delen.

Plaggen voor heide
Plaggen voor heide

6Typische heidedieren

Behalve door te plagggen en te maaien, onderhoudt Natuurmonumenten de heide door er een schaapskudde te laten grazen. In dit deel kan je geregeld de kudde zien die elke ochtend vanuit de schaapskooi aan de Benderse vertrekt. De schapen eten de grassen weg en houden de heidestruikjes jong en gezond. Naast schapen kan je bijna altijd wel vogels in het open heidegebied zien of horen. Tapuit en roodborsttapuit zijn kenmerkende soorten die op de heide broeden. Vlinders fladderen ’s zomers in nog veel meer soorten en kleuren rond. Een onverwachte gast die vaak in de natte heide is te zien, is de groene kikker.

Typische heidedieren
Typische heidedieren

7Schaapskooi en uitkijktoren

Bij de kruising kan je even naar links en dan rechts naar de schaapskooi en het informatiecentrum van de Stichting Het Drentse Heideschaap lopen. De kudde is vanaf 1948 gevormd met als doel het typische Drentse schapenras voor uitsterven te behoeden. De belangrijkste taak van de kudde is het onderhoud van de heide. Een bezoek aan de kooi is vooral aardig tegen het einde van de middag als de herder met zijn hond de schapen thuisbrengt. 

De schaapskooi uit 1949 was oud en werd te klein. De oude kooi is gerenoveerd en is nu de ‘lammerkooi’. Het nieuwe moderne gebouw uit 2017 biedt onderkomen aan de ruim 450 schapen van de Schaapskudde Ruinen. Het gebouw is zo bijzonder dat het de Drentse Architectuurprijs 2018 kreeg. En wil je meer weten over de heide en het Drentse heideschaap? Loop dan eens binnen in de informatieruimte. Hij is dagelijks geopend.

Aan de rand van het heideveld, naast de schaapskooi, staat een uitkijktoren. Op tien meter hoogte heb je een fantastisch uitzicht over het Dwingelderveld, de heide, de talloze vennen en de schapen. En niet alleen met mooi weer. Juist bij slecht weer laat het heidegebied zich in alle woestheid zien. Voor mensen in een rolstoel en kinderwagens is er een uitkijkplatform op drie meter hoogte. 

nieuwe schaapskooi
Schaapskooi en uitkijktoren
Uitzicht vanaf de uitkijktoren
Schaapskooi en uitkijktoren
logo

Ook zo genoten van deze route? Help de natuur. Ga naar nm.nl/nieuwlid.