‘Nederland verdroogt – en dat raakt alles’
In een interview met vakblad H2O gaat Jeroen de Koe, directeur van Natuurmonumenten in op de gevolgen van verdroging in Nederland en de noodzaak om anders om te gaan met water, ruimte en landschap. Over de impact op natuur, landbouw en leefomgeving — én over de keuzes die nodig zijn voor een toekomstbestendig Nederland.

Onderstaand artikel verscheen eerder in H2O, platform voor waterprofessionals.
Rivieren lopen als een rode draad door het leven van Jeroen de Koe. De directeur van Natuurmonumenten kijkt daarom eerst naar water als het gaat om de staat van de natuur. ‘Samen met de bodem vormt water de basis van elk ecosysteem.’ Maar juist daar gaat het mis: verdroging en slechte waterkwaliteit brengen natuur, landbouw en steden steeds verder in de knel.
Zijn favoriete natuurlandschap? Als directeur van een van de grootste natuurorganisaties van Nederland ligt het voor de hand om te zeggen: allemaal. Toch kiest Jeroen de Koe zonder veel aarzeling voor rivieren boven bos, heide of duinen. Die affiniteit met water komt misschien voort uit zijn studie cultuurtechniek in Wageningen, in een tijd dat hydrologie nog een belangrijk onderdeel van de opleiding was. Maar misschien nog bepalender is dat hij opgroeide in het rivierengebied, in de Betuwe, met de Linge als constante factor in zijn leven.
“Ik liep en fietste bijna elke dag langs de rivier, en dat is in mijn systeem gaan zitten. Water is verbonden met mijn identiteit, mijn jeugd en de manier waarop Nederland eruitziet.”
Samen met de bodem vormt water de basis van een gezond ecosysteem, legt hij uit.
“Als die twee niet in orde zijn, dan functioneert de natuur simpelweg niet goed. In Nederland gaat het vooral mis op twee punten: verdroging en waterkwaliteit. Die combinatie zet niet alleen de natuur onder druk, maar raakt ook landbouw en steden. In stedelijke gebieden zie je bijvoorbeeld steeds vaker hittestress. De tegenstelling tussen stad en natuur is dus kunstmatig; alles is met elkaar verbonden via water, bodem en leefomgeving.”
Natuurmonumenten heeft de gevolgen van verdroging in elf natuurgebieden onderzocht.
“Vrijwel alle onderzochte gebieden hebben last van een structureel te lage grondwaterstand, waardoor kwetsbare natuurtypen zoals natte heide, veengebieden en beekdalen verder achteruitgaan. De oorzaken liggen vooral buiten de natuurgebieden zelf: ontwatering door landbouw en bebouwing en de versnelde afvoer van water, waardoor het minder goed in de bodem wordt vastgehouden. Daardoor verdwijnen planten en dieren die afhankelijk zijn van natte omstandigheden en verliezen natuurgebieden hun veerkracht. Niet alleen binnen, maar juist ook buiten natuurgebieden zijn ingrepen nodig om water beter vast te houden en verdroging tegen te gaan. Bijvoorbeeld door minder intensief landgebruik in de omliggende gebieden.”
Waarom staat investeren in natuur volgens u gelijk aan investeren in Nederland?
“De natuur is geen kostenpost, maar een investering met rendement. Verschillende studies laten zien dat elke euro die je in de natuur steekt, zich vier tot acht keer terugverdient. Dat rendement zit niet alleen in biodiversiteit, maar ook in gezondheid, recreatie, klimaatadaptatie, minder schade van wateroverlast en de waardestijging van woningen. Natuur en water spelen ook een sleutelrol in de grote opgaven waar Nederland voor staat, zoals de transitie naar duurzame landbouw, toekomstbestendige steden en een klimaatadaptieve inrichting. Natuurgebieden helpen bij waterberging tijdens piekbuien, wetlands en bossen beperken hittestress en gezonde bodems slaan koolstof op. Een belangrijk onderdeel van ons verhaal is het Natuurnetwerk Nederland: een stelsel van natuurgebieden dat met elkaar verbonden wordt, zodat planten en dieren zich kunnen verplaatsen en ecosystemen robuuster worden. Maar dit netwerk is nog niet af; de verbindingen tussen de gebieden ontbreken vaak nog.”
Sterker nog, de komende twee jaar moet er zes keer de oppervlakte van Nationaal Park De Hoge Veluwe bijkomen om te voldoen aan het Natuurpact, dat kabinet en provincies in 2013 sloten. Het kabinet-Jetten wil die afspraken nakomen. Hoe haalbaar is dat?
“Het aanleggen van nieuwe natuur kost ruimte en geld. In Nederland is die ruimte schaars en zijn er veel concurrerende belangen, zoals landbouw en woningbouw. We moeten hier realistisch en creatief naar kijken. Sommige keuzes zijn onvermijdelijk; op bepaalde plekken zal landbouwgrond moeten verdwijnen. Tegelijk zijn er veel meer mogelijkheden voor functiecombinaties dan we nu benutten. Het hoeft niet óf natuur óf landbouw óf waterberging te zijn, maar kan ook én-én-én worden. Denk aan agrarisch natuurbeheer. Of aan gebieden die tijdelijk water kunnen bergen zonder dat ze permanent hun functie verliezen als bijvoorbeeld wandel- of recreatiegebied. Herverkaveling kan helpen om functies beter te organiseren in het landschap. Mijn opa werkte zo’n dertig jaar bij de cultuurtechnische dienst en hield zich in de jaren vijftig bezig met het rechttrekken van beken en het aanleggen van sloten in de Achterhoek. Inmiddels kennen we de nadelen daarvan, maar dit paste bij de grote opgave van die tijd: de voedselproductie verhogen, de landbouw efficiënter maken en water zo snel mogelijk afvoeren. De vraag is nu: kunnen we datzelfde instrumentarium niet opnieuw gebruiken, maar dan met andere doelen? Water langer vasthouden, ruimte geven aan water, beken weer laten meanderen. Dit vraagt wel om politieke wil en samenwerking tussen alle betrokken partijen.”
Daan Prevoo, burgemeester van Valkenburg aan de Geul, zei in H2O dat precies daar vaak de schoen wringt.
“Dat beeld herken ik, maar wil ik ook nuanceren. Uiteindelijk is het de taak van de overheid – Rijk, provincies, gemeenten én waterschappen – om het algemeen belang te dienen. En het is overduidelijk dat het watersysteem niet meer goed functioneert. Dus ja, er moeten keuzes worden gemaakt die pijn doen. Maar laten we ook zeker niet vergeten dat er volop kansen zijn. Je moet het ook zeker niet allemaal op landelijk niveau willen oplossen. Werk gebiedsgericht, laat partijen lokaal samenwerken aan integrale oplossingen in de regio’s waar de problemen spelen.”
In een ander interview zei u dat u niet tegenover, maar naast de agrarische sector wil staan.
“Verandering is nodig, dat staat buiten kijf, maar ik wil bruggen bouwen tussen natuurorganisaties en de landbouwsector. 1.900 boeren pachten grond van ons en een groeiend aantal werkt mee in gezamenlijke projecten in het hele land. Wij helpen boeren actief om duurzamer te werken. In de praktijk betekent dat vaak dat ze natuurbeheer en landbouw combineren. Ze maaien bijvoorbeeld later zodat weidevogels kunnen broeden, gebruiken minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen of leggen bloemrijke graslanden aan voor insecten. De boer blijft produceren én draagt bij aan biodiversiteit. Vaak staat daar een vergoeding tegenover. Het is dus geen liefdadigheid, maar een ander verdienmodel. De toekomst ligt in een nieuw evenwicht, waarin de landbouw minder belastend is voor lucht, bodem en water, terwijl boeren wel een goed inkomen houden.”
Natuurmonumenten maakt deel uit van de ‘polder’ en probeert invloed uit te oefenen via lobby en samenwerking met allerlei partijen.
“Wij werken samen met overheden, het bedrijfsleven en andere maatschappelijke organisaties, want als grote terreinbeheerder kun je je niet afzonderen. Een goed voorbeeld is de Maatschappelijke Watercoalitie: een samenwerking van partijen uit onder meer natuur, bouw, zorg en drinkwater, die het gedeelde inzicht hebben dat waterproblemen alleen zijn op te lossen door naar het hele systeem te kijken. Juist doordat je vanuit zo’n breed belang redeneert, neemt de invloed toe en staat water hoger op de politieke agenda. Het speelt inmiddels een grotere rol in de ruimtelijke ordening en onder het nieuwe kabinet is het principe ‘water en bodem sturend’ gelukkig ook weer terug. Daarnaast mobiliseren we inwoners. Ruim 180.000 mensen ondertekenden de petitie ‘Stop watervervuiling’. Dat laat zien dat water breed leeft in de samenleving. Dit is ook hard nodig, want slechts 1 procent van het Nederlandse oppervlaktewater voldoet aan de Europese normen. Nu er politieke druk is om maatregelen af te zwakken, pleiten wij ervoor om in te grijpen, zodat natuur behouden blijft en drinkwater niet schaarser en duurder wordt.”
Activist Merijn Tinga vertelde in H2O dat veel milieuclubs nogal dogmatisch zijn en afhaken als hij samenwerkt met politici of bedrijven. Ook Natuurmonumenten kreeg niet alleen applaus toen Coca-Cola jullie project steunde om de vijvers in het Brabantse natuurgebied De Liskes te herstellen.
“Ik ben net zo pragmatisch en resultaatgericht als Tinga. Als samenwerking bijdraagt aan minder druk op de natuur, als een bedrijf bereid is om verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen van zijn handelen, dan is het zinvol om samen te werken. Natuurlijk kun je kritiek hebben op de plastic verpakkingen of de gezondheidseffecten van de frisdrank, maar in dit geval leverde Coca-Cola een concrete en bovenwettelijkebijdrage aan het waterbeheer rond de grootste productielocatie. Daarmee gaan ze veel verder dan strikt noodzakelijk volgens hun vergunning en zijn ze een voorbeeld voor veel andere grote onttrekkers van grondwater in Nederland. Tegelijk gaan we niet met iedereen in zee, we bewaken onze onafhankelijkheid en maken per situatie een zorgvuldige afweging.”
Jullie zijn dus niet naïef?
“Natuurmonumenten heeft ongeveer een miljoen leden, wat een belangrijke bron van legitimiteit en invloed is. In het maatschappelijke debat worden wij serieus genomen, niet alleen vanwege onze deskundigheid, maar ook omdat we zo’n grote achterban vertegenwoordigen. Dat geeft ons een stevige plek aan tafel. Maar invloed gaat niet alleen over ‘aan tafel zitten’, ook om wat er daarna gebeurt. En dan wegen economische belangen soms uiteindelijk toch zwaarder. Wij zijn niet neutraal: we komen nadrukkelijk op voor natuur en landschap. In principe werken we het liefst via overleg en samenwerking, maar als als het nodig is, dan nemen we een stevige positie in of stappen zelfs naar de rechter. Soms is dat een noodzakelijk sluitstuk als overleg niets oplevert of gemaakte afspraken worden genegeerd. Een voorbeeld is de natuurcompensatie in de Noordzee bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Daarover zijn afspraken gemaakt met de overheid, Havenbedrijf Rotterdam en de Europese Commissie, maar die zijn niet nageleefd. In eerste instantie kregen we gelijk bij de bestuursrechter, de Raad van State oordeelde anders, en inmiddels ligt het dossier bij de Europese Commissie, omdat de afspraken ook op Europees niveau zijn vastgelegd.”
U hoort op feesten en partijen vast weleens dat een ‘kevertje of torretje’ hele bouwprojecten stillegt. Hoe reageert u dan?
“Dan zeg ik dat dat een karikatuur is en dat we de discussie niet moeten versimpelen. Beschermde soorten zijn niet de oorzaak van de problemen. Elke soort speelt een rol in het totale ecosysteem. De kern is dat het systeem uit balans is geraakt. Decennialang hebben we in Nederland de ecologische grenzen opgerekt en daar lopen we nu tegenaan. Natuurwetgeving is er niet om projecten tegen te houden, maar om ervoor te zorgen dat we netjes omgaan met onze leefomgeving.”
Wat is uw boodschap voor de watersector?
“Het is niet genoeg om kleine stapjes te zetten. Ons watersysteem is nog te veel gericht op het snel afvoeren van water en daardoor onvoldoende bestand tegen klimaatverandering en verdroging. Er zijn fundamentele keuzes nodig. Laat water en bodem écht sturend zijn bij ruimtelijke beslissingen: kijk eerst wat het systeem aankan, bouw niet op plekken die te nat, kwetsbaar of risicovol zijn en blijf niet optimaliseren voor één functie, zoals de landbouw. Zet in op functiecombinaties en werk samen met natuurorganisaties, landbouw, gemeenten en bedrijven. Denk daarbij niet alleen vanuit waterbeheer, maar vanuit het hele systeem. Dus niet: hoe voeren we water af? Maar: hoe richten we het landschap zo in dat water, natuur en gebruik in balans zijn? Waterschappen zijn sleutelspelers in dit proces. Ze hebben gebiedskennis, staan dicht bij de praktijk en beschikken over een lange traditie in waterbeheer. Het aanpassen van het watersysteem is geen quick fix, maar kost jaren of misschien wel decennia. Juist daarom is het belangrijk om koers te houden, ook bij politieke wisselingen, veranderend rijksbeleid en tegengestelde belangen in de samenleving.”
Moeten er wel geborgde zetels blijven in de besturen van de waterschappen? De kritiek is dat de democratische legitimiteit daarvan gebrekkig is.
“Het systeem heeft voor- en nadelen. Aan de ene kant is het niet volledig democratisch, aan de andere kant zorgt het voor een balans tussen belangrijke belangen van landbouw en natuur.” Tot slot: u werkt al vijfentwintig jaar voor Natuurmonumenten. Bent u het nog niet zat? “Ik ben een buitenmens en ben opgegroeid op het platteland. Mijn betrokkenheid bij de natuur, het geloof in samenwerking en de blik op de lange termijn voor Nederland drijven mij. De problemen zijn urgent, maar ik blijf optimistisch. We weten wat er moet gebeuren – nu moeten we het ook echt gaan doen. Lef, samenwerking en soms impopulaire keuzes zijn noodzakelijk voor de toekomst van ons land. Bovendien zie ik dagelijks dat natuurbeheer werkt en dat het op sommige plekken echt beter gaat. Die zichtbare resultaten geven mij de energie en motivatie om door te gaan.” [Kader] Jeroen de Koe Jeroen de Koe (1969) studeerde cultuurtechniek aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen en begon zijn carrière als journalist bij agrarisch weekblad Boerderij. In 2001 werd hij beleidsmedewerker landbouw en natuur bij Natuurmonumenten. Daarna was hij daar projectmanager, adjunct-regiodirecteur Gelderland, gebiedsmanager van Nationaal Park Veluwezoom en hoofd Public Affairs. Sinds 1 oktober 2024 is hij directeur.
Bron: H2O – “Nederland verdroogt en dat raakt alles”, mei 2026.









