Cookies op Natuurmonumenten.nl

Natuurmonumenten respecteert de privacy van jouw gegevens

Waarom cookies? Ze worden gebruikt om de website en jouw browserervaring te verbeteren, om te integreren met sociale media en jou relevante advertenties te laten zien die op je interesses zijn afgestemd. Klik op "Ik wil een optimaal werkende website" om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op de link om jouw voorkeuren voor cookies te wijzigen.Meer uitleg over cookies

Kies jouw cookie instelling

Kies eerst de cookies die je wilt toestaan
Cultureel

Erfgoedroute Bergherbos 2 - Motte

Erfgoedroute Bergherbos 2 - Motte

9 km

Waar

Bergherbos

Cultureel

Erfgoedroute Bergherbos 2 - Motte

Beleef de rijke cultuurhistorie van het stuwwalgebied rond de motte Montferland! Deel 2 van deze erfgoedroute voert je door het Bergherbos naar de middeleeuwse heuvel Montferland en begint en eindigt bij uitspanning ’t Peeske. Mooie wandelroute die ook te combineren is met deel 1 van de erfgoedroute. Deze deelroute is zo’n 9 km lang.

Praktische informatie

Bereikbaarheid

  • START

Startpunt

Uitspanning 't Peeske: Toon op kaart

Aanrijdroute auto

Voer 7037 CH Beek in je navigatiesysteem in of neem de A12 (Utrecht-Arnhem-Emmerich). Ga bij afslag Beek de snelweg af. In dorpskern Beek bij rotonde rechtsaf. Voorbij kerk eerste links: Peeskesweg. Uitspanning ’t Peeske ligt na circa 500 m aan de rechterhand.

Aanrijdroute openbaar vervoer

’t Peeske is per bus bereikbaar vanaf NS-station Doetinchem.

De route

 Startpunt

1’t Peeske

Je bent bij uitspanning ’t Peeske, bijzonder mooi gelegen aan de rand van het Bergherbos. De naam Peeske is een verbastering van het Latijnse pascuum, dat weide betekent.De regen die op de stuwwal valt en in de grond trekt, komt bij ’t Peeske over een ondoorlatende laag leem aan de oppervlakte  In het brongebied groeien al eeuwenlang zwarte elzen, die vroeger als hakhout werden beheerd. Hoewel het bronbosje klein is herbergt het dankzij het zuivere water bijzondere planten als goudveil en komt er zeldzame dieren voor. De bovenste vijver werd in de 19e eeuw uitgegraven om te kunnen dienen als molenkolk, maar uiteindelijk bleek de watertoevoer toch onvoldoende om het waterrad hele dagen te laten draaien.In 1924 begon J. Steijntjes een café in het gebouw, waarna ’t Peeske zich onder diverse huurders geleidelijk ontwikkelde tot een uitspanning met veel uitstraling en regionale bekendheid. Er kwam een tweede vijver waarop men kon waterfietsen. In 2003 heeft Natuurmonumenten het gebouw laten restaureren, waarbij het met een oude schuur is verbonden door een serre. Nog altijd is het een heel aantrekkelijke plek voor kinderen om te spelen, in het bos, in de speeltuin en bij de waterspeelplek. Op het terras heb je een schitterend uitzicht. Van april tot oktober is een terrein bij ’t Peeske in gebruik als natuurcamping.   
’t Peeske

2Bosaanleg

Vanaf 1832 werd vooral grove den gebruikt voor bosaanleg. Rond 1850 bestond drie kwart van het bergherbos uit grove den. De rest was eikenhakhout. In de negentiende eeuw werd het zaaien steeds meer vervangen door het planten van bomen. Waar er bij zaaien een willekeurig patroon ontstond, kwamen de bomen bij aanplant juist in meer in rijen te staan.De te planten bomen waren deels afkomstig van de eigen kwekerijen in de Plantage, bij de motte Montferland en vlak bij kasteel Huis Bergh. Voor het kweken van dennen werd een Zuid-Duitse kweekmethode gebruikt, waarbij dennen werden uitgezaaid in verbrande heideplaggen. Omstreeks 1890 werd een nieuwe methode van aanplant geïntroduceerd, waarbij het dennenplantsoen in de plantgaten werd voorzien van as. Dit resulteerde in de term ‘asden’.De dennen werden op 45-jarige leeftijd gekapt als zij het juiste formaat hadden om te worden gebruikt als stuthout in mijnen. Er werd veel van dit “mijnhout”verkocht en afgevoerd naar België. Voor het bosbeheer werden veel nieuwe  paden aangelegd in de 19e eeuw. In sommige delen van het Bergherbos zie je de structuur nog terug aan het zeer regelmatige padenpatroon dat rechthoekige bospercelen omsluit. 
Bosaanleg

3Drinklepels

Verspreid over het Bergherbos zijn opvangplaatsen voor water aangelegd, die bedoeld zijn als drinkplaats voor wild. Deze ‘drinklepels’ zijn er van steen (uit 1930) en van beton (uit 1948). Ze zijn aangelegd in opdracht van Huis Bergh. De drinklepels werden zo geplaatst dat ze van de helling aflopend regenwater opvingen. 
Drinklepels

4Herbeplanting

Vanaf de middeleeuwen waren grote delen van het Bergherbos door het intensieve gebruik en plunderingen tijdens oorlogsperioden sterk gedegradeerd. Vooral in de markebossen bleef herplant achterwege. Na 1767 werden in de bossen van Huis Bergh de eerste bosherstellende maatregelen uitgevoerd o.a. hier in de “Breeden”. Percelen werden na het rooien van de overgebleven oude hakhoutstoven opnieuw ingeplant veelal met eiken, maar soms al met grove dennen. Ook heideterreinen werden beplant met dennen.Vanaf het moment dat Huis Bergh in 1781 onderdeel ging uitmaken van het Zuid-Duitse vorstendom Sigmaringen, werd meer geïnvesteerd in bosaanplant. In de napoleontische tijd werd het Bergherbos door de hier verblijvende troepen helemaal kaalgekapt. Na 1813 moest dan ook het hele bos opnieuw worden aangeplant. Met een enorme inspanning lukte het om rond 1850 de herbebossing af te ronden. Dit bosherstel en het daarop volgende bosbeheer werd onder supervisie van Duitse bosbouwkundigen uit Sigmaringen zeer planmatig aangepakt .
Herbeplanting

5Zaaigreppels

Aan beide kanten van de Vossenweg zie je sporen van evenwijdig gegraven greppels. Deze greppels stammen waarschijnlijk uit de 19e eeuw. Destijds werden zij ongeveer 1 meter diep uitgegraven om met het zand de tussenliggende “bedden’te verhogen. Men achtte dit van belang voor een goede groei van de geplante of uit zaad opgegroeide boompjes. Op een aantal plekken is te zien, dat in de greppels fijnsparren groeien. In deze zogenaamde ‘Graebenkultur’ maakte men gebruik van het gegeven, dat in de greppels de bodem net iets vochtiger was dan de omringende grond en zodoende geschikt voor deze vochtminnende boomsoort.
Zaaigreppels

6De Motte

Je bent nu op de motte Montferland. De motte is een kunstmatigopgeworpen verhoging met een regelmatige vorm en steile zijden bovenop de oorspronkelijke heuvel. Op een motte stond een versterking, meestal een of enkele gebouwen met daaromheen een palissade (houten omheining), omgeven door een gracht. De motte Montferland dateert uit de tiende of elfde eeuw en heeft een strategische ligging: van hieraf kon men de wijde omgeving, het dal van de Rijn en de Oude IJssel, overzien.De motte is waarschijnlijk maar korte tijd in gebruik geweest voor het oorspronkelijke doel. Hierboven hebben ten minste drie gebouwen gestaan; een hutkom, een in aanbouw zijnde tufstenen toren en een groot houten gebouw. In 1427 kwam de motte in handen van het Huis Bergh. Oswald III van den Bergh liet omstreeks 1699 een jachthuis bouwen op de heuvel. De graven van Bergh hebben nooit gebruik gemaakt van het jachthuis, maar stadhouder Willem v heeft er wel een korte periode doorgebracht in 1791. Van 1830 tot 1870 werd het jachthuis bewoond door vorster Frans Meijer. Zijn vrouw vulde het inkomen van haar man aan door het serveren van eten en drinken aan dagjesmensen die er sinds jaar en dag kwamen. Vanaf 1871 werd het huis verhuurd een landbouwer, die er een horecagelegenheid begon. In 1896 werd een hotelaccommodatie bijgebouwd ‘voor rekening van den eigenaar, den Vorst von Hohenzollern-Sigmaringen en geëxploiteerd door den Heer H. Booms, den huurder van het tegenwoordige koffiehuis’. Sindsdien heeft de locatie altijd als hotel en café-restaurant dienstgedaan.
De Motte

7Lanen

In de tijd dat het Bergherbos in bezit was van de familie Von Hohenzollern-Sigmaringen (in de achttiende en de negentiende eeuw) werd het actief gebruikt als jachtgebied. Uit die tijd dateren ook enkele lanen zoalsdeze Montferlandselaan. Zij dienden als zicht- en jachtlaan. Er staan nog enkele beuken van ruim 110 jaar oud. Met name sinds 1800, onder invloed van de opkomst van de landschapsstijl waarin oude bomen als natuurlijk en romantisch beeld hoger gewaardeerd worden, werden lanen lang in stand gehouden. Daardoor zijn laanbomen vaak ouder dan de bomen in het bos eromheen. Ze zijn van grote ecologische waarde, doordat ze over het algemeen meer holten, spleten en dood hout bevatten.
Lanen

8IJzerkuilen

Tussen 700 en 1100 na Christus is er veel ijzer geproduceerd in Nederland. Het grootste deel was bedoeld voor de export. Het benodigde ijzererts werd in het Bergherbos uit klapperstenen gewonnen. Dit zijn ronde of eivormige, bruingele stenen die bestaan uit een losse lemen kern met daaromheen een ijzerrijk omhulsel. Voor de winning van klapperstenen groef men langwerpige kuilen. Centraal in het Bergherbos ligt een zone van circa 2,5 km2 waar veel van deze ijzerkuilen te vinden zijn. In Montferland gebuikte men ‘aftapovens’ om ijzer te produceren. Hierbij werd met behulp van handmatig aangedreven blaasbalgen het houtskoolvuur zo ver opgestookt dat het ijzererts, ook wel wolf genoemd, uit de klapperstenen vrijkwam. De wolf was een halfproduct en moest met veel handwerk opnieuw verhit en gezuiverd worden tot blokken, om daarna als smeedijzer verder te worden verwerkt. Op verschillende plekken ten westen van de Montferlandse heuvelrug is de grond zwart gekleurd door houtskoolresten die bij de productie van ijzer vrijkwam. Om 1 kilo bruikbaar ijzer te verkrijgen, was 13 kilo ijzererts en 130 kilo houtskool nodig. Voor de productie van 130 kilo houtskool was ongeveer 760 kilo (!) eikenhout nodig. De ijzerproductie vergde dus grote hoeveelheden hout, wat ontbossing tot gevolg had. Door concurrentie van ijzerproductie van hogere kwaliteit uit het buitenland kwam rond 1100 een eind aan de ijzerproductie in Montferland.

9Diepe Zonderweg

Er wordt voor het eerst melding gemaakt van de Diepe Zonderweg in 1783. Het omliggende Zonderbos waar deze weg zijn naam aan dankt, is echter veel ouder. Met het begrip ‘sonder’ of ‘sunder’ wordt een privébezit of gereserveerd bos aangeduid. Het Zonderbos is dan ook zeer lang privébezit geweest. Desondanks viel het onder het jachtgebied van Huis Bergh en had de graaf van Bergh zeggenschap over de houtkap. Na de aankoop door Huis Bergh in 1780 zijn er twee decennia lang grote inspanningen gedaan voor bosherstel. De Diepe Zonderweg was destijds de enige weg door het Zonderbos. Het is een zogenaamde ‘holle weg’; hij ligt diep ten opzichte van het aangrenzende maaiveld. Holle wegen ontstonden op twee manieren; doordat mensen natuurlijke afwateringskanalen als weg gingen gebruiken óf wanneer wegen werden uitgeschuurd door erosie. Opvallend is dat langs of nabij de Diepe Zonderweg een groot aantal planten voorkomt die worden geassocieerd met oud bos. Het gaat hierbij onder andere om bosanemoon, grote muur, lelietje-van-dalen, stijf havikskruid, fraai hertshooi, bleeksporig bosviooltje, veelbloemige salomonszegel en wilde appel. De reden hiervoor kan zijn dat de bodem langs dergelijke oude wegen en paden vaak minder intensief bewerkt is dan in de omgeving.
Diepe Zonderweg

10Wolkenland

In 1919 werd in opdracht van de Duitse kunstenaar Carl Imanuel Leberecht Garschagen een villa gebouwd. Hij schilderde bij voorkeur de natuur en wolkenluchten en noemde de villa daarom Wolkenland. Later werd de villa vergroot en gebruikt als jeugdherberg, maar het complex brandde in 1931 af. Er kwam een nieuwe, grotere herberg, die plaats bood aan 120 personen. Het werd in die tijd (1932) ook wel de mooiste, schoonste en rustigst gelegen jeugdherberg van ons land genoemd. Het gebouw werd op tweede kerstdag 1944 verwoest door een geallieerd bombardement, naar verluidt omdat er een radarpost van de Luftwaffe bij of in het gebouw zou zijn gevestigd. Het huidige gebouw dateert uit 1952 en is in gebruik bij een middelbare school uit Amsterdam.
Wolkenland

11Eindpunt

Om weer terug te gaan naar ’t Peeske, steek je de Peeskesweg over. Ga in het bos het eerste pad rechtsaf en loop langs de vijver terug naar het beginpunt, uitspanning ‘t Peeske. We hopen dat je prettig gewandeld hebt. Strijk nog even neer bij ’t Peeske en kijk op elders op deze site of in onze gratis route-app voor meer leuke routes.
Bergherbos

Wat wij hier doen

Ruimte voor reptielen

Natuurmonumenten zorgt voor een steeds natuurlijker Bergherbos. Dwars door het gebied loopt een zogenaamde reptielencorridor – een open, zonnige strook die heideveldjes met elkaar verbindt. Gunstig voor dieren zoals de zandhagedis, hazelworm en gladde slang. Vrijwilligers en een schaapskudde houden de corridor open. De omliggende akkers bebouwt Natuurmonumenten op biologische wijze en zijn daardoor rijk aan akkerkruiden en insecten. Door de akkerranden in te zaaien met planten met olierijke zaden, vinden tal van dieren er ook in de winter nog voedsel.

Word lid
9 km

Erfgoedroute Bergherbos 2 - Motte